Peter Ester: “Kabinet moet recht doen aan ‘papieren’ werkelijkheid”

Portretfoto Peter Esterdinsdag 06 oktober 2015 20:00

Op 6 oktober vond er in de Eerste Kamer een debat plaats over het wetsvoorstel betreffende het voortaan uitsluitend gebruiken van elektronisch berichtenverkeer door de Belastingdienst. Peter Ester toonde zich buitengewoon kritisch over dit voorstel, omdat er bij het kabinet onvoldoende compassie is met mensen die niet op digitale wijze, maar via papier met de Belastingdienst communiceren, zoals veel ouderen en laaggeletterden.

Lees hieronder de volledige bijdrage van Peter Ester aan dit debat.

Voorzitter,

Het voldoen aan fiscale verplichtingen is meer dan een louter financiële transactie tussen burger en overheid. Er zit een groter verhaal achter. Het heeft ook te maken met burgerzin, met gemeenschapsplicht, met bijdragen aan de financiële draagkracht van een samenleving. Op basis van politiek overeengekomen normen bepaalt de overheid welk deel van het inkomen of vermogen van de burger in de gemeenschapspot terecht komt. En vanuit deze collectieve voorziening worden publieke goederen gefinancierd. Deze gedeelde normen zijn in de politieke arena tot stand gekomen op basis van waarden rond verdelende rechtvaardigheid. Belastingheffing door de overheid bindt de burger aan de samenleving en de samenleving aan de burger. Burger en overheid komen elkaar dus rechtstreeks tegen in het fiscale domein en het gaat daarbij om voor beide partijen gewichtige zaken. Er zijn immers zowel private als collectieve belangen in het geding. Goede communicatie is derhalve essentieel.

Het feit dat burger en overheid elkaar zo rechtstreeks ontmoeten in het fiscale domein, op het snijvlak van persoonlijke en gemeenschappelijke waarden, leidt tot de stelling dat er geen drempels moeten worden opgeworpen die de toegang tot dit domein bemoeilijken. Drempels die communicatie tussen burger en overheid in de weg zitten. En daar zit nu net de kern van onze zorg - onze grote zorg - over dit wetsvoorstel dat de communicatie tussen belastingdienst en belastingplichtig uitsluitend nog elektronisch wil laten verlopen. Voor sommige groepen belastingplichtigen is dit een brug te ver. Hier wreekt zich, voorzitter, de basale sociologische vaststelling dat digitale vaardigheden ongelijk verdeeld zijn in de samenleving. Sommige waarnemers spreken zelfs van een “Digital divide”. Velen hebben de digitale revolutie omarmd, anderen kunnen maar moeilijk meekomen. Ondanks ons hoge welvaartsniveau en opleidingspeil kent ons land een omvangrijke groep van zo’n 1,5 miljoen laaggeletterden. Mensen met beperkte verstandelijke vermogens, sommige groepen ouderen, maar ook mensen zonder computer kunnen zich met moeite staande houden door de digitale revolutie. Zij kunnen niet voldoen aan de digitale bekwaamheden die elektronisch belastingverkeer vereist. Zij zullen bijgevolg ook hier moeten terugvallen op mantelzorg - een hulpverleningscircuit dat al overbelast is - of op commerciële fiscale dienstverleners. Het zijn deze groepen Nederlanders waar de ChristenUnie-fractie zich grote zorgen om maakt. Groepen die ondanks de ondersteuning die de belastingdienst hen biedt, letterlijk de aansluiting zullen missen. Dat betekent voor hen dat de toegang tot het fiscale domein door de digitalisering als een blokkade wordt ervaren. Als buitensluiting. Mijn fractie noteert weinig passie en mededogen bij het kabinet in de memorie van toelichting en de memorie van antwoord rond de beperkte digitale vaardigheden van deze groepen belastingplichtigen. Er worden wel veel woorden gewijd aan de ondersteuning van deze groepen, maar de voorgenomen daden vindt mijn fractie niet overtuigend.

Voorzitter, laat mij duidelijk zijn. Ook de ChristenUnie ziet dat de route naar digitalisering van de belastingaangifte onomkeerbaar is. Het systeem biedt efficiencyvoordelen en leidt tot kostenbesparing. Daarover weinig twijfel. De meerderheid van de belastingplichtigen zal zich daar graag in voegen. Daar gaat onze bekommernis ook niet naar uit. Mijn fractie vraagt primair aandacht voor kwetsbare groepen belastingplichtigen die om tal van uiteenlopende redenen een achterhoedepositie innemen in de digitale ratrace. Voor wie termen als “DigiD”, “DigiD-Machtigen, “Berichtenbox” en “Notificatiefunctie” deel uitmaken van een wondere wereld die de hunne niet is. Die ook geen email-adres hebben. Het is onze overtuiging dat we veel meer tijd moeten nemen om deze kwetsbare groepen te begeleiden en te ondersteunen. De voorziene ingangstermijn van het komende fiscale jaar is simpelweg te vroeg. De snelheid waarmee de staatssecretaris het wetsvoorstel wil invoeren verhoudt zich slecht tot onze analyse van kwetsbare groepen digitale achterblijvers. Waarom, zo vraagt, mijn fractie gewoon niet wat meer tijd genomen? Wat gaat er nu eigenlijk mis als deze groepen wordt gegund om hun belastingaangifte en communicatie met de overheid op de oude papieren wijze te voldoen? Komt er dan niet meer balans in het rijmen van private en collectieve belangen? Waarom deze haast? Waarom zo weinig gevoel voor zwakkere groepen belastingplichtigen die buiten de digitale boot dreigen te vallen?

Wij zouden graag zien dat de staatssecretaris zijn technocratische opstelling wat meer verknoopt met compassie voor belastingplichtigen die het niet ontbreekt aan fiscale burgerzin maar wel aan digitale competenties. Wij vragen de staatsecretaris het tweesporenbeleid van elektronische en niet-elektronische belastingaangifte - en de communicatie tussen burger en overheid die daarmee verbonden is - te continueren. Kan de staatssecretaris de balans eens op dit punt opmaken?

We moeten de kloof in de overheidscommunicatie met de burger dichten en niet groter maken. Digitale zelfredzaamheid is bij lange na nog geen werkelijkheid. Bovendien blijkt uit CBS-cijfers dat zo’n 40% van de Nederlanders tussen de 65 en 75 jaar niet over Internet beschikt. Hoe denkt de staatssecretaris hen de elektronische aangifteplicht op te leggen en überhaupt via digitale weg met hen te communiceren? Deze groep moeten we gewoon het alternatief van papieren communicatie blijven bieden. Ik sluit mij aan bij de uitspraak van CDA-woordvoerder Omtzigt die stelde dat zijn fractie het wetsvoorstel, ik citeer, als een “roze-wolk-wet” ziet; een wet die, ik citeer wederom, “vol zit met onrealistisch wensdenken.” Einde citaat. Uit eigen onderzoek van de staatssecretaris blijkt dat 1 op de 6 burgers zichzelf niet in staat acht om in contact te treden met de Belastingdienst en niet te weten hoe men hulp moet vinden bij het invullen van de aangifte. Dat geeft toch zeer te denken. Omgekeerd blijkt uit onderzoek dat de overheid er niet goed in slaagt om ouderen en laagopgeleiden via elektronische communicatie te bereiken. Zo concludeert onze Nationale Ombudsman dat persoonlijk contact met de overheid noodzakelijk is om deze groepen te ondersteunen. Burgers, aldus de Ombudsman, willen een keuze hebben tussen papieren en digitale communicatie. En Minister Plasterk schrijft in zijn Visiebrief digitale overheid 2017 terecht, ik citeer: “Er zullen steeds alternatieven moeten zijn voor burgers die de mogelijkheden of vaardigheden missen om hun contacten met de overheid via de digitale weg te kunnen regelen. Persoonlijk contact met de overheid moet voor deze burgers mogelijk blijven.” Heldere conclusies zo dunkt mij.

Ondanks onze vragen daarover, blijft de ChristenUnie-fractie in het ongewisse wanneer nu precies de berichtenstroom geheel elektronisch moet plaatsvinden. Wat is het tijdpad en welke volgorde geldt daarbij? Kan de staatssecretaris dit nog eens duidelijk uit de doeken doen? Wij begrijpen dat al in 2017 de aangifte inkomensbelasting alleen nog elektronisch kan worden gedaan en dat de voorlopige en definitieve aanslagen alleen nog elektronisch worden verzonden. Dit is een wel zeer kort tijdpad, voorzitter. Denkt de staatssecretaris nu werkelijk dat hij de digitale competenties van kwetsbare groepen in het tussenliggende jaar op orde heeft gekregen? Dat de digitale kloof dan gedicht is? Wanneer is nu precies het eind van de gewenningsperiode voorzien? Graag helderheid op dit punt.

Voorzitter, de staatssecretaris gebruikt vele zinnen in de onderliggende stukken hoe hij belastingplichtigen gaat ondersteunen bij dit verplicht elektronisch berichtenverkeer. Veel van deze ondersteuning, zo blijkt mijn fractie, is staand beleid. Welke nieuwe vormen van ondersteuning biedt de belastingsdienst die hoort bij deze nieuwe fase in de communicatie tussen overheid en burger? Is daar ook meer budget voor en zo ja, hoeveel? Wordt persoonlijke dienstverlening via persoonlijk contact geïntensiveerd? Welke dienstverlening wordt nu precies voor de door mij genoemde zwakke groepen ingezet? Nemen we hun noden wel serieus? De verwijzing naar het HUBA-systeem is wat pijnlijk in dit verband. Het gaat hier immers om dienstverlening via een computer bij de balie van de belastingdienst.

Voorzitter, ik sluit af. De ChristenUnie-fractie ziet de voordelen van digitalisering van de belastingaangifte. Maar het zijn vooral voordelen voor de belastingdienst zelf en voor belastingplichtigen die digitaal vaardig zijn. Kwetsbare belastingplichtigen komen maar moeilijk mee in deze tijd van vergaande digitalisering. Zij ervaren blokkades in hun toegang tot de overheid. Mijn fractie pleit er voor meer tijd te nemen voor de invoering van de elektronische aangifteplicht en veel meer tijd te besteden aan het op orde krijgen van de fiscale ondersteuningsstructuur voor deze groepen.

Het zal duidelijk zijn, voorzitter, dat mijn fractie moeite heeft met dit wetsvoorstel. Wij wachten de antwoorden van de staatssecretaris op onze vragen met belangstelling af.

Labels
Eerste Kamer
Peter Ester

« Terug

Nieuwsarchief > 2015 > oktober