Bijdrage Carola Schouten aan de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

dinsdag 06 december 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten aan een plenaire begrotingsbehandeling met minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Onderwerp:   Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Kamerstuk:    34 550 - XV  

Datum:           6 december 2016

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. Als we zo het debat horen, zou je bijna denken dat er verkiezingen aan komen. Ik kan me nog herinneren dat de minister bij zijn aantreden in 2012 zei "Ik doe één belofte, ik zeg één ding tegen mensen. Dat is: ik ben Lodewijk en ik ga u teleurstellen." Als we dan de inbrengen van deze avond horen, kunnen we in ieder geval constateren dat hij zich aan die belofte heeft gehouden. Maar dat terzijde.

Er hangt urgentie in de lucht. Er is een zucht naar concrete veranderingen. We merken het aan de politieke ontwikkelingen in de wereld, de opkomst van het populisme en de grondtonen van de naderende verkiezingscampagnes. Ons land staat op een kruispunt. We kunnen de komende jaren ronddolen op de weg van het populisme, een weg van wanhoop waarop we ernstig kunnen verdwalen. Maar we kunnen ook de weg van hoop bewandelen, een weg van vertrouwen, van bedachtzame stappen op weg naar verandering, met een constructieve opstelling maar ook een fel moreel debat, als dat nodig is. Daar zou de politiek over moeten gaan wat mij betreft. En dat is niet zomaar een weg van woorden. Tegenover het wantrouwen in onze samenleving moeten wij concrete daden van vertrouwen kunnen plaatsen. Dat is onze taak, ook bij deze begrotingsbehandeling van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hier moeten concrete keuzes gemaakt worden die mensen helpen, met daden om onze arbeidsmarkt beter te maken, onze economie eerlijker en onze gezinnen sterker.

Deze bewindspersonen zijn de afgelopen vier jaar begonnen met grote ambities. De minister had de droom om de arbeidsmarkt eerlijker te maken, en wij met hem. De minister heeft daar ook hard aan gewerkt. Onder lastige omstandigheden, dat erken ik. Maar ergens onderweg lijkt de ambitie te zijn uitgedraaid op een surplace tussen PvdA en VVD, tussen coalitie en oppositie, tussen werkgevers en werknemers. Als politiek zijn wij er onvoldoende in geslaagd om een aantal grote problemen op te lossen. Natuurlijk, economisch gaat het beter. Maar tegelijkertijd zijn er mensen die daar te weinig van merken, van wie we de problemen nog onvoldoende hebben kunnen oplossen. Op de arbeidsmarkt is het nog altijd lastig om een vast contract te krijgen. Het verschil tussen tijdelijke en vaste contracten, tussen flex en vast, is onvoldoende kleiner geworden. Het is nog niet gelukt om de zorgen van gepensioneerden weg te nemen, niet alleen de zorg voor hun eigen pensioenen maar ook voor die van hun kleinkinderen. Het is nog niet gelukt om zzp'ers in staat te stellen genoeg opdrachten binnen te krijgen nu de onzekerheid groter is geworden of zij en hun opdrachtgevers risico's lopen. Het is nog niet gelukt om het voor bedrijven makkelijker te maken om mensen in dienst te nemen door de lasten te verlagen of bijvoorbeeld door de regels rond loondoorbetaling bij ziekte aan te passen. Het is niet gelukt om tot een nieuw belastingstelsel te komen dat bijvoorbeeld gezinnen in staat stelt om opvoeding, werk en zorg te combineren.

In 2017 zullen we echt met oplossingen moeten komen voor de uitdagingen op de arbeidsmarkt en in onze economie. Er moeten duidelijke keuzes gemaakt worden. Er liggen nu allerlei verkiezingsprogramma's die hopelijk tot resultaten zullen leiden, maar ik denk dat de politiek en de polder — en dat hebben wij vanochtend ook samen met collega Heerma betoogd — daarbij moeten samenwerken. Ik hoop dat werkgevers- en werknemersorganisaties met de politiek meedenken en met echt gezamenlijk gedragen oplossingen zullen komen. Volgens mij is dat een verstandige en constructieve weg naar breed draagvlak voor oplossingen voor al de situaties en de mensen die ik net noemde.

