'Naar een economie die de Schepping serieus neemt'

Peter Ester - Foto: Anne Paul Roukema / ChristenUniedinsdag 18 november 2014 15:46

'De economie moet vernieuwen. We moeten als land werken aan een groene groeistrategie. In mijn eigen woorden: we moeten naar een groeimodel dat de Schepping serieus neemt.' Dat zei ChristenUnie-senator Peter Ester tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer.

Lees hieronder de hele bijdrage van de Peter Ester aan de Algemene Financiële Beschouwingen op 18 november 2014:

MdV,

De turbulente internationale ontwikkelingen die mijn fractie schetste tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van een maand geleden, raken ook het financiële domein volop. De context van onzekerheid, onveiligheid, chaos zelfs, heeft een directe impact op het financieel reilen en zeilen. Dat geldt voor de wereld, dat geldt voor Europa en dat geldt voor Nederland. Zeker, er zijn tekenen dat het weer beter gaat met de Nederlandse economie. Daar zijn we ook dankbaar voor. Er is sprake van lichte groei, de koopkracht stijgt wat, de woningmarkt trekt aan en bedrijven lijken weer te investeren. De rente is laag, de euro goedkoop en de olieprijs is gedaald. Dit zijn positieve signalen, maar tegelijk uiterst broze signalen. De Nederlandse economie blijft kwetsbaar. De laatste economische cijfers die het CBS vorige week presenteerde, bevestigen dit. De Miljoenennota laat zien dat de private en publieke schuldenlast nog steeds fors is. Dat de werkloosheid structureel hoog blijft. En in de Eurozone zien we dat de recessie in Italië toeslaat, dat Frankrijk stevig in de problemen zit en dat nu ook Duitsland in zwaar weer verkeert. Christine Lagarde, topvrouw van het IMF, schatte vorige maand de kans dat de Eurozone in een nieuwe recessie wegglijdt op zo’n 40 procent. Wellicht niet zo’n handige uitspraak maar het houdt ons wel scherp. En ook de ECB is van mening dat sommige landen hun structurele hervormingen, o.a. van de arbeidsmarkt en de pensioenleeftijd, te traag doorvoeren. Er hoeft maar weinig te gebeuren of de kleine plusjes van de economische vooruitberekeningen van het CPB slaan om in substantiële minnen. De ChristenUnie-fractie vraagt de minister hoe hij de ontwikkelingen in met name de Eurozone weegt en of hij de inschattingen van IMF en ECB deelt. De Commissie, zo leek het toch, was bepaald lankmoedig richting het kwakkelende hervormingsbeleid in Frankrijk. Betekent dit nu dat de correctieve arm van het SGP genadiger is voor grote landen, zo vraag ik de minister. Zo ja, wat is de Europees-politieke betekenis hiervan?

Voorzitter, niet iedereen heeft het op zijn netvlies maar ook volgend jaar geeft Nederland meer uit dan er binnenkomt. Het begrotingstekort loopt op met maar liefst 14,6 miljard euro. Onze EMU-schuld komt daarmee uit op bijna 470 miljard euro, ofwel zo’n 70% van ons bbp. Een bedrag “beyond imagination”. Een bedrag ook boven de EMU-norm, richting de gevarenzone van 80%. Omgerekend € 28.000 per Nederlander. Sinds de crisis is onze schuld met € 150 miljard euro toegenomen. Het kabinet blijft van mening, ik citeer, dat begrotingsevenwicht op langere termijn het uitgangspunt blijft. Kan de minister mijn fractie aangeven hoe realistisch dit uitgangspunt bij een dergelijke collectieve schuld is? Welk tijdpad staat hem voor ogen? We zadelen de jongste generatie op met een ongekend financieel probleem. Voeg daarbij de forse onzekerheden waarmee jongeren te kampen krijgen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, op de woningmarkt en rond ons pensioenstelsel, en het plaatje is verre van rooskleurig. Zeker indien we ook het nieuwe leenstelsel daarbij betrekken. Mijn fractie wil van de minister horen hoe hij vanuit financieel-economisch perspectief de positie van de jongste generatie Nederlanders beoordeelt en tot welk toekomstbeeld hem dit brengt.

 

De ChristenUnie-fractie maakt zich zorgen over de collectieve schuldenlast in Nederland, maar ook over de private schulden. Dit geldt zeker voor de onderwaterhypotheken, ofwel hypotheken waarvan de schuld hoger is dan de marktwaarde. Het gaat inmiddels om meer dan 1,1 miljoen huishoudens, ofwel bijna een derde van de huishoudens met een hypotheek. Voor betrokken gezinnen leidt dit tot grote ongerustheid die hun manoeuvreerruimte in alle opzichten beperkt. Het water staat hun tot de lippen. Dat treft vooral jonge gezinnen die geen vermogen hebben om versneld af te lossen. Kan de minister hier de laatste stand van zaken geven en zijn mening met ons delen? Hoe beoordeelt hij de effectiviteit van beleidsmaatregelen als de tijdelijke aftrek van de rente op restschulden en het meefinancieren van deze schulden onder de Nationale Hypotheekgarantie? Heeft dit aantoonbaar zoden aan de dijk gezet? De minister heeft in de Tweede Kamer aan de ChristenUnie toegezegd met de banken in gesprek te gaan over de mogelijkheid van boetevrij herfinancieren voor mensen die echt in de knel zijn geraakt. Heeft dit gesprek al plaatsgevonden en zo ja wat zijn de conclusies?

De ChristenUnie-fractie heeft zich in de afgelopen jaren steeds sterk gemaakt voor een solide defensie. We hebben dit vorig jaar nog eens gemarkeerd met een breed door dit huis aangenomen motie over de noodzaak onze defensie-uitgaven weer op peil te brengen. Mijn fractie is dan ook blij met de structurele verhoging van ons defensiebudget van 100 miljoen. Weliswaar een relatief bescheiden verhoging – gelijk aan 2,5 dag van onze nationale schuldvermeerdering - maar de signaalwerking is evident. We zijn ook blij met de bewoordingen van de Miljoenennota die onomwonden spreekt van een “trendbreuk”. De chaotisch geopolitieke ontwikkelingen maken dat we onze defensie niet kunnen laten verslonzen. Ik wil de minister met het oog op deze trendbreuk vragen wat de financiële ambities van de regering op defensiegebied zijn voor de resterende kabinetsperiode.

Mijn fractie is evenzeer verheugd dat er extra budget gaat naar onze naasten dichtbij en veraf: de opvang van asielzoekers krijgt 375 miljoen euro extra en de noodhulp in de regio wordt opgehoogd met 570 miljoen euro. De verlenging van het verlaagde btw-tarief voor bouw en renovatie is een goede zaak en dat geldt ook voor het extra budget dat wordt vrijgemaakt voor de transitie Wmo. Mijn fractie hoort graag of het economisch effect berekend is van de eerdere verlaging van het btw-tarief. Zowel wat betreft omzet als werkgelegenheid.

De Nederlander gaat er qua koopkracht wat op vooruit. Het gaat weliswaar om een bescheiden vooruitgang van gemiddeld een half procent, maar na vijf jaar koopkrachtverlies is het positieve signaal daar. Wel constateert de ChristenUnie-fractie dat gezinnen met één kostwinner volgend jaar in koopkracht inleveren. Gezinnen die vaak bewust investeren in het combineren van betaalde arbeid met de zorg voor kinderen en ouders. Hoe waardeert de minister deze teruggang in koopkracht voor deze bevolkingsgroep, zeker als hier sprake zou zijn van een structurele teruggang? De Miljoenennota haast zich aan te tekenen dat ook in de toekomst het kabinet aandacht houdt voor de positie van alleenverdieners met kinderen. Kan de minister deze passage toelichten? Kan de minister hier een wat hardere toezegging doen? Ook moeten we vaststellen dat koopkrachtwinst aan veel gepensioneerden voorbij gaat. Hopelijk zullen de nieuwe FTK indexatieregels voor de pensioenfondsen de balans weer wat terugbrengen. Is dit overigens wat de minister verwacht, zo wil ik hem vragen?

 

Dan nu de Bankenunie, voorzitter. Het waren spannende tijden. Drie weken geleden werd bekend welke Europese banken wel en welke banken niet door de balanstest en de stresstest van de ECB zijn gekomen. Een vijfde van de Europese banken kreeg een onvoldoende. Hoe beoordeelt de minister deze uitslag? Vindt hij alles overziend het ECB-examen streng genoeg? Zijn ze eigenlijk niet te mild? We rekenen in reële, ongewogen termen met buffers in de orde van grootte van drie à vier procent. In vroegere tijden waren buffers van 20% heel normaal. Ook Noud Wellink twijfelde onlangs publiekelijk aan de hoogte van de gehanteerde buffernormen. Benadrukt moet worden dat de ECB-toets een momentopname is. De positie van banken verandert immers continu in een sterk geglobaliseerde financiële sector waarin banken niet solitair opereren maar met elkaar in een complex systeem verweven zijn. We moeten de ECB-testen niet onderschatten, maar we moeten er ook geen schijnzekerheid aan ontlenen. Zo indrukwekkend zijn de kapitaaleisen niet. Bovendien blijkt dat de Nederlandse banken qua ‘’leverage ratio” zich Europees gezien in de onderste regionen bevinden. Dat betekent dat bijvoorbeeld ABN AMRO met een ratio van 3,23% iedere eigen Euro een keer of dertig uitleent. Is dat nu duurzaam bankieren? We moeten op basis van de witte rook uit Frankfurt, zo stelde hoogleraar Economie Arnoud Boot terecht, niet concluderen dat de financiële sector nu weer gezond is.

Maar het verhaal van de doorlichting van de banken gaat verder dan het aanscherpen van kapitaaleisen. Veel verder zelfs. Het gaat vooral ook om een ingrijpende cultuurverandering van de financiële sector als zodanig. Een sector die zich liet leiden door kortetermijndoelstellingen en het laten prevaleren van privaat gewin boven publiek belang. Moraal was hier vaak ver te zoeken. De ChristenUnie-fractie is benieuwd hoe de minister deze cultuuromslag vanuit zijn blikveld beoordeelt. Heeft de financiële sector de juiste stappen gemaakt en op welke punten moet er versneld worden? Is er leiderschap getoond? Heeft de sector zijn lessen geleerd uit de crisis? Is er weer sprake van echte dienstbaarheid en klantgerichtheid? Is de bonuscultuur effectief teruggedrongen? Heeft de financiële sector, zo vraagt mijn fractie, hier ook het examen gehaald? Dat zijn de wezenlijke vragen.

Voorzitter, de ChristenUnie-fractie heeft er bij herhaling in dit huis op gewezen dat Nederland zich moet bezinnen op zijn verdienmodel, op de economische activiteiten waarmee het de komende twintig jaar de mondiale competitieslag wil aangaan. Dit verdienmodel zal in onze visie geënt moeten zijn op groene groei, op het minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, op het terugdringen van de belasting van ons milieu. Een groeimodel, in mijn woorden, dat de Schepping serieus neemt. Voor de ChristenUnie is duurzame groei, groei van duurzaamheid. De Miljoenennota zegt te streven naar groene groei, maar dit adagium blijft hangen in de cijferwolken. Kan de minister bij wijze van gedachtenexperiment met de Kamer delen welk type economische activiteiten doelbewust zal worden afgeremd in de komende jaren en in welk type economische activiteiten zal worden geïnvesteerd in het kader van het groene groeimodel? En wat de inzet daarbij is van financiële stimuli? Kan de minister aannemelijk maken dat dit groene groeimodel ook voor zijn portefeuille maat- en richtinggevend is? Laat mij daar nog een parallelle kwestie mee verbinden. Commissievoorzitter Juncker kreeg onlangs van de Europese leiders de opdracht om een groeiplan voor Europa te ontwikkelen. Ook de minister zal in zijn rol van voorzitter van de Eurogroep daarin een belangrijke rol spelen, naast de nieuwe voorzitter van de Europese Raad en de ECB-president. Kan de minister de ChristenUnie-fractie toezeggen dat hij zich tot het uiterste zal inspannen om het primaat van innovatieve groene groei tot peiler van het nieuwe groenplan te maken? Europa zal groen en innovatief zijn, of het zal niet zijn. Wil de minister op deze inzet worden afgerekend?

Mijn fractie, voorzitter, is verheugd dat het kabinet 155 miljoen euro extra uittrekt voor kansrijke innovatieve bedrijven. Nederland moet het immers hebben van innovatief ondernemerschap. En vooral van innovatief duurzaam ondernemerschap. Ons mkb kan een dergelijke impuls goed gebruiken. Zeker nu de banken veel minder scheutig zijn met kredietverschaffing. Mijn fractie vraagt het kabinet speciaal aandacht voor startups, beginnende bedrijven van vaak jonge ondernemers die een innovatief product hebben ontwikkeld maar niet over de financiën beschikken om hun bedrijf succesvol in de markt te zetten. Juist hier komt de vernieuwing van onze bedrijvigheid tot stand. Juist hier moet het concurrentievermogen van onze economie blijken. Welke plek is er voor startups ingeruimd in het nieuwe innovatiefonds van 100 miljoen euro? Mijn fractie vraagt ook aandacht voor beginnende bedrijven die in zwaar weer verkeren maar met een klein financieel duwtje in de rug er weer bovenop kunnen komen. Biedt het nieuwe fonds ook voor hen mogelijkheden?

Er is aan de andere zijde van het Binnenhof uitvoerig gedebatteerd met de staatssecretaris over de herziening van ons belastingstelsel. Ook mijn fractie vindt het huidige stelsel te complex en te weinig transparant. Een herziening is ook in onze ogen geboden. Daar is overigens niets mis mee. Iedere tien à vijftien jaar is groot onderhoud aan ons belastingstelsel nodig en dat punt is nu weer bereikt. De staatssecretaris heeft medio september een brief van bijna 30 kantjes aan het parlement gestuurd waarin maar liefst acht opties de revue passeren die onderwerp worden van brede politieke consultatie. Het behoeft weinig politieke fantasie om te vrezen dat dit een lang traject zal worden. Mijn fractie onderschrijft de noodzaak van zorgvuldigheid. Daarover geen twijfel. Tegelijkertijd moet het gevoel van urgentie niet verdwijnen. Zeker indien we de doelstelling van het kabinet meewegen om via een stelselherziening de lasten op arbeid met € 15 miljard euro per jaar te verlichten en zo 100.000 nieuwe banen te creëren. Dat kunnen we meer dan goed gebruiken bij een onaanvaardbare hoge werkloosheid van boven de 600.000. Werkloosheid, daar is links en rechts het over eens, is nu het grootste probleem in Nederland. Er bestaat brede consensus dat de lasten op arbeid te hoog zijn. Ook voor de ChristenUnie-fractie is het verminderen van de lasten op arbeid prioriteit. Dat punt willen wij beslist terug zien. Er is ons alles aan gelegen om de herziening van ons belastingstelsel voortvarend ter hand te nemen. Mijn fractie heeft hierover drie fundamentele vragen. De eerste vraag is de beleidslogica achter de acht gepresenteerde keuzes. Zijn deze hiërarchisch geordend of nevenschikkend? Zijn ze volgordelijk of kunnen ze ook simultaan worden ingevoerd? De staatssecretaris reikt acht keuzemogelijkheden en zegt eigenlijk tegen het parlement: “roept u maar”. Dat biedt ook oppositiepartijen de mogelijkheid om mee te beslissen. En dat is mooi. Tegelijkertijd plaatst de staatssecretaris zich een beetje buiten het eigenlijke fiscale hervormingsdebat. De ChristenUnie-fractie wil hem dan ook recht op de man afvragen waar nu zijn eigen prioriteiten liggen. Welke keuzes maakt hij zelf? Dit haalt iets van de vrijblijvendheid weg. De tweede vraag heeft betrekking op het aantal van 100.000 nieuwe extra banen door de beoogde lastenverlichting. Hoe komt het kabinet aan dit getal van 100.000 nieuwe banen? Hoe robuust is de onderliggende evidentie? In welke sectoren zullen deze banen gerealiseerd worden en welke categorie werklozen komt hiervoor in aanmerking? De derde vraag richt zich op de procesregie van de herziening van ons belastingstelsel. De staatssecretaris heeft in zijn brief een omhaal van woorden nodig om tijd te nemen voor de belastinghervorming. Daar zijn ook veel argumenten voor te geven. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat we niet bij een theoretisch nulpunt beginnen. Veel voorwerk is al gedaan. Het rapport van de Commissie Van Dijkhuizen ligt al anderhalf jaar onbesproken op tafel. Door de gekozen procesregie, die breed inzet op het maken van fiscale keuzes en het creëren van draagvlak, lijkt het mijn fractie onwaarschijnlijk dat de invoering van de hervorming nog in deze kabinetsperiode zijn beslag krijgt. De ChristenUnie-fractie wil van de staatssecretaris horen wat zijn ambities hier zijn. Wil hij een stevige fiscaal-politieke erfenis achterlaten en de banendoelstelling realiseren, dan is een hoger tempo en meer daadkracht vereist. Er is al veel kostbare tijd verloren gegaan.

Voorzitter, ik sluit af. In het kader van de Wet HOF functioneert de Raad van State dit jaar voor het eerst als onafhankelijke begrotingsautoriteit die ook de Europese begrotingsregels heeft mee te wegen in het oordeel over de Miljoenennota. De Raad deelt veel van de diagnose van het kabinet van de financiële situatie van ons land maar mist de vertaling van deze urgentie en noodzaak in concrete hervormingen en maatregelen die al in gang zijn gezet voor de voorliggende periode. De ChristenUnie-fractie deelt deze vaststelling. Zoals het er nu naar uitziet zal - ik gaf het al aan - de belastinghervorming pas door een volgend kabinet worden ingevoerd. Dat geldt vermoedelijk ook voor de uitkomsten van de pensioendialoog. De hervormingsagenda voor de tweede helft van de kabinetsperiode dreigt hierdoor tot stilstand te komen en dat kunnen we ons niet veroorloven. Graag krijgt mijn fractie een nadere reflectie van de minister op deze belangrijke kwestie zoals die door de Raad van State is aangekaart. Nederland heeft ook in de tweede speelhelft van dit kabinet een sterke en strategische beleidsagenda nodig. De tijd van hervormen is niet voorbij.

Voorzitter, mijn fractie ziet uit naar de beantwoording van de bewindslieden van onze vragen.

 

Labels
Eerste Kamer
Peter Ester

« Terug