Samen kunnen we voedselverspilling aanpakken!

carla-dik-faberAPR_2378woensdag 15 januari 2014 14:30

De Alliantie Verduurzaming Voedsel, een samenwerkingsverband van partijen uit de voedselsector, heeft 2014 uitgeroepen tot jaar tegen de voedselverspilling. Ik ben blij dat het bedrijfsleven op deze manier haar verantwoordelijkheid neemt om dit voor velen onzichtbare probleem aan te pakken. Maar ook de overheid en consumenten kunnen meehelpen om voedselverspilling te voorkomen, schrijft Carla Dik-Faber in een ingezonden stuk in de regiokranten.

De overheid kan haar bijdrage leveren door belemmeringen in wet- en regelgeving weg te nemen. Consumenten kunnen thuis maatregelen nemen om te voorkomen dat voedsel moet worden weggegooid. Als Tweede Kamerlid wil ik mij ook graag inzetten voor het verminderen van voedselverspilling. Ik zie volop mogelijkheden hoe we dit samen kunnen doen.

Eerst een paar cijfers op een rij. Met elkaar gooien we in Nederland ieder jaar 800 miljoen kilo voedsel weg. Dat zijn 100.000 vuilniswagens vol. Dat kost ons ruim 155 euro per persoon. Samen gooien we hiermee voor 2,6 miljard euro aan voedsel weg. In de horeca en in de supermarkten wordt nog eens voor 2 miljard euro aan voedsel verspild. Het merendeel van het voedsel dat we weggooien verdwijnt in de afvalverbrandingsoven. En dat terwijl voedsel en de natuurlijke hulpbronnen om voedsel te produceren steeds schaarser worden.

Met eigen ogen heb ik gezien wat er bij supermarkten na sluitingstijd zoal in de afvalcontainer belandt. Het resultaat stelde mij niet teleur, of eigenlijk wel. Appeltaarten, pizza’s, champignons, druiventrossen en pakjes sojamelk. Het is slechts een gedeeltelijke opsomming van wat er allemaal uit de afvalbak kwam. Terwijl 70.000 gezinnen in ons land afhankelijk zijn van de voedselbanken, belandt iedere dag weer prima voedsel in de afvalcontainer. Helaas zijn we de afgelopen jaren alleen maar meer voedsel gaan weggooien, ondanks de doelstelling om in 2015 20% minder voedsel te verspillen (ten opzichte van 2009).

Wat kunnen we hier nu aan doen? Consumenten gooien vaak voedsel weg dat volgens de verpakking officieel niet langer houdbaar is, maar dat nog heel goed gegeten kan worden. Droge producten zoals rijst en pasta en blikgroenten kunnen vaak veel langer bewaard worden dan de datum op de verpakking aangeeft. Is een datumlabel dan eigenlijk wel gerechtvaardigd, moeten we bij deze producten niet veel meer afgaan op onze reuk en smaak? Een deel van de verwarring wordt veroorzaakt doordat het verschil tussen het THT-label en het TGT-label niet duidelijk is. Het TGT-label (“Te Gebruiken Tot”) moet worden gebruikt voor verse producten zoals vlees en zuivel, terwijl het THT-label (“Tenminste Houdbaar Tot”) mag worden gebruikt voor overige producten. In de praktijk worden soms ten onrechte TGT-labels gebruikt of wordt de datum op het THT-label voorzichtigheidshalve naar voren gehaald. Op mijn verzoek gaat de staatssecretaris van Economische Zaken nu bekijken of dit aangepast kan worden en hoe consumenten beter geïnformeerd kunnen worden over de houdbaarheidsdata.

In Nederland hebben we de Wet op de Voedselinformatieverschaffing. Het is hoog tijd om deze wet tegen het licht te houden. Nu mogen producten in bedrijfskantines maximaal 2 uur buiten de koeling worden bewaard. Daarna moeten deze producten worden weggegooid! Terwijl uit onderzoek blijkt dat deze termijn prima verlengd kan worden. In het Verenigd Koninkrijk gebeurt dit ook, waarom dan niet in Nederland?

Ik zie verder veel goede initiatieven ontstaan in de samenleving om te voorkomen dat supermarkten goed voedsel moeten weggooien. Een voorbeeld is de afspraak tussen zelfstandige supermarktondernemers en Voedselbanken Nederland: als deze ondernemers voedsel doneren aan de lokale voedselbank, neemt de voedselbank de aansprakelijkheid voor de voedselveiligheid over. Ik hoop dat deze afspraak ook de grote supermarktketens over de streep trekt. Eerder heeft de ChristenUnie voorgesteld dat in Nederland net als in een aantal andere landen een Good Samaritan Law wordt ingevoerd, die de supermarkten vrijwaart van mogelijke risico’s. Supermarkten en voedselproducenten vrezen echter ook imagoschade als een product niet in orde blijkt te zijn, maar ik vind het juist getuigen van maatschappelijk verantwoord ondernemen als hun producten bij de voedselbank terecht komen.

Kortom, het aanpakken van voedselverspilling verdient onze volle aandacht. De doelstelling van 20% minder voedselverspilling in 2015 moet haalbaar zijn! Ik wil hier graag samen met andere partijen aan werken. Ideeën zijn er genoeg, nu is het zaak om samen de schouders eronder te zetten.

Labels
Carla Dik
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2014 > januari