Afscheid Arie Slob & speech Gert-Jan Segers op 32e partijcongres

20151121 CU Congres lowres-2157zaterdag 21 november 2015 22:05

Op het bijzondere 32e partijcongres met het thema 'Waardevol Leven' nam Arie Slob afscheid en sprak Gert-Jan Segers voor het eerst het congres toe als de nieuwe politiek leider van de ChristenUnie. Bekijk hier de foto's, terugblikvideo en speeches.

Na een ochtendprogramma dat in het teken stond van 'Waardevol Leven' nam het congres afscheid van Arie Slob. In zijn speech stond het thema 'dankbaarheid' centraal. Vervolgens was het aan Gert-Jan Segers om het congres voor het eerst toe te spreken als partijleider. 

Terugblikvideo

Terugblik partijcongres 'Waardevol Leven'

Het was vorige week zaterdag een bijzonder congres in Nijkerk. Na een ochtendprogramma dat in het teken stond van 'Waardevol Leven' nam het congres afscheid van Arie Slob. In zijn speech stond het thema 'dankbaarheid' centraal. Vervolgens sprak Gert-Jan Segers voor het eerst het congres toe als partijleider. Zijn speech, over 'Hoop', is hier te lezen: http://www.christenunie.nl/k/nl/n33079/news/view/936944/480329/afscheid-arie-slob-speech-gert-jan-segers-op-32e-partijcongres.html#.VlgHq3YveUk

Posted by ChristenUnie on donderdag 26 november 2015

Foto's

Speeches

Tekst speech Gert-Jan Segers

Hier ben ik.

Arie, dat waren jouw eerste woorden toen jij voor het eerst als politiek leider van de ChristenUnie voor het congres stond. Je was beschikbaar om te dienen, je in te zetten voor de fractie, de partij, de samenleving,je naaste, voor de God die jou geroepen heeft. En toen je die drie woorden uitsprak, kon je nog niet bevroeden wat dat je zou brengen.

Het bracht je via een telefoontje op het perron van station Zwolle, via de fractiekamer van D66, bij het Lenteakkoord.
Het bracht je bij het lijsttrekkerschap in 2012, waarbij je opnieuw zei: hier ben ik.
Het bracht je bij het woonakkoord, het zorgakkoord,
Via nachtelijke avonturen waarin sommige PvdA’ers alle zeilen moest bij zetten om je binnen te houden, bracht het je bij het herfstakkoord.En een jaar later bij het begrotingsakkoord.

Die eenvoudige woorden – hier ben ik – waren het begin van bewogen jaren waarin jij inderdaad beschikbaar was. Je zei niet: kijk mij hier eens staan. Dat heb je nooit gezegd, nooit uitgestraald. Het ging jou om anderen.
Om vergeten groepen,
om chronisch zieken, gehandicapten,
om werk voor mensen zonder werk,
om de leefbaarheid van onze regio’s,
om goed onderwijs, ook voor kinderen die misschien iets minder snel van begrip zijn.
En toen je rende met een jerrycan water in je hand, ging het jou niet om de snelste tijd maar om je naaste verder weg, je naaste in Ethiopië en Afghanistan.

En het ging je om God. Toen je die woorden sprak, sprak je ook tot God. Je wilde zijn liefde handen en voeten geven. Met zijn ogen kijken, met zijn oren luisteren, je wilde een hart als het hart van God. Je woorden waren een gebed. En God heeft dat gebed verhoord.

Dank voor je werk, je inzet, dank voor de ruimte die je Joel, Carola, Carla en mij gaf en daarvoor ook Esmé, Cynthia, Ed en Ernst. Ik hebontzettend genoten van je politieke slimheid, van je successen, maar vooral genoten dat je bleef wie je was. Arie Slob, in dienst van God en van de naaste.

Arie, dankjewel!

Beste mensen, op dit moment en op deze plek zeg ik het ook. Hier ben ik.

Arie had die woorden niet van zichzelf. Ooit zei Jesaja het ook. Toen hij God ontmoette als een met mensen bewogen God, toen sprak Jesaja die woorden. Hier ben ik, zend mij. Na hem is er een lange stoet van mensen geweest die diezelfde woorden hebben gesproken. Envandaag voeg ik me gewoon maar in die lange rij.

En al die vrouwen, al die mannen in die rij hebben een geheim. Al die mensen hebben iets bijzonders, iets waar onze tijd naar snakt. Dat is hoop. En die hoop heeft alles te maken met Degene die ook in die lange rij staat en er met kop en schouders bovenuit steekt. Jezus.

Hij is de belichaming van de hoop. Hoop dat vijf broden en twee vissen genoeg is voor een grote groep mensen die honger hebben, de hoopdat zieken worden genezen, dat het uitschot weer middenin de samenleving terugkeert en dat zelfs de dood niet het laatste woord heeft.

Toen wij in Cairo woonde, werkte Rianne in een van de vuilnisbeltwijken van de stad. Een wijk van christenen, van de allerarmsten van de samenleving. Daar woonden de mensen die het afval van 15 miljoen anderen Cairezen ophaalden, sorteerden, opaten, verbrandden of aan de varkens voerden.

