Opinieartikel Carla Dik: Zet samen tanden in voedselverspilling [RD]

voedselverspillingwoensdag 07 oktober 2015 10:16

Voedsel is Gods eerste geschenk aan mensen. In Nederland veroorloven we ons een derde ervan te verspillen. Dat moeten we samen anders gaan doen, vindt Carla Dik-Faber.

In mijn woonplaats Veenendaal was vorige week een extra inzameling voor de voedselbank. Een mooi, maar helaas noodzakelijk initiatief. Iedere week weer zorgen in heel Nederland 10.500 vrijwilligers ervoor dat 100.000 mensen een voedselpakket krijgen.

Vanzelfsprekend is dat niet. Voedselbanken staan flink onder druk. Steeds meer mensen doen er en beroep op, maar de toevoer van eten stokt. Op meerdere plekken krijgen voedselbanken inmiddels te weinig binnen om de nood te lenigen. Ik vind het mooi dat mensen in Veenendaal dan in actie komen om het tekort – dat in schril contrast staat tot de overvloed die God ons schenkt – aan te vullen.

Onverteerbaar

Mooi, maar onverteerbaar. Onverteerbaar dat voedselbanken ondanks de enorme voedselproductie te weinig hebben om te geven. Onverteerbaar dat dagelijks oogsten worden doorgedraaid en voedsel wordt verwerkt tot diervoeding.

Per persoon gooien we jaarlijks 50 kilo –150 euro– aan eten weg. In totaal 2,5 miljard euro. Daar komt de verspilling in de rest van de voedselketen bovenop; nog eens 2,5 miljard euro per jaar. In 2009 stelde de regering dat de verspilling in 2015 –nu dus– met 20 procent moest zijn verminderd. Maar de laatste cijfers wijzen erop dat de verspilling van waardevol voedsel onverminderd groot is.

In de Tweede Kamer trek ik ten strijde tegen die verspilling. Ik wil overvloed verbinden met de plekken waar tekorten zijn. Zoals ook veel mooie initiatieven in ons land doen. Naast voedselbanken, denk ik aan Kromkrommer en restaurant Instock. Het wordt tijd dat we ons daarbij aansluiten. Als regelgeving in de weg staat, moeten we dit veranderen. Zoals ik voorstel in mijn initiatiefnota ”Aanpak Voedselverspilling”, die de Tweede Kamer deze week behandelde.

Afgelopen jaar zijn daarvan al voorstellen verwezenlijkt. Zo zijn afspraken gemaakt over aansprakelijkheid van voedselbanken bij eventuele schadeclaims. Ook is duidelijk geworden hoe voedsel fiscaal aantrekkelijk mag worden gedoneerd.

Maar er is nog veel te winnen. In de catering en horeca wordt ongelooflijk veel verspild. Door de rigide ”2 uursnorm” worden broodjes, salades en smoothies na twee uur buiten de koeling weggegooid. Natuurlijk, voedselveiligheid staat voorop. Maar als in Engeland en –het veel warmere– Spanje een 4 uursnorm verantwoord is, wil ik dat we ook in Nederland nagaan voor welke etenswaren we een ruimere norm kunnen hanteren.

Onnodig gebruik van houdbaarheidsdata is goed voor de verkoop, maar ook een belangrijke oorzaak van verspilling. Op versproducten als vleeswaren en pizza hoort een houdbaarheidsdatum, maar waarom staat die ook op koffie, thee, snoep, suiker, pasta en rijst? Niet nodig! Zulke etenswaren blijven tot in lengte van jaren goed. Ik wil dat de Europese lijst met producten die vrijgesteld zijn van een datum wordt uitgebreid.

En dan is er nog de aanduiding ”tenminste houdbaar tot”, die de consument op het verkeerde been zet. Dit is geen houdbaarheids-, maar een kwaliteitsgarantie; yoghurt of blikgroenten zijn erna nog prima te eten. ”Beste kwaliteit tot” dekt de lading beter. Daarmee stel je de consument weer in staat te ruiken, kijken en proeven of eten goed is; dat hoeven Europese regels of de levensmiddelenindustrie niet voor te kauwen.

Rentmeesterschap

Het tegengaan van voedselverspilling is een gedeelde verantwoordelijkheid die we, zonder aarzeling, samen moeten oppakken. De levensmiddelenindustrie heeft de kans ruimhartig te doneren van wat anders weggegooid wordt. Niet geremd door angst voor aansprakelijkheid, maar aangemoedigd om een voorbeeld te zijn van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bijvoorbeeld door transparant te zijn over hoeveel er wordt weggegooid of juist gedoneerd.

Maar ook campagnes als Hoezo50kilo en kliekipedia.nl verdienen grotere bekendheid. Ze stimuleren consumenten, die de sleutel tot verantwoord voedselgebruik in handen hebben, en voor wie er iets te winnen is. Als zij –u ook– voedselverspilling tegengaan, is dat ook goed voor de portemonnee en ook voor het milieu.

Ga maar na: een derde van alle broeikasgassen ontstaat bij de productie van voedsel; in elke kilo weggegooid voedsel is 1,3 liter benzine geïnvesteerd. Voedselverspilling is daarmee ook milieuverspilling en past niet bij goed rentmeesterschap over de aarde die God ons heeft toevertrouwd.

Deze bijdrage verscheen op 26 september in het Reformatorisch Dagblad

Labels
Carla Dik
Voedselverspilling

« Terug

Nieuwsarchief > 2015 > oktober