ChristenUnie blij met einde aan zwabberbeleid rond rookverbod

donderdag 26 juni 2014 09:59

ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber is blij dat de 100% rookvrije horeca er nu eindelijk komt. Al in 2012 nam de Tweede Kamer een motie daarover van de ChristenUnie aan. ‘Je moet overal een biertje kunnen drinken zonder hinder van rook.’

Lees hieronder de hele bijdrage van Carla Dik-Faber aan het debat over het rookverbod in kleine cafes.

Plenaire bijdrage

33.791 Verduidelijking van de rookverboden in de Tabakswet, met inbegrip van een algemeen verbod in de horeca.

Carla Dik-Faber, 25 juni 2014

Voorzitter,

KNF-Kankerbestrijding zond de afgelopen maanden spotjes uit waarin de slogan ‘Roken kan echt niet meer!’ te pas en te onpas door het beeld werd geschreeuwd. Het gaat me wat ver dat ook in mijn bijdrage aan het debat van vandaag te doen, maar ik zou bijna in de verleiding komen. Het is namelijk een waarheid als een koe: roken kan echt niet meer.
Ik ben er daarom blij mee dat de Tweede Kamer dat voor de horeca ook zo heeft uitgesproken in 2012, toen ze de motie Dik-Faber aannam. Mijn motie van destijds verzoekt de regering om de horeca 100 procent rookvrij te maken. Een waardevolle uitspraak van de Kamer op een betekenisvol moment. Per 1 juli 2008 was begonnen met de rookvrije horeca, maar in het juridisch gesteggel in de vier jaar daarna vonden de kleine horecaondernemers een muizengaatje in de wet en een gewillig oor bij het kabinet Rutte I. Zelfstandigen zonder personeel waren niet gehouden aan het rookverbod. Sinds het aannemen van de motie Dik-Faber is gelukkig een wetgevingstraject ingeslagen om die uitzondering te schrappen en alsnog een 100 procent rookvrije horeca te realiseren. De ChristenUnie is daar heel erg blij mee.

Voorzitter, we moeten met elkaar nu echt werk maken van de gezondheidswinst die rond roken voor het oprapen ligt. We weten het. Roken is dodelijk, verslavend en niet alleen slecht voor jezelf. Gisteren nog presenteerde het Longfonds een Zweeds onderzoek, waaruit opnieuw blijkt hoe slecht meeroken is. In dit geval werd het verband aangetoond tussen meeroken en de dodelijke longziekte COPD. Het longfonds becijfert dat er jaarlijks 5000 mensen in Nederland overlijden aan deze ziekte als gevolg van roken en meeroken. En voorzitter, dit is echt niet het eerste onderzoek waaruit blijkt hoe slecht meeroken is. Verre van. De totaalcijfers zijn nog schokkender. Jaarlijks overlijden 19.000 mensen omdat ze zelf hebben gerookt. En nog eens enkele duizenden mensen omdat ze meeroken. Het is daarom tijd om als samenleving een nieuwe stap te zetten in de omslag naar een maatschappij waarin rookvrij de norm is. We moeten voorkomen dat een nieuwe generatie opgroeit die verslaafd raakt. Als je niet wil roken of meeroken, dan moet dat kunnen en heb je recht op volledige keuzevrijheid. Ook als je ergens een biertje wil drinken.

Voorzitter, in het licht van wat ik zojuist zei, zal het niet verbazen dat de ChristenUnie er heel blij mee is dat het rookverbod nu een stevige wettelijke verankering krijgt via dit wetsvoorstel. Sec gezien gaat het om een technische hercodificatie van rookverboden die al bestonden. Maar de normatieve werking die van een heldere wettelijke verankering uitgaat, stemt onze fractie tot tevredenheid.

