Investeer in justitie en defensie; verlicht de lasten rechtvaardig

Portretfoto Peter Esterdinsdag 17 november 2015 13:52

Vandaag, 17 november, vinden de Algemene Financiële Beschouwingen plaats in de Eerste Kamer. Financieel woordvoerder Peter Ester hield in dit debat, dat wordt overschaduwd door de trieste terroristische aanslagen in Parijs en elders in de wereld, een pleidooi voor extra investeringen in de klassieke overheidstaken justitie, veiligheid en defensie.

Ook vroeg Ester om extra inspanningen bij het tegengaan van ouderenwerkloosheid. Het herstel van de Nederlandse werkgelegenheid blijft achter bij de rest van Europa. Bijna de helft van de 600.000 werklozen is al langer dan een jaar werkloos, vooral 45-plussers.

Daarnaast stelde Ester dat als het kabinet de lasten wil verlichten, dit rechtvaardig dient te gebeuren. Dat betekent dat de steeds groter wordende kloof tussen een- en tweeverdieners - tot een factor vijf - kleiner moet worden. Dat betekent ook dat chronisch zieken en gehandicapten extra koopkracht verdienen.

Over deze en andere thema's - van Groningen tot Griekenland, van inspelen op risico's tot de noodzaak van een ethisch reveil - kunt u lezen in de onderstaande bijdrage van Peter Ester. Hier onder kan u de bijdrage van Pester Ester vinden.


Mevrouw de voorzitter,

De fractie van de ChristenUnie feliciteert collega Rinnooy Kan met zijn maidenspeech. We zien uit naar zijn bijdragen aan het debat over een duurzame en innovatieve economie.

Dit debat wordt overschaduwd door de barbaarse terreuraanslagen in Parijs. De gedachten van mijn fractie gaan uit naar de slachtoffers en hun naasten. De aanslagen leidden tot vele vragen, maar ook tot de vraag of onze kerninstituties als justitie, veiligheid en defensie qua financiële middelen wel goed zijn opgelijnd, om het hoofd te kunnen bieden aan dit soort terreuracties. Zijn extra investeringen niet geboden? We kunnen deze vraag niet uit de weg gaan. Ik vraag de minister om een korte reflectie.

Herstel en risico’s

Na jaren van economisch slecht nieuws, lijkt het tij zich te keren. Dit jaar groeit de Nederlandse economie met 2% en volgend jaar met 2,4%. Zowel het producenten- als consumentenvertrouwen vertonen een stijgende lijn. De binnenlandse bestedingen nemen toe, er is weer sprake van een hoger besteedbaar inkomen, de bedrijfsinvesteringen trekken aan, de marktsector groeit en de woningmarkt kent gelukkig weer betere tijden. Daarbij is de inflatie laag. We worden daarbij een stevig handje geholpen door de lage olieprijs en de lage euro. Toch is het zeker niet allemaal koek en ei. Want terwijl Nederland zich na zeven magere jaren naar het pre-crisis welvaartsniveau van 2008 heeft geworsteld, ligt de weg naar zeven vette jaren allerminst open. De rest van de wereld maakt zich op voor volgende crisisdreigingen. De economische groei in China vertraagt fors. En zeker als de internet- en beurzenbubble in China explodeert, de overkreditering en overcapaciteit hun tol eisen, dan zal Nederland daarvan de gevolgen ondervinden. Een harde landing van de Chinese economie zal ons stevig raken. Dat geldt ook voor de krimp van grondstofproducerende economieën als die van Brazilië en Rusland, om van het voortdurende risico van een opnieuw oplaaiende eurocrisis nog maar te zwijgen. Ik maak mij bovendien zorgen om het feit dat zaken die aan de wieg van de kredietcrisis lagen - overmatige geldverruiming c.q. het goedkoop maken van geld en schuldenopbouw - nu op Europees niveau wordt ingezet als recept voor herstel. Voorwaar geen positief stemmende cocktail aan risico’s. Ik wil de minister vragen hoe hij de cumulatie van deze risico’s inschat en of deze ook hem aanleiding tot zorg geeft.