Dat lang niet iedereen meeprofiteert van de aantrekkende economie, merkte ik ook gisteren. Ik was in de omgeving van Zwijndrecht. Heel concreet: ik was op bezoek bij het bedrijf Heerema. Daar verdwijnen 350 van de 750 banen. Tegelijkertijd valt Nedstaal om en gaat IHC Caland banen schrappen. De regio Zwijndrecht-Barendrecht-Alblasserwaard dreigt in totaal zo'n 2.000 banen te verliezen. Dat heeft daar een enorme impact. Ik wil de minister toch aansporen om wat meer urgentie uit te stralen. De minister van werkgelegenheid hoort aan de streep te verschijnen als ergens 2.000 banen verdwijnen, en met concrete oplossingen te komen. Het minste wat wij kunnen doen is daar een mobiliteitscentrum opzetten, zodat de mensen en al die gezinnen die daar in onzekerheid zitten, in ieder geval de maximale hulp krijgen om van werk naar werk te gaan. Wij hebben dat vaker gedaan, bijvoorbeeld ook bij de ontslagen bij Philip Morris. Ik wil de minister aansporen om dit te doen. Anders zal ik met een motie proberen de Kamer daartoe te bewegen.

Ik hoop ook in algemene zin dat wij alert blijven op de specifieke werkgelegenheid in de regio. Al een aantal jaren vraag ik ook aandacht voor de mogelijkheden om over de grens te werken. Ik juich dan ook het initiatief van de coalitie toe om daar nu eindelijk meer werk van te gaan maken.

In Zwijndrecht werd mij ook duidelijk hoe frustrerend het is voor mensen als banen gaan naar slechter betaalde Oost-Europeanen. De minister heeft gisteren en vandaag gemixte signalen uitgezonden over wat hij daar nu precies aan wil doen. Ik wil daar eigenlijk gewoon graag duidelijkheid over. Er lag in Europa een voorstel op tafel om landen de ruimte te geven zelf meer te doen tegen de instroom van werknemers uit andere lidstaten. Dat was na de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk voorafgaand aan de brexit, toen we nog bezig waren om te bekijken of het Verenigd Koninkrijk erbij kon blijven. Wij hebben destijds een motie ingediend om te bekijken of dat mogelijkheden bood voor Nederland. Wil de minister bekijken of hij dat voorstel nu kan verzilveren? Dat zou wellicht een begin van een nieuwe aanpak van het vrije verkeer kunnen zijn. Ik krijg daarop graag een reactie.

Dan een project dat de minister lief is: de Wet werk en zekerheid. Deze wet werkt niet zoals we zouden willen. We moeten op zoek naar verbeteringen. Er bestaat echter een bepaalde koppigheid bij de minister als het gaat om die verbeteringen. De afgelopen jaren zijn, soms na stevig aandringen van de Kamer, wel wat pleisters op de Wwz geplakt voor seizoenswerkers en voor voetballers, of all people. Voor de invalkrachten in het bijzonder onderwijs kloppen wij nu echter al meer dan een jaar op een dichte deur, terwijl de wet daar gewoon niet werkt. De PO-Raad heeft pas nog een onderzoek gedaan. Scholen sturen kinderen naar huis. Op de televisie zat de minister dat onderzoek een beetje weg te schamperen, maar dit zijn harde gegevens. In het bijzonder onderwijs zijn er echt problemen.

Een voorbeeld zijn de scholen die een docent willen laten invallen die past bij de overtuiging van de school. Ik zat vorige week naar Pauw te kijken, waar de minister op een denigrerende manier aangaf dat het zou gaan om scholen die een juf met een lange rok willen laten invallen. Ik vond dat echt een stuitende opmerking, voorzitter. Het gaat hier gewoon om scholen die in ons bestel zelf keuzes kunnen maken over de docenten die zij willen aantrekken. Deze scholen doen hun best om vanuit hun overtuiging het best mogelijke onderwijs te geven. Het zijn scholen die uitstekend presteren en die niet hebben gevraagd om deze problemen. Deze scholen zijn in de problemen geraakt door de wet van de minister. Zij verdienen geen trap na, maar hebben recht op een oplossing. Ik vraag de minister om de denigrerende woorden over deze scholen terug te nemen.

Met een motie van mijn hand, medeondertekend door collega's, hebben we de minister ertoe gedwongen om een verkenner aan te stellen. Dit is vorige week gebeurd. Dat is prima. Ik hoop ook echt dat