Toen ik daar de eerste keer kwam, rook ik de stank, zag ik een afvalberg waarop een klein kind een stukje brood vond wat hij daarna opat. Huizen met zakken afval op de begane grond waar je de ratten en kakkerlakken omheen zag lopen. Hopeloos.

Toen we doorreden, kwamen we aan bij een christelijk schooltje. En ik zal nooit de trots en de waardigheid vergeten van de lerares die we daar spraken. Ze liet ons de mooi geverfde klaslokalen zien, schoolbanken vol kinderen en ze vertelde ons hoe dankbaar ze was voor deze plek, hoe fantastisch het was om deze kinderen les te geven.En zich in te zetten voor een betere toekomst voor deze kinderen.

Dat was de hoop. Die lerares rook dezelfde geur als ik rook. Ze zag hetzelfde afval als wat ik zag. En zij wist nog veel beter dan ik hoe ingewikkeld het was om deze kinderen uit een wijk van armoede, ziekte en viezigheid te krijgen. Maar zij had hoop. Hoop voor deze kinderen.En ook zij zei: hier ben ik, beschikbaar om te dienen.

Net als die lerares in Cairo, net als Toos Heemskerk op de Wallen, wil ik in deze gebroken wereld een hoopvolle realist zijn.

Misschien is het veel aantrekkelijker om een optimist te zijn. Dan doe je je ogen dicht als je iets vervelends ziet. En dan geloof je dat het leven een kwestie is van kansen pakken en roep je bij iedere verkiezing: en nu vooruit!

Misschien is het veel makkelijker om een pessimist te zijn. Kijk naar Parijs, Kijk naar de angst bij zoveel mensen in ons land. Kijk naar het Midden Oosten waar zoveel geweld is, waar zoveel christenen worden vervolgd of zijn vermoord.

Of dichter bij huis. Hoe kun je hoop hebben als de polarisatie toeneemt, als mensen uit wanhoop hun toevlucht nemen tot een politiek leider waarvan ze ook wel weten dat die geen echte oplossingen heeft en niet tot samenwerken met anderen in staat is?

Nog dichter bij huis. Wat heb je aan hoop als je geen enkele kans op een vast contract lijkt te hebben, als je huis onder water staat, als je eenzaam bent, als je het gevoel hebt dat je steeds meer geld moetbetalen voor steeds minder zorg?

Ik wil een realist zijn. Een realist ziet dat we een gebroken wereldhebben. Hij ziet die afvalberg in Cairo, werkloosheid hier, falend beleid. Een realist weet heel goed dat Europa op dit moment kraakt in al zijn voegen. Een realist weet heel goed dat Syrische vluchtelingen ookmoslims zijn die een cultuur en een overtuiging met zich mee brengenvan onvrijheid en onverdraagzaamheid.

Maar ik wil niet alleen maar een realist zijn. Ik wil een hoopvolle realist zijn.

En als hoopvolle realist geloof ik dat de moorden in Parijs en het intense kwaad van jihadisten niet het laatste woord hebben. Ik geloof dat het kwaad uiteindelijk geen toekomst heeft.

Juist als het er somber uitziet, als je alle reden tot pessimisme hebt, zie je vaak dat God iets moois doet. En dat doet Hij door mensen die zeggen: hier ben ik.


Mensen van Present die vervuilde huizen opknappen,
mensen van Gave die voor vluchtelingen zorgen,
door het Leger des Heils dat mensen aan de onderkant van de samenleving hulp biedt,
door De Hoop die verslaafden opvangt,
Toos Heemskerk,
door mensen van Open Doors die vervolgde christenen bemoedigen,
door al die mantelzorgers in ons land,
door die creatieve ondernemer die mensen ruimte geeft om zich te ontwikkelen, door iedereen die zijn naaste wil dienen.

En van deze mensen wil de ChristenUnie een politieke bondgenoot zijn.En samen met hen kunnen we werken aan een politiek van de hoop. Politiek die laat zien dat, ondanks van alles, dat het anders kan, beter kan en dat het beste nog moet komen.

En beste mensen, dat is wat ik wil laten zien!

Een paar weken geleden ontmoette ik Harvey Thomas. Jarenlang woordvoerder van Britse premiers in de jaren 80 en 90. Ik vroeg hem naar het verschil tussen politiek toen en politiek nu. Hij kwam met een scherpe analyse. Hij zei: wat politici toen wilden was: ‘the right thing todo’. Het hoogste ideaal van politici nu is het winnen van de volgende verkiezingen.
De politici toen hadden een idee van wat een rechtvaardige samenleving was en wat ze wilden was het goede doen. Misschien niet de keus die op het moment zelf het meeste applaus oplevert, die zich direct uitbetaalde in de volgende peiling, maar ‘the right thing to do’. En daar zijn we in onze tijd vaak ver van af.

Zo hard als politiek van de hoop nodig is, zo hard is het nodig dat er een politiek komt die in dienst staat van mensen en van de schepping. Het is de politiek van het goede leven.

Politiek is geen spel, politiek moet het zoeken zijn van vrijheid, recht en rechtvaardigheid.

Voor ons waren de onderhandelingen over het belastingplan geen politiek schaakspel. Het was geen Nederlandse aflevering van Borgen of West Wing. We hadden helemaal geen zin om anderen te slim af te zijn, wij wilden opkomen voor gezinnen, chronisch zieken, gehandicapten, zorg voor de schepping.

Na deze week waarin we moesten stemmen over het belastingplan, zou ik kunnen blijven mokken over de uiterst gebrekkige regie van het kabinet op dit punt. Maar laten we ons blijven richten op de right thingto do.
Dat zal ook de inzet zijn van Roel, Peter en Mirjam in de Eerste Kamer. Nu zij zich moeten buigen over het belastingplan.
Als een plan deugt, als we het rechtvaardig genoeg kunnen maken, dan zullen we dat blijven doen, zoals Arie dat steeds heeft gedaan. Maar als een plan mensen in de steek laat, als het niet rechtvaardig is, danwijzen we het gewoon af.

Zo zullen we ook heel concreet kijken naar de begroting van Veiligheid en Justitie. Het was een houtje-touwtje-begroting in september. Hij deugde niet. En nu is het de vraag: doet die recht aan al die mensen die bij het Openbaar Ministerie, rechtbanken en de reclassering zich inzetten voor recht en veiligheid.
En Arie, we gaan speciaal letten op de uitvoering van de motie die jij hebt ingediend om de rechtbanken in Lelystad, Almelo, Alkmaar, Assen, Dordrecht, Zutphen en Maastricht open te houden. We zullen ook dit deel van jouw erfenis bewaken, Arie!

En als ons wordt gevraagd of wij de begroting van Veiligheid en Justitie goedkeuren, waar nu terecht geld bij komt, dan komt het er op aan dat er eindelijk zicht komt op een fatsoenlijke cao voor de helden en heldinnen van de politie. Want zij zetten zich, soms met gevaar voor eigen leven, in voor onze veiligheid. En dan verdien je een goede CAO!

Zo zullen we steeds opkomen voor:
1.
Vergeten groepen: chronisch zieken, ouderen, mensen die vanwege hun geloof worden vervolgd, mensen die vanwege IS of Assad moeten vluchten
2.
Waardevol leven: kwetsbaar leven, gehandicapt leven, ongeboren leven, waardevol leven, voor Gods schepping
3.
Ruimte voor elk talent, voor de samenleving, voor gezinnen, ruimte voor geloof in de samenleving

Joel:
Voor vader Daniel die zich dag en nacht inzet om te zorgen voor de vluchtelingen in de tuin van zijn kerk in Erbil, Irak. Joel bezocht hem vier weken geleden en zei: Hij laat Gods liefde zien en hem wil ik steunen, net als Asia Bibi een christenvrouw die al 5 jaar in de gevangenis zit en vals wordt beschuldigd van blasfemie. Voor vluchtelingen en onze vervolgde geloofsgenoten, voor hen wil ik me inzetten.

Carola:
Ondernemer, die ten overstaan van zaal vol zakenrelaties aangeeft dat hij dankbaar is wat hij van God heeft ontvangen en dat in zijn werk ook handen en voeten geeft. Gezin dat in stilte mantelzorg doet en vrijwilligerswerk verricht, zogenaamde eenverdieners, maar waar in Den Haag smalend over gesproken wordt. Dat zijn - oprecht - mijn helden.

Carla:
Jens! En alle andere kinderen in vergelijkbare situatie. Meervoudig complex gehandicapt. Zware zorgvraag, maar wel thuis in het gezin. Ze passen niet in een zorghokje, maar horen er voor mij wel helemaal bij.

Eppo:
Ik doe het voor mensen die ondergewaardeerd worden: leraren, monteurs, treinmachinisten, mensen die écht wat kunnen - die écht wat bijdragen aan het draaiend houden van dit land. Laten we kinderen de waarde bijbrengen van gouden handen én gouden hoofden.

Dit zijn we, een vernieuwde fractie, en voor deze mensen doen we het. In een politiek landschap waarin het steeds lastiger wordt om elkaar te vinden, waarin tegenstellingen alleen maar groter lijken te worden, zijn wij hier. Als ChristenUnie-fractie. Beschikbaar. Als mensen van hoop. En wat we willen is ‘the right thing to do.’

Ik sluit af met Bob Goudzwaard. Ooit Kamerlid, daarna hoogleraar, maar vooral voorvechter van een rechtvaardige economie en rechtvaardige samenleving. Ik vroeg hem eens hoe hij het altijd heeft volgehouden en waarom hij nooit de moed heeft verloren. Hij wees metoen op de laatste pagina’s van de bijbel. Het allerlaatste wat Jezus daar over zichzelf zegt, is: ik ben de blinkende morgenster. En de morgenster is die heldere ster die schijnt als de nacht op zijn donkerst is en dat is ook het moment waarop de nacht niet lang meer duurt.

De morgenster is de aankondiging van een nieuw begin. Het teken van hoop. De zon komt zo op, de nacht is bijna voorbij. Het wordt een prachtige, nieuwe dag.

Labels
Gert-Jan Segers
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2015 > november