'Het komt aan op leiderschap' (Column Eppo Bruins in KaderPrimair)

20160330-CU-Kerels-voor-de-klas-hires-7535vrijdag 09 september 2016 18:58

Als nieuwe onderwijswoordvoerder van de ChristenUnie heb ik mijn eerste half jaar in de Tweede Kamer volgeplempt met werkbezoeken aan scholen.

Ik wil spreken met mensen van de werkvloer. Mensen die weten waar het over gaat in het onderwijs omdat ze het dagelijks aan den lijve ondervinden. Als je met een lobbyist of een bestuurder praat krijg je per slot van rekening altijd een soort 'gemiddelde mening' voorgeschoteld.

Ruwweg kom ik in mijn werkbezoeken twee typen van leraren tegen: ontgoochelde leraren ('ik denk niet dat ik dit nog vijf jaar volhoud') en energieke leraren ('het mooiste beroep van de wereld!). De manier waarop zij hun werk beleven verschilt enorm, terwijl ik niet echt een verschil kan ontwaren in de leerlingen waaraan zij lesgeven of de collega's met wie ze samenwerken.

Een paar maanden geleden zag ik een Facebook-berichtje van zo'n ontgoochelde juf: 'Vanmiddag weer een toets afnemen. Blijkt dat ik die toch moet analyseren en acties moet formuleren. Daar gaat weer een zaterdagochtend!'. Ik heb haar gevraagd of ze wist waarom ze dat moest doen. Dat wist ze niet.

'Dan zou ik het niet doen', zei ik.

'Het moet van de directeur', antwoordde ze.

'Waarom wil je directeur het?'

'Weet ik niet. Zal wel van de inspectie moeten.'

En daarmee was wat haar betreft het antwoord gegeven.

De volgende dag zag ik staatssecretaris Dekker op de televisie. Het ging over de toegenomen regeldruk bij leraren. Tot veler verbazing riep de staatsecretaris de leraren op tot rebellie: 'Leraren, stop met overbodige administratie. Doe niets wat volgens jou niet bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs.'.

Vervolgens heb ik de Inspectie gevraagd waarom ze dan zo moeilijk doen. Maar ook daar wordt gezegd dat scholen vooral geen administratie moeten voeren die niet bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs. Ook de Inspectie wil geen onnodige administratie opleggen en juist graag met de scholen willen meedenken. Dat moeten alle inspecteurs in hun oren knopen. Zo ben ik iedereen afgegaan en heb ik gevraagd ‘vormen jullie nou de blokkade? En iedereen zegt’: ‘Nee aan mij ligt het niet.’ Blijkbaar zit in het systeem de gedachte ingebakken ‘ik moet van alles’.

Terug naar de twee types leraren. Ik heb toch een verschil ontdekt in de omgeving. De energieke leraren hebben zonder uitzondering een schoolleider waar hij of zij trots op. Deze leraren vertellen hoe blij ze zijn met hun directeur. Vaak in een bijzinnetje: ‘Ja, maar we hebben het ook wel erg getroffen met onze directeur, hoor.’ Zo’n schoolleider geeft de leraren vrijheid en houdt ze uit de wind bij de Inspectie, is creatief in het zoeken naar wat mag en wat kan. Op scholen waar de sfeer goed is, heb je vaak een directeur die de Inspectie in de ogen durft te kijken en te zeggen waar hij de leraren wel en niet mee lastig wil vallen. Ik merk bovendien dat de Inspectie het helemaal niet erg vindt om een mondige directeur tegenover zich te hebben.

Het komt dus aan op leiderschap in het onderwijs. Het belang en de betekenis van leiderschap is onderbelicht. Stevige schoolleiders zijn nodig die duidelijk maken wat onduidelijk is. Die ouders aanspreken wanneer er onredelijke eisen worden gesteld. Die een oplossing bieden wanneer de druk te hoog wordt. Die een team met diversiteit (vrouwen én mannen) samenstellen waarin men oog heeft voor de ander. Schoolleiders die ook het moeilijke gesprek durven aan te gaan met de opgebrande docent die allang iets anders had moeten zoeken.

Leiderschap, het komt zo gemakkelijk uit je mond. Maar zo moeilijk uit je handen. Het is hét verschil tussen goed onderwijs en matig onderwijs.

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari