Bijdrage tweede termijn belastingplan

Portretfoto Peter Estermaandag 21 december 2015 21:03

De Eerste Kamer behandelt de laatste weken voor het kerstreces het Belastingplan 2016. Vorige week maandag en dinsdag vond de eerste termijn van dit debat plaats en vandaag, maandag 21 december, de tweede termijn. Hieronder kunt u de bijdrage van Peter Ester in tweede termijn lezen.

Voorzitter, dank aan de staatssecretaris en zijn medewerkers voor de beantwoording van de vragen van mijn fractie.

De parlementaire behandeling van het Belastingplan 2016 behoort stellig tot de wetsvoorstellen van dit kabinet die het meeste debat (gemeten in vergaderuren) vergden. En dat was ook nodig. Het Belastingplan weerspiegelt dieperliggende politieke stellingnames die te maken hebben met fundamentele opvattingen over economie, over rechtvaardigheid en over duurzaamheid. Het Belastingplan is geen aaneenrijging van fiscale ditjes en datjes, maar gaat over politieke waarden en politieke keuzes. In eerste termijn werd al duidelijk, voorzitter, dat de ChristenUnie-fractie grote problemen heeft met dit Belastingplan. De novelle brengt daar weinig verandering in. En dan gaat het juist over de onderliggende politieke waarden en politieke keuzes. De antwoorden van de staatssecretaris hebben onze twijfels niet weggenomen, althans niet op de meest aangelegen punten. Onze meetlat bestond uit vier beoordelingscriteria: is het Belastingplan verantwoord, is het realistisch, is het plan rechtvaardig en is het groen? Het eindoordeel van mijn fractie valt niet positief uit. Ook niet wat de novelle betreft. Dat betreuren wij.

Het laten oplopen van het begrotingstekort met € 5 miljard voor een pakket met een schamele en ongewisse opbrengst is al met al een te magere propositie. 35.000 banen op lange termijn - een boterzacht getal bovendien - is simpelweg te weinig en komt te laat in een situatie waarin Nederland kampt met 600.000 werklozen. Het biedt voor hen geen perspectief, zeker niet voor de meer dan 250.000 langdurig werklozen onder hen. Bij een investering van € 5 miljard moet een hogere en snellere  opbrengst de inzet zijn. Het aantal banenplannen van dit kabinet is inmiddels nauwelijks meer te overzien: het Energieakkoord met 15.000 banen, het Sociaal Akkoord met 125.000 banen, het Natuurpact met 40.000 banen, het Zorgakkoord met 40.000 banen en dan laat ik er nog een paar achterwege. Met al deze banenplannen verrast het dat we überhaupt nog werkloosheid hebben. De novelle voegt niets toe aan het creëren van banen. Het CPB meldt - bijna tongue-in-cheek - dat de novelle “een marginaal positief effect op de werkgelegenheid heeft van afgerond 0,0%”. Een zin die parlementaire geschiedenis mag schrijven. De staatssecretaris voegt daar behendig aan toe, ik citeer: “Het vijfmiljardpakket levert dus op termijn ook met de novelle nog steeds 35.000 extra banen op.” Het soort zinnen dat je schrijft als je eigenlijk minder banen had verwacht.

De ChristenUnie-fractie is - het Jozefprincipe indachtig - van mening dat we zonder een fundamentele en goed doordachte hervorming van ons belastingstelsel geen € 5 miljard moeten rondpompen. Het is geld dat we ongevraagd lenen van de volgende generatie en dat onze nationale schuld verder doet oplopen. Wij delen de zorgen van de Raad van State op dit cruciale punt. Het kabinet maakt in het zicht van de verkiezingen goede sier met geld dat het niet in kas heeft. Veel beter was het geweest dit geld te reserveren voor een echte stelselherziening die de juiste balans zoekt tussen betaalde arbeid en onbetaalde zorg, tussen gezin en individu, tussen consumptie en milieubelasting. Mijn fractie gunt iedere Nederlander een douceurtje, maar wel als we onze economie op orde hebben en daarbij de juiste prioriteiten stellen. Nu riekt het naar electoraal opportunisme. De zeer onzekere en hachelijke internationale politiek-economische context vereist dat we onze financiële buffers op orde brengen en vooral houden.

Het Belastingplan is niet alleen onverantwoord in onze visie, maar ook onrechtvaardig. Eenverdieners, mensen die onbetaalde zorg verlenen aan familie en naasten, chronisch zieken en gehandicapten, uitkeringsgerechtigden en sommige ouderen komen er bekaaid af. Vergeten groepen. Betaalde arbeid is al wat de klok slaat; onbetaalde arbeid wordt door dit kabinet niet gewaardeerd. De novelle bekrachtigt dit primaat. Wij houden de staatssecretaris aan zijn mooie woorden om bij de voorbereidingen van het Belastingplan 2017 te bezien hoe de fiscaal netelige positie van eenverdieners kan worden recht gedaan. De motie-Schalk mag niet uit beeld verdwijnen. Wij zullen de staatssecretaris nadrukkelijk op dit punt blijven volgen.

Het Klimaatakkoord, voorzitter, vergt ook van Nederland veel doortastender beleid. Ook slagvaardig fiscaal beleid is nodig om de noodzakelijke verduurzaming en vergroening van onze economie te versnellen. De staatssecretaris, zo blijkt telkens weer, heeft dit niet echt scherp op zijn netvlies en schiet te rap in een problematiseringsmodus. Veel milieuprikkels, zo stelt hij, zijn niet effectief. Het antwoord op deze stelling is natuurlijk niet dat we daarom het werken met fiscale prikkels achterwege moeten laten, maar al onze energie in het ontwerpen van efficiënte milieuprikkels moeten stoppen. Dan doen we de Schepping en de belangen van komende generaties werkelijk recht. Mijn fractie is blij dat het akkoord met D66 vergroeningsimpulsen biedt. Al moet gezegd dat het hier afspraken betreft - met uitzondering van de intensivering van energiebesparende maatregelen - die eerst na 2016 tot mogelijk resultaat leiden. Bovendien gaat het om maatregelen, bijvoorbeeld de uitfasering van kolencentrales die (hoe belangrijk ook) niet direct de fiscaliteit raken. Ook de mogelijke verruiming van het gemeentelijk belastinggebied is vooralsnog fiscale toekomstmuziek.

Het Belastingplan 2016 is verworden tot een fiscale grabbelton waarin iedereen van het kabinet wat strooigoed krijgt toebedeeld, maar dan vooral in de hoek van de werkenden. Tegelijk verdwijnt de zo noodzakelijke belastinghervorming achter de horizon. En daar zit de echte gemiste kans. De kans namelijk om de Nederlandse economie werkelijk sterker te maken.

Het Belastingplan is te weinig verantwoord, te onrechtvaardig, te weinig groen, maar ook te weinig realistisch. Dat geldt met name de geclaimde banenopbrengst. Ik ben daar vorige week uitvoerig op ingegaan. Ook wat de techniek van de berekeningsmodellen aangaat. Ik zal dat niet overdoen. Het is goed met elkaar gedeeld te hebben dat we terughoudend moeten zijn in het politiek cashen van banenprognoses van het CPB. Den Haag moet niet aan de haal gaan met de werkgelegenheidsberekeningen van het Planbureau. Het Bureau zelf zal de eerste zijn om dit te beamen.  Zoals ik vorige week zei: modellen zijn modellen en politiek is politiek. Mijn fractie heeft alle waardering voor onze nationale rekenmeesters en hun onafhankelijke positie. Maar zij kunnen niet anders dan roeien met de riemen die ze hebben. Ik verwijs ook naar het interview met CPB-directeur Laura van Geest in het Reformatorisch Dagblad van afgelopen zaterdag. De CPB arbeidsaanbodmodellen zijn gebaseerd, zo blijkt, op data uit de jaren 2006-2009. Deze jaren beslaan slechts ten dele de economische crisis. Uit het antwoord van de staatssecretaris op mijn schriftelijke vraag daarover blijken meer recente data voorhanden. Om het debat over banenprognoses een actueler en realistischer fundament te geven, met name rond de impact van werkloosheidsontwikkelingen, wil ik, ter afsluiting, een motie indienen over de broodnodige actualisering van de prognosemodellen.

De Kamer,

gehoord de beraadslagingen,

constaterende, dat het CPB een vernieuwd MICSIM-model heeft geïntroduceerd en met behulp van dit model diverse arbeidsmarktstudies heeft gepubliceerd;

constaterende, dat de arbeidsaanbodelasticiteiten in het MICSIM-model zijn geschat op basis van data die betrekking hebben op de periode 2006-2009;

overwegende, dat het CPB stelt dat vanwege de geringe onvrijwillige werkloosheid in de periode 2006-2009 deze daarom een marginaal neerwaartse invloed heeft gehad op de arbeidsaanbodelasticiteiten in het MICSIM-model;

overwegende, dat de onvrijwillige werkloosheid thans beduidend hoger is dan in de periode 2006-2009;

overwegende, dat blijkens de memorie van antwoord (34 302 G) het CPB inmiddels over meer recente data beschikt;

verzoekt de regering het CPB te vragen de meest actuele data te verwerken in het MICSIM-model en deze te benutten in arbeidsmarktstudies en berekeningen van werkgelegenheidseffecten van voorgenomen overheidsbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ester

Labels
Eerste Kamer
Financiën
Peter Ester
Werkgelegenheid

« Terug

Reacties op 'Bijdrage tweede termijn belastingplan'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2015 > december