Bijdrage Eppo Bruins aan algemeen overleg Landbouw- en Visserijraad op 12 en 13 december 2016

woensdag 07 december 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Eppo Bruins aan een algemeen overleg met staatssecretaris van Dam van Economische Zaken

Onderwerp:   Landbouw- en Visserijraad op 12 en 13 december 2016

Kamerstuk:    21 501 - 32   

Datum:           7 december 2016

De heer Bruins (ChristenUnie): Voorzitter. Steeds meer en steeds beter zijn vissers en natuurorganisaties met elkaar in gesprek om zich gezamenlijk in te zetten voor gezonde visbestanden. Er is een toekomst voor duurzame visserij, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat de visserij ook de kans krijgt om zich op die toekomst voor te bereiden. Het tijdschema voor de aanlandplicht is simpelweg te krap. Is de Staatssecretaris bereid om samen met zijn Europese collega’s te praten over een werkbare fasering van de aanland-plicht? Gezien de lange looptijd van de procedures moet er nu worden gehandeld door de Staatssecretaris, anders gaat het vastlopen in de sector.

De visserijsector innoveert volop, maar de aanlandplicht komt sneller dan innovaties kunnen worden ontwikkeld. Daarom hebben mijn collega Dik-Faber en ik bij de EZ-begrotingsbehandeling een amendement ingediend om de innovaties te versnellen. Dit amendement komt morgen in stemming. Daarnaast staan allerlei hindernissen en regels innovatie in de weg. Zo valt gevangen vis opeens onder de regelgeving voor proefdieren wanneer ze worden gebruikt om overleving vast te stellen. Is de Staatssecretaris bereid om in een open gesprek met visserijorganisaties en natuurorganisaties te inventariseren welke regelgeving het innoveren in de weg staat en wat een realistisch tempo van innoveren is?

Volgend jaar is Nederland voorzitter van de Scheveningengroep, een unieke kans voor Nederland om zich als gidsland te laten zien, zeker ook omdat de Engelse visserij er heel anders in zit met de komst van de brexit. Ik verwacht dat de Staatssecretaris een groot deel van volgend jaar nog op zijn post zal zitten. Hoe gaat hij gebruikmaken van deze unieke positie om een gelijk speelveld te borgen?

Alles in ogenschouw nemend – de brexit en de hindernissen in regelgeving wanneer de sector wil innoveren – roept de ChristenUnie de Staatssecretaris op om de implementatie van de aanlandplicht op te schorten gedurende het brexitproces en zo te werken aan een realistische infasering van de disgard ban.

In de tussentijd moeten er ook nog een hoop andere dingen geregeld worden. Er zijn aanwijzingen dat de bestanden voor tarbot en griet toenemen, maar tegelijkertijd knellen de quota voor deze soorten. Er zijn ook nieuwe wetenschappelijke gegevens die het wenselijk maken om een tussentijdse benchmark te laten uitvoeren via de International Council for the Exploration of the Sea (ICES). Is de Staatssecretaris bereid om bij de komende Raad een tussentijdse benchmark via ICES te bepleiten en af te spreken dat een mogelijke positieve uitkomst van die benchmark kan leiden tot hogere vangstquota in 2017 en wellicht ook tot een correctie met terugwerkende kracht over 2016?

Op de website van de Nederlandse Vissersbond las ik dat er een akkoord is tussen de EU en Noorwegen over de maximaal toelaatbare vangst in 2017 voor de gedeelde bestanden in Noordzee en Skagerrak. Ik las daar ook dat de Staatssecretaris zich wil inzetten voor een verruiming van de quota voor de Noordzeetong van minimaal 15%. Dat is mooi, maar zoals de Staatssecretaris weet, zijn er meerdere manieren om de maximaal toelaatbare vangst te bepalen, zoals de beheerplannen, de voorzorgsbenadering en de FMSY (Fish Mortality Sustainable Yield). De Europese Commissie hanteert vanaf 2017 de FMSY-benadering. Voor schol was dat al de basis. Is de Staatssecretaris bereid om deze benadering consequent toe te passen en ook bij Noordzeetong FMSY als vertrekpunt te nemen? Dit betekent dan dat de Staatssecretaris in de Raad niet zal pleiten voor een verhoging van minimaal 15%, maar voor een verhoging van 34% van de maximale vangst voor tong.

Ik eindig graag positief. Ik wil de Staatssecretaris complimenteren met zijn inzet rondom het kwekersrecht. De volgende stap moet nu zijn dat het Europees Octrooibureau zijn werkwijze en zijn interpretatie van de wetgeving ook daadwerkelijk wijzigt. Hiervoor moeten de Europese lidstaten samen optrekken. Ik vraag de Staatssecretaris erop aan te dringen dat nu ook echt gecontroleerd gaat worden of de interpretatie van de wetgeving daadwerkelijk de gewenste werking heeft. Dat kan bijvoorbeeld via de jaarlijkse rapportage die moet plaatsvinden volgens artikel 16c van de Biotechrichtlijn. Is de Staatssecretaris bereid om hierop aan te dringen tijdens de komende Raad?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

« Terug

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari