Bijdrage Joël Voordewind aan de Begroting Defensie

woensdag 16 november 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind aan een plenaire begrotingsbehandeling met minister Hennis-Plasschaert van Defensie

Onderwerp:   Begroting Defensie

Kamerstuk:    34 550 - X    

Datum:           16 november 2016

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Onder deze minister is er een kentering in gang gezet wat betreft de neerwaartse lijn in de Defensiebegroting. Daar heeft zij zich voor ingezet, maar ook een aantal constructieve oppositiepartijen heeft dat gedaan, waaronder de SGP, D66 en mijn eigen partij.

Het percentage van het bruto binnenlands product van de Defensiebegroting is de afgelopen 25 jaar wel gehalveerd. Dat is schokkend om te constateren. Na de economische crisis van 2008 was Defensie al helemaal een post waar je zonder al te veel maatschappelijk protest flink op kon korten, bleek wel. We zijn nu aanbeland op een percentage van 1,1 van het bruto binnenlands product, terwijl de NAVO-norm zoals bekend 2 is. De gebeurtenissen op het wereldtoneel in de laatste jaren geven ook alle aanleiding om die kentering naar boven in te zetten. Ik doel op de spanningen met Rusland aan de oostgrens van de NAVO, IS et cetera. De bedreigingen zijn bekend. Maar die kentering is wel wat laat gekomen, vooral als de eigen minister zegt dat het zelfs moeite kost om het eigen grondgebied te verdedigen. Want volgens haar is sprake van beperkingen in de gereedheid. Welke beperkingen zijn dat precies?

De Algemene Rekenkamer spreekt van een niet vol te houden wissel die Defensie op zichzelf trekt. De disbalans tussen de ambities en de middelen is volgens de Rekenkamer zelfs structureel. Aan deze situatie moet dan ook een einde komen, volgens de ChristenUnie. Wij willen dan ook dat er, naast de 300 miljoen die het kabinet al beschikbaar stelt, meer geld komt: 200 miljoen erbij; wij doen dat middels een amendement. Dat is hard nodig, als je terug wilt naar het Europese NAVO-gemiddelde, dat ongeveer 1,43% is. Dan moet je nu al geld gaan bijplussen. Dat zouden we eigenlijk in stappen van 500 miljoen moeten gaan doen. Vandaar de 200 miljoen extra; met de bedragen van het kabinet kom je dan op 500 miljoen. De verkiezing van Donald Trump in Amerika geeft daar alle aanleiding toe. Hij heeft gezegd: America First. Europa moet veel meer gaan betalen voor zijn eigen defensie. We weten dat Amerika op dit moment 71% van de NAVO-begroting betaalt. Het is daarom heel reëel dat de Kamer hierom vraagt.

Zolang die grote kentering omhoog nog niet het geval is, moeten we scherper gaan kijken naar de missies die we hebben. De Rekenkamer stelt dat ook. Heeft dat al consequenties voor de lopende missies en voor nieuwe missies, of voor verlenging van bestaande missies? Over de missie in Mali heeft de minister gezegd dat Nederland zich die luchtsteun niet meer kan veroorloven; dat moet door een ander land worden uitgevoerd. In de wandelgangen wordt gesproken over Duitse luchtsteun van onze mannen en vrouwen in Mali. Kan de minister daar al iets over zeggen? Heeft zij inmiddels de zekerheid van de Duitsers en dus ook van het Duitse parlement gekregen dat die militaire helikopters er ook komen? In dit licht vraag ik de minister, een onderzoek te doen naar de gevolgen van onze missies voor de gereedstelling van het gehele Defensieapparaat. Hoe eten we als het ware dat apparaat op? We hebben hierover in het verleden vaak gesproken, maar het is wel goed om dat inzichtelijk te krijgen. Hierover zijn al eens vragen aan de Rekenkamer gesteld; misschien moeten we dat herhalen. Ik vraag dat hier aan de minister. Ziet zij nog mogelijkheden om het Defensieapparaat op andere, innovatievere manieren te laten bijdragen aan missies, bijvoorbeeld door de expertise op het gebied van cyber security te vergroten en in te zetten?