Het schrappen van de uitzondering voor kleine cafe’s dan. Ook dat kan op onze instemming rekenen. Het betreft hier immers de uitvoering van mijn motie. En daarmee wordt de wet weer in overeenstemming gebracht met zijn oorspronkelijk bedoeling.  Dat het rookverbod vaak eenzijdig is gepresenteerd als beschermingsmaatregelen voor het personeel van horecagelegenheden heb ik altijd ongelukkig gevonden. Dat het rookverbod voor eenmanszaken om die reden juridisch werd aangevochten was nog ongelukkiger. En dat in 2011 werd besloten kleine cafe’s uit te zonderen van het rookverbod was hóógst ongelukkig, helemaal omdat de Hoge Raad uiteindelijk oordeelde dat de wettelijke regeling overeind kon blijven als volledig rookverbod in de héle horeca. Ik ben dan ook blij dat de uitzondering nu van tafel gaat. Dan weten ook de eigenaars van kleine cafe’s waar ze aan toe zijn.

Voorzitter, ik heb vanmiddag nog met een eigenaar van zo’n klein café gesproken. We waren het niet op alle punten met elkaar eens, maar over één ding wel: horecaondernemers zijn de afgelopen jaren onderwerp geweest van zwabberbeleid van de overheid. Ik wil dat hier ook gezegd hebben. Ondernemers kunnen niets met een knipperlicht-rookverbod. Ik ben dan ook blij dat we nu eindelijk helderheid voor hen creëren. Ik realiseer me dat dat voor hen pijn kan doen, maar de maatschappelijke beweging naar rookvrije horeca is onvermijdelijk en vanuit het perspectief van de volksgezondheid absoluut noodzakelijk.

Voorzitter, ik krijg hier nog graag helderheid over de handhaving van het rookverbod. De handhaving zit nu op 65 procent begrijpen wij. Hoe gaat de staatssecretaris dat omhoog brengen, als straks ook de kleine cafés erbij komen? Is de inzet van een team van 45 ‘jonge controleurs’ waarover wij schriftelijk ook van gedachte hebben gewisseld voldoende?

En ik wil daarbij ook vooruit kijken. De controle op tabak wordt uitgevoerd door de NVWA, maar de controle op alcohol is gedecentraliseerd naar gemeenten. Is het geen goed plan om als de naleving op – laten we zeggen - 90% staat, dat we dan ook tabakscontrole door gemeenten laten uitvoeren? Gemeenten halen op dit punt goede resultaten. Ik heb dit eerder gevraagd aan de Staatssecretaris. Graag reactie op dit punt.

Dan heb ik nog een aantal vragen over ontmoediging van roken in bredere zin. In veel café’s wordt via sigarettenautomaten rookwaren verkocht. Dat is de kat op het spek binden. Bovendien kan de leeftijd van gebruikers zo niet worden gecontroleerd. Kunnen we dit ook ontmoedigen? Ook dat vind ik onderdeel van een rookvrije horeca. Graag reactie. Het zou goed zijn als we de verkooppunten van tabak nu verder naar beneden gaan brengen. Hoe gaan we dat realiseren? Welke ambities heeft de staatssecretaris op dit punt?

Voorzitter, jongeren moeten opgroeien in een gezonde omgeving. Ik wil daarom dit debat aangrijpen om ook nog eens te vragen naar scholen. Veel scholen zijn gedeeltelijk rookvrij. Maar hoe is de precieze stand van zaken? En moeten we niet gewoon met elkaar toewerken naar een situatie waarin scholen altijd, binnen, maar ook op pleinen en buiten rookvrij zijn? Graag reactie.

Voorzitter, ik wil hier tot slot de breedte benadrukken van rookbeleid en rookverboden. Naar de mening van mijn fractie dient het rookverbod in de horeca niet uitsluitend het individuele belang van de horecawerknemer, maar ook het collectieve belang van de klanten van horecaondernemers en de algemene volksgezondheid. Ik maakte dat hierboven ook al duidelijk. De tabakswet heeft niet voor niets vanaf de jaren 80 tot doel gehad ‘de hinder voor hen die geen tabak gebruiken tegen te gaan.’ Met wat we nu weten over de “hinder” die meeroken veroorzaakt, is het goed dat we daar nu voluit mee doorgaan. Ik ben er in ieder geval blij mee dat na de klas en de trein nu ook horeca echt rookvrij wordt. Dat, voorzitter, is pure gezondheidswinst!

Interruptiemateriaal
Uit onderzoek blijkt dat omzetdaling niet is terug te voeren op het rookverbod. Er is geen onderscheid in omzetveranderingen in gelegenheden met of zonder een rookruimte.

Labels
Carla Dik
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2014 > juni