Het valt op dat de Miljoenennota nauwelijks aandacht besteed aan het immense vluchtelingenvraagstuk en de gevolgen die dit heeft voor onze financiële stabiliteit en voor ons beheersinstrumentarium. Kan de minister schetsen hoe hij vanuit zijn begrotingsverantwoordelijkheid naar het vluchtelingenvraagstuk als geopolitiek probleem van de eerste orde kijkt en naar de kosten van een barmhartige en effectieve opvang van deze geweld- en oorlogsslachtoffers? Hier komen we niet langer uit met financieel knip- en plakwerk. Hoe verhoudt zich dit tot de kasschuifingreep in de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking? Er moet sprake zijn van structurele financiering die niet ten koste mag kan van de klassieke OS-taken. Ik verwijs in dit kader naar de motie Slob.

Geen herstel zonder ethisch reveil

Nederland, voorzitter, heeft op de crisis gereageerd met een reeks van hervormingen en aanscherpingen - al dan niet vanuit Brussel verordonneerd - van de financiële instituties en monetaire mechanismen. We hebben daar veelvuldig over gedebatteerd in dit huis. De vraag van mijn fractie is welke lering onze minister van financiën heeft getrokken uit de crisis, of uit de Grote Recessie, zoals de MEV de crisis aanduidt. Hebben we onze zaakjes nu redelijk op orde of liggen er nog grote uitdagingen en zo ja welke zijn dat dan? Voelt het kabinet de urgentie om deze uitdagingen (zoals de doorsneeproblematiek en de noodzakelijke flexibilisering van het pensioenstelsel) met voorrang aan te pakken?

En is er nu sprake van een duurzaam financieel bestel? De crisis had ook te maken met een cultuur in de financiële sector waarin eigenbelang, financieel gewin, bonusjacht en kortetermijndenken domineerden en de betrokkenheid op het algemeen belang en de lange termijn sterk geërodeerd was. Hoe waardeert de minister deze cultuur op dit moment? De Miljoenennota spreekt daar niet over. Is er sprake van een duidelijke kentering of is er ook hier nog hardnekkig achterstallig onderhoud? De ChristenUnie-fractie wil benadrukken dat institutionele hervorming alleen werkt indien ze gebaseerd is op het juiste culturele ethos. Is dat voldoende het geval, zo vragen wij de minister?

Ouderenwerkloosheid

Waar we maar niet in slagen is om de werkloosheid substantieel terug te dringen. Het herstel van de Nederlandse arbeidsmarkt blijft achter bij de rest van Europa. Ons land moet in de komende twee jaar rekenen met zo’n 600.000 werklozen, waarvan inmiddels bijna de helft langdurig werkloos is. Daarbij geldt dat de baankansen van oudere werkzoekenden schrikbarend laag zijn. Zij profiteren nauwelijks van het verbeterde economisch tij en het beleid zet hier maar weinig zoden aan de dijk. Dat beleid, leidend tot vergroting van het arbeidsaanbod, verergert de problematiek van de langdurige werkloosheid veeleer, zeker op korte termijn. De vraag die de ChristenUnie-fractie de minister wil stellen is welk verhaal het kabinet deze omvangrijke groep van langdurig werkloze Nederlanders te vertellen heeft. Hoe langer zij werkloos blijven, hoe kleiner de kans dat zij ooit weer werk vinden. We moeten veel meer uit de kast halen om deze groep perspectief te bieden. En nu het weer beter gaat met de economie, kunnen we daar ook de middelen voor vrijmaken. Mijn fractie vraagt de minister of hier extra inspanningen van het kabinet zijn te verwachten.

Lastenverlichting en begrotingstekort

Voorzitter, het kabinet markeert het veronderstelde afscheid van de economische crisis met een lastenverlichtingspakket van €5 miljard. Deze positiviteitsimpuls moet de burger weer consumptieve moed geven en werken lonender maken. Dit na een periode waarin ons land €47 miljard aan tekortreducerende maatregelen nam. Een dergelijk lastenverlichtingspakket is natuurlijk niet zonder gevolgen voor de staatskas. Het leidt ertoe dat ons structureel begrotingstekort dit en volgend jaar weer oploopt en boven de Europese norm van 0,5% uitkomt. De Raad van State wees ook al op dit punt. Hoe weegt de minister deze ontwikkeling, die we nu overigens ook in de rest van Europa zien. Het oplopend structureel begrotingstekort legt ook een hypotheek op de begroting van 2017. Hoe beoordeelt de minister deze insnoering?

Voorzitter, de Miljoenennota laat niet na te benadrukken dat het overheidstekort binnen de 3%-norm van het SGP blijft. Overigens neemt de overheid in 2016 een tekort van €8,6 miljard, voorwaar geen kleinigheid zo dunkt me. Opvallend is dat de andere SGP-norm - een maximale overheidsschuld van 60% bbp - zoveel minder aandacht krijgt terwijl ons land met 66,2% toch ruim boven deze norm uitkomt. Kan de minister dit verschil in aandacht voor beide normen eens nader uitleggen? Het lijkt een beetje op verkeerde lijstjeslogica: als je een norm haalt, besteed je daar breed aandacht aan; doe je dat niet, dan blijft het aanzienlijk stiller. Zijn onze financiële buffers voldoende om te kunnen spreken van houdbare overheidsfinanciën? Dit lijkt mijn fractie de hamvraag.

Rechtvaardige lastenverlichting

De ChristenUnie-fractie evalueert de rijksbegroting vanuit het perspectief of de baten en lasten redelijk in balans zijn en of er een rechtvaardige koopkrachtverdeling is tussen bevolkingsroepen. Mijn fractie is in dit licht met name geschrokken van de forse koopkrachtverschillen die ontstaan tussen tweeverdieners en alleenverdieners. De mediane koopkracht verbeterd met 1,4% in 2016, maar tweeverdieners zitten daar ver boven en eenverdieners zitten daar ver onder. En dat is alleen nog maar het beeld van 2016. Als je het beeld van de afgelopen jaren daarbij betrekt, wordt het verschil in koopkrachtontwikkeling tussen een- en tweeverdieners alleen maar schrijnender. Hier wreekt zich het primaat van het kabinet dat betaalde arbeid belangrijker is dan onbetaalde arbeid. En het primaat van het individu boven het huishouden. En dat terwijl bedrijven door het kabinet gewoon als bedrijven worden benaderd, huishoudens aan de toeslagenkant als huishoudens, maar aan de loon- en inkomstenbelastingenkant is het huishouden bij het kabinet steeds minder in tel.

De ChristenUnie heeft in de Tweede Kamer samen met de SGP hard aan de bel getrokken om deze voor ons aangelegen kwestie recht te zetten. De mede door ons ondertekende motie van collega Schalk om de kloof te dichten tussen alleenverdieners en tweeverdieners, mocht op meerderheidssteun in dit Huis rekenen. Mijn fractie meent dat huishoudens die doelbewust kiezen voor het eenverdienersmodel, bijvoorbeeld vanwege de opvoeding van kinderen, de zorg voor een gehandicapt kind, mantelzorg, financieel niet gestraft mogen worden. Ook de samenleving heeft baat bij deze keuzes. Laat mij onderstrepen dat dit niet een typisch “Bible-belt” issue is, alle partijen kennen onder hun aanhangers ruime aantallen alleenverdieners. Bij de bespreking van het Belastingplan komt deze kwestie zonder twijfel terug. Mijn fractie stelt de minister en zijn staatssecretaris de vraag welk rechtvaardigingsprincipe zij hanteren in het toelaten van koopkrachtverschillen tussen een- en tweeverdieners.

Zorg om klassieke overheidstaken

Voorzitter, afgemeten aan onze collectieve uitgaven hebben we een forse overheid; bijna 50% van het bbp. Bij nadere bestudering blijkt dat onze overheid niet groot is omdat ze zelf zoveel doet, maar omdat ze herverdeelt. Aan de klassieke overheidstaken wordt juist minder uitgegeven dan voorheen. Aan publieke investeringen en defensie wordt nu significant minder besteed dan een aantal jaren geleden. De uitgaven en inspanningen voor het “algemeen belang”, voor publieke goederen, nemen af. En dat is zorgwekkend. Vooral sinds 2000 eten de zorguitgaven de groei van de totale uitgaven door de Rijksoverheid grotendeels op en zijn vooral de uitgaven aan Defensie weggedrukt. En passant hebben we ons vredesdividend, dat ontstond door de val van de muur, volledig opgesoupeerd. Met betrekking tot de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie geldt eveneens een zorgwekkend verhaal. Deelt de minister deze zorgen, dat klassieke overheidstaken en publieke uitgaven met een investeringskarakter langzaam maar zeker worden weggedrukt? En hoe wil hij voorkomen dat dit sluipende proces doorgaat? De aanslagen van afgelopen weekend in Parijs tonen aan dat we ons justitiële apparaat en onze defensie niet moeten laten verslonzen. En dat kost geld.

Griekenland

Voorzitter, de afgelopen jaren vormde Griekenland steevast een hoofdmoot tijdens onze Algemene Financiële Beschouwingen. Dat is nu niet het geval. De Griekse economie leek het eerder dit jaar wat minder slecht te doen dan verwacht; maar nog steeds slecht. De stresstest van de ECB van twee weken geleden wees uit dat de vier grootste Griekse banken in het slechtste scenario meer dan €14 miljard extra moeten aantrekken om hun kapitaalbuffers op peil te krijgen. Deze banken hebben meer dan €100 miljard aan dubieuze leningen uitstaan. De Griekse regering is van deze vier banken grootaandeelhouder en in drie gevallen is er zelfs sprake van een meerderheidsbelang. De vraag van mijn fractie aan de minister is hoe hij de financieel-economische situatie in Griekenland op dit moment beoordeelt. Hoe kijkt hij aan tegen de herkapitalisatie van de banken? Wordt het hervormingstraject voortvarend genoeg ter hand genomen door de Griekse regering? Hoe verlopen de onderhandelingen op dit punt? De ChristenUnie-fractie is in het bijzonder benieuwd hoe de minister nu de Griekse schuldenlast beoordeelt. Komt het scenario van schuldverlichting, zoals gesuggereerd door het IMF, niet steeds dichterbij? Het CPB schetst in de MEV een viertal alternatieven om de Griekse schuldenlast te verminderen: kwijtschelding, renteverlaging, verlenging looptijd, uitstel van betalingen. Kan de minister aangeven welke van deze vier alternatieven zijn voorkeur heeft?

Exit-beleid Eurozone

Eerder dit jaar verscheen het zogenaamde Five Presidents’ Report waarin de voorzitters van de Europese Commissie, van de Eurotop, de Eurogroep, de ECB en het Europees Parlement zich bogen over de toekomst van de EMU. Onder de wat bombastische titel, “De Voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie”, worden een aantal voorstellen gedaan die uiteindelijk moeten leiden tot een Eurozone die gebouwd is op een geïntegreerde economische unie, een financiële unie, een begrotingsunie en een politieke unie. Gedeelde soevereiniteit is daarbij het uitgangspunt. Verdergaande overdracht van nationale bevoegdheden aan Brussel dus en verdergaande indamming van nationale zelfregie. Onze minister van Financiën was in zijn rol van voorzitter van de Eurogroep een van de scribenten. We komen zeker nog uitvoerig over dit rapport te spreken. Mijn fractie wil evenwel een voorvraag aan de minister voorleggen. Een van de manco’s van de huidige monetaire unie is het ontbreken van een exitbeleid. Bij de Griekse kwestie kwamen dit manco nadrukkelijk naar boven. In het rapport van de vijf voorzitters wordt met geen woord gerept over deze weeffout. Is dat doelbewust het geval en zo ja wat is daarvoor de reden? Waarom niet overwogen om landen die stelselmatig de overeengekomen normen overschrijden, een scenario van uittreding te bieden? Dat houdt alle landen in de Eurozone toch veel scherper? Waarom is het sanctiebeleid niet veel overtuigender geformuleerd?

Groningen

Voorzitter, de MEV laat zien dan dat de verlaging van de gasproductie uit het Groningerveld onze bbp-groei drukt. De groeivermindering is -0,5%. De MEV voegt er bijna zuchtend aan toe dat iedere verdere verlaging van de gasproductie met 2,5 miljard kubieke meter een effect van -0,1%-punt op de bbp-groei heeft. Dat getuigt van een te ver doorgeschoten boekhoudersmentaliteit. Want op korte termijn minder gas uit het Groningerveld halen, betekent natuurlijk dat we langer over ons gas kunnen beschikken; dus we hebben het hier alleen over uitgestelde economische groei. En mogelijk t.z.t. ook nog tegen hogere prijzen. En wat de MEV ook niet aangeeft, is dat deze verlaging ook tegemoet komt aan grote maatschappelijke zorgen, al zijn deze niet in harde euro’s uit te drukken. Het gaat immers om de collectieve gemoedsrust van de Groningse bevolking die nu negatief beïnvloed wordt door dagelijkse angsten voor aardbevingen en de psychologische effecten van bodemdaling, de ecologische schade, het wantrouwen in de overheid, de zorg voor komende generaties, de ongerustheid over huizenprijzen. Is de minister het met de ChristenUnie-fractie eens dat het aangeven van alleen de korte termijn negatieve macro-financiële effecten wel een erg schrale economische benadering vormt van het terechte terugschroeven van de Groningse gasproductie? Angst kun je niet in geld uitdrukken, maar dat maakt het probleem niet minder. Zouden we niet veel meer creativiteit moeten stoppen, zo vragen wij de minister, in het innoveren van onze gangbare economische en econometrische modellen waarin dit soort sociale en ecologische effecten worden meegewogen, zoals we dat ook in maatschappelijke kosten-batenanalyses van fysieke projecten doen? Desnoods in kwalitatieve zin? Al was het maar omdat de samenleving met het op de oude voet doorgaan met ongebreidelde gaswinning vroeger of later de rekening gepresenteerd krijgt. En dat is precies wat nu gebeurt.

Ondernemen

Dan nu Nederland als ondernemersland. De Nederlandse overheid, voorzitter, is in de laatste drie jaren veel actiever geworden rond het stimuleren van startups. Mijn fractie steunt deze actieve inzet van harte. Startups vormen een belangrijke indicator van de mate waarin de Nederlandse economie innovatief en concurrerend is. Als jonge bedrijven zijn zij voorbeelden van modern ondernemerschap, van economische dynamiek en van een ondernemende cultuur. Anders dan een top innovatieregio als Silicon Valley, kent Nederland geen stevige traditie van venture capital. Bovendien zijn banken niet echt scheutig met het investeren in startups. Uit onderzoek weten we dat toegang tot kapitaal een essentiële voorwaarde is voor een bloeiende startup cultuur. Silicon Valley is daarvan een duidelijk voorbeeld: maar liefst 40% van het venture capital in de Verenigde Staten wordt daar geïnvesteerd. Mijn fractie wil de minister verzoeken eens na te denken over de vraag hoe Nederland een aantrekkelijk land kan worden voor private fondsen om te investeren in innovatieve en marktrijpe startups. Ziet hij een rol voor zijn ministerie weggelegd om deze aantrekkelijkheid te verhogen en zo ja waar denkt hij dan aan? Of ziet hij liever een afstandelijke rol van de overheid waar het de rol van venture capital betreft?

Ten slotte

Voorzitter, het kabinet is nu de tweede helft van de speeltijd ingegaan. Het eindspel komt in zicht. In de eerste helft is er stevig hervormd, o.a. wat de arbeidsmarkt, de woningmarkt en de zorg betreft. De ChristenUnie-fractie wil de minister en zijn staatssecretaris vragen wat voor de resterende tijd van dit kabinet hun financiële beleidsprioriteiten zijn. Wat is de financiële agenda voor de komende twee jaar? Wat zijn de ambities en onderwerpen? Mijn fractie is ook benieuwd of het traject naar de hervorming van ons belastingstelsel nu in zijn geheel wordt doorgeschoven naar een volgend kabinet of dat de beide bewindslieden zelf nog de nodige aspiraties hebben om hier een positieve erfenis van enig gewicht achter te laten. Is er regie op deze kwestie en zo ja, wie voert deze? Graag een antwoord op deze beide punten.

Voorzitter, ik rond af. De ChristenUnie-fractie is verheugd dat het beter gaat met de Nederlandse economie en dat het ergste zuur achter ons lijkt te liggen. Maar de vlag kan niet uit. De CBS cijfers van eind vorige week waren bepaald ontnuchterend. Het verplicht ons tot twee zaken. We moeten er nu alles aan doen om een duurzaam fundament onder onze economie te leggen. Dan gaat het zowel om de basis als om de richting. De basis is dat we in navolging van aartsvader Jozef de graanschuren gevuld moeten houden, juist nu we er weer wat beter voorstaan. De richting is dat we onze economie daadkrachtig gaan omvormen naar een duurzame, groene economie waarin de Schepping recht wordt gedaan. Het verplicht ons ook tot een tweede zaak, namelijk het zorgen dat kwetsbare groepen, waaronder eenverdieners, chronisch zieken en gehandicapten, delen in de economische opleving. En dat vluchtelingen die door oorlogsgeweld van huis en haard verdreven een barmhartige Nederlandse overheid en samenleving op hun tragische pad zullen vinden. We zijn nog steeds een rijk land, een erg rijk land zelfs en dat verplicht.

Mijn fractie wenst de minister en zijn staatssecretaris Gods zegen toe in een periode waarin veel van de overheid wordt gevraagd en we zien uit naar hun beantwoording van onze vragen.

Labels
Eerste Kamer
Financiën
Peter Ester

« Terug

Nieuwsarchief > 2015 > november