Ik zei het al: de NAVO staat onder druk, er zijn verschillende bedreigingen. Maar die kunnen ook van binnenuit komen. Als we kijken naar Turkije, heb ik net begrepen dat mevrouw Piri, Europees rapporteur van het Europees Parlement, de toegang tot Turks grondgebied is geweigerd. Dat is een bizarre zaak. We zien ook dat de interne repressie in Turkije alleen maar toeneemt, dat wordt gedreigd met de herinvoering van de doodstraf in Turkije, maar ook dat Turkije eigenlijk onze bondgenoten in Syrië en Irak aanvalt, milities die wij steunen. Denk aan de Koerden, maar ook aan de Arabische en christelijke milities, die heel effectief werk doen richting ISIS.

Ik vraag ook weer aandacht voor het thuisfront. De thuisfrontcheck is er op initiatief van de ChristenUnie gekomen. Daaruit blijkt dat toch nog een derde van de partners tijdens de uitzending een hoge mate van stress ervaart. Van het uitgezonden personeel geeft 11% aan een serieus probleem te ervaren. Dat is aanzienlijk. Veel van deze problematiek is inherent aan de uitzendingen. Dat realiseer ik me heel goed. Dat is onontkoombaar. Welke mogelijkheden ziet de minister nog om het thuisfront beter te bedienen? Ik denk dan met name aan mogelijkheden voor betere communicatie.

Er is al gesproken over het AOW-gat. Daar zijn moties over ingediend, en naar ik heb begrepen ook een amendement. We wachten de reactie van de minister daarop af. We hebben als Kamer altijd nog mogelijkheden om daar reparatiewerkzaamheden aan te verrichten. Ik denk dan aan de motie van de heer Knops.

Ten slotte nog iets over de geestelijke verzorging. Ook deze dienst heeft te maken gehad met de reorganisatie en inkrimping, net als de rest van Defensie. Het principe dat bij die reorganisatie in acht is genomen, is begrijpelijk. Het verbindt het aantal geestelijke verzorgers nu aan het aantal compartimenten binnen de krijgsmacht. Nu er een nieuwe eenheid bij de Koninklijke Marechaussee wordt opgericht, wil ik de minister vragen of zij als er meer ruimte komt bij Defensie, ook wil kijken naar de financiën van die geestelijke verzorgers, juist bij die nieuwe hoge risicobeveiligingseenheid bij de Koninklijke Marechaussee. Is de minister daartoe bereid?

De heer Grashoff (GroenLinks):
Ik hoor een heel mooi betoog van de heer Voordewind, maar er is één thema dat volledig omzeild wordt en dat is dat van de Europese samenwerking. Dat vind ik heel vreemd. Is de heer Voordewind nu serieus van mening dat het adagium van het verdedigen van het eigen grondgebied op dat postzegeltje op de wereld, een reëel perspectief is of is hij het met mij eens dat daar eigenlijk al in de Tweede Wereldoorlog van bewezen is dat dat niet effectief is in het licht van de technologische ontwikkeling van oorlogsvoering?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik heb daarop een heel duidelijk antwoord. Als Europese samenwerking mogelijk is, moeten we dat doen. Daar kun je inderdaad een meerwaarde mee behalen, maar tegen een Europees leger zeggen wij heel duidelijk nee.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Dit is een interessante discussie die heel erg gaat over dat midden tussen het zelf doen, de palissade van de PVV, het dorpje van Asterix, versus dat Europees leger. Ik vind het bijzonder dat de ChristenUnie daar eigenlijk helemaal geen positie in kiest.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik heb net toegelicht dat wij voor Europese samenwerking zijn daar waar dat mogelijk is. Sterker nog, wij doen op dat punt verschillende voorstellen in ons verkiezingsprogramma. Maar ik mag toch hopen dat ook GroenLinks de soevereiniteit en de beslissingsbevoegdheid wanneer je je eigen mensen inzet en de risicoafweging daarbij, wil behouden, ook in de toekomst. Als GroenLinks voor een Europees leger is, dan moeten we vrezen dat die soevereiniteit van lidstaat Nederland echt gaat wegvallen. Ik hoop niet dat GroenLinks die kant op wil.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

« Terug

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari