Opzeggen verdrag met Marokko logische stap

Portretfoto Peter Esterdinsdag 16 februari 2016 14:00

Vandaag - 16 februari - debatteert de Eerste Kamer over het voornemen om het socialezekerheidsverdrag met Marokko op te zeggen. Voluit het wetsvoorstel 'Goedkeuring voornemen tot opzeggen Algemeen Verdrag en Administratief Akkoord inzake sociale zekerheid met Marokko'. Senator Peter Ester: "Toen Marokko na vijf jaar onderhandelen over modernisering van dit verdrag in de eindfase de eis op tafel legde ook uitkeringen toe te kennen in de Westelijke Sahara, een de facto door Marokko bezet gebied, kon de minister weinig anders dan hier niet mee akkoord gaan. Het eenzijdig opzeggen van een verdrag is geen sinecure, maar in dit geval wel een logische stap."

Lees hier de volledige bijdrage van Peter Ester.

Voorzitter,

De Eerste Kamer nam bijna vier jaar geleden de Wet Woonlandbeginsel in de sociale zekerheid aan. De ChristenUnie-fractie steunde deze wet. Het woonlandbeginsel houdt - naar bekend - in dat de hoogte van een uitkering voor landen buiten de EU wordt afgestemd op het kostenniveau van het land waar de belanghebbende of het kind woont. Dat leek en lijkt ons alleszins redelijk en acceptabel. Ik zal onze argumenten hier nu niet herhalen. We zijn dit stadium in het debat immers gepasseerd.

Toepassing van de Wet Woonlandbeginsel impliceerde aanpassing van bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Ons hoogste rechtscollege constateerde daarbij dat de wet strijdig is met het verdrag met Marokko. Onderhandelingen met Marokko - die maar liefst vijf jaar in beslag namen - leidden evenwel niet tot het gewenste resultaat, het overleg werd afgebroken en in het licht daarvan verzocht de Tweede Kamer de regering bij monde van de aangenomen motie  Schut-Welkzijn/Dijkgraaf  een wetsvoorstel in te dienen om het verdrag met Marokko op te zeggen. De ChristenUnie-fractie aan de overkant steunde deze motie. Dit wetsvoorstel, aangenomen door de Tweede Kamer, ligt nu voor.

Voorzitter, het eenzijdig opzeggen van een bilateraal verdrag is geen geringe kwestie. Een verdrag zeg je niet zo maar op. Zeker niet met een land waarmee zo vele landgenoten zich verbonden weten. Het gaat daarbij om een gevoelige materie. Mijn fractie betreurt dat het zover heeft moeten komen. Een akkoord leek immers binnen bereik, zoals de minister in zijn brief van 29 september en 23 november vorig jaar nog aangaf. Een luttel aantal weken later spatte de droom evenwel uiteen, omdat Marokko plots de aanvullende eis stelde dat de export van sociale zekerheidsuitkeringen zou moeten worden uitgebreid naar de Westelijke Sahara. Nederland kon terecht niet aan deze eis voldoen, omdat dit gebied volgens internationaal recht niet tot het grondgebied van Marokko behoort en Marokko dus ook niet de bevoegdheid heeft om namens de Westelijke Sahara verdragsverplichtingen aan te gaan. Het gaat de facto om bezet gebied. Een onacceptabele eis dus. Ook gezien de uitspraken van de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof over de Westelijke Sahara. Bovendien werd deze eis ingebracht op een moment dat een akkoord in het verschiet lag. Ik begrijp uit de uitlatingen van de minister in de Tweede Kamer dat zelfs de handtekeningen al waren gezet. De ChristenUnie-fractie kan navoelen dat Nederland de onderhandelingen rond dit dossier beëindigde en de weg effende naar opzegging van het bilaterale verdrag met Marokko.  

Voor mijn fractie is bij de weging van het voorliggende opzeggingsvoorstel cruciaal of het proces naar de aanloop ervan naar behoren is verlopen. Heeft de regering werkelijk alles gedaan om de onderhandelingen met de Marokkaanse regering tot een succes te maken? Dat was ook de reden waarom de ChristenUnie-fractie in de schriftelijke vragenronde onze regering verzocht om een korte reconstructie van met name de laatste fase van het onderhandelingsproces, waarin het breekpunt rond de Westelijke Sahara onverwacht aan Marokkaanse zijde opdook. Indien we deze reconstructie voegen bij het overzicht van het onderhandelingsproces, zoals dat is opgenomen in de Nota naar aanleiding van het verslag van 8 mei 2015, de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 15 december eind vorig jaar en het Verslag van een schriftelijk overleg van 13 januari jl., dan komt mijn fractie tot de conclusie dat Nederland de onderhandelingen correct heeft gevoerd. Uit de reconstructie kan voorts worden afgeleid dat Nederland, ik citeer, “verzachtende maatregelen en langere overgangstermijnen” heeft geboden. Kan de minister deze maatregelen en termijnen nader duiden?

Bij dit alles ligt wel de vraag voor of de regering niet eerder signalen had ontvangen dat Marokko de kaart van de Westelijke Sahara zou spelen. Was het inderdaad een donderslag bij helder hemel? Hoe heeft Marokko het zover kunnen laten komen? Ook zij hebben immers geen baat bij opzegging van het verdrag. Kan de minister hier op ingaan? De regering zag zich genoodzaakt de onderhandelingen te staken. Impliceert dit dat er geen enkele rek zat in de opstelling van Marokkaanse zijde en dat er sprake was van een eindbod? Heeft de regering nog alternatieven overwogen? Ook hier graag een reactie van de minister.

Voorzitter, mijn fractie is bezorgd over de verdere gang van zaken. Is de minister nu nog in gesprek is met zijn Marokkaanse collega over de verdragsopzegging, wellicht via diplomatieke of informele kanalen, of is er sprake van algehele communicatiestilstand over en weer in dit dossier? Ziet de minister nog mogelijkheden of ligt het eindspel nu achter ons? Gaat de periode tussen nu en de uiterlijke opzegdatum van 1 juli a.s. nog op enigerlei wijze benut worden? Deze datum is mede ingegeven door de mogelijkheid van een raadgevend referendum. Het moet mijn fractie van het hart dat het ideeëngoed van het referendum op nu wel geheel eigen wijze het wetgevingstraject gaat bepalen.

De reikwijdte, voorzitter, van de beoordeling van dit wetsvoorstel gaat verder dan alleen de kwestie van de Westelijke Sahara. We moeten ook de geopolitieke dimensie meewegen, de gevolgen van de opzegging van het verdrag voor onze samenwerking met Marokko op andere gebieden. Ik noem de controle op fraude met andere socialezekerheidsuitkeringen, de handelsrelaties, de economische en ontwikkelingssamenwerking, de vluchtelingenproblematiek en de bestrijding van internationaal terrorisme. Dat maakt de zaak er niet eenvoudiger op en plaatst ons voor dilemma’s. Kan de minister de ChristenUnie-fractie schetsen hoe het kabinet deze finale afweging heeft gemaakt en vooral wat daarbij het zwaarste woog? Hoe viel de risicoanalyse uit en wat denkt de minister te doen aan “damage-control” met betrekking tot onze banden met Marokko?

Maar bovenal gaat het in deze fase om de wijze waarop we in dit dossier omgaan met onze eigen Marokkaanse gemeenschap. Mijn fractie hecht er zeer aan dat, mocht dit wetsvoorstel worden aangenomen, de regering helder communiceert met onze Marokkaanse landgenoten over de effecten van het voorstel voor kinderbijslag, kindgebonden budget en zorgkosten. Kan de minister mijn fractie toezeggen dat er een serieus voorlichtingstraject wordt opgezet richting de Marokkaanse gemeenschap? Dat het gesprek wordt aangegaan? De onzekerheid is, naar blijkt, groot en goede communicatie en voorlichting is geboden. Deze toezegging is voor mijn fractie belangrijk voor ons finale oordeel over het wetsvoorstel.

Voorzitter, ter afsluiting nog een vraag over het Associatiebesluit tussen de EU en Marokko. Een besluit dat nadrukkelijk aan de orde is. Verwacht de minister nog dit jaar dat het besluit door de Commissie zal worden voorgelegd aan de Raad? En daarbij uiteraard de vraag of hij heeft meegekregen of ook hier de Westelijke Sahara een rol speelde in de besprekingen met Marokko. Maar voor mijn fractie gaat de vraag nog een stap verder. Stel dat het Associatiebesluit wordt bekrachtigd, overruled dit dan het voorliggende wetsvoorstel mocht het vanavond door dit Huis gesteund worden? Indien het antwoord positief is, wat impliceert dit dan voor onze nationale zelfregie op het terrein van de sociale zekerheid? Ook waar het gaat om dit parlementair debat vandaag over het opzeggen door Nederland van het bilateraal verdrag met Marokko?

Mijn fractie ziet uit naar de antwoorden van de minister.

Labels
Eerste Kamer
Peter Ester

« Terug

Nieuwsarchief > 2016 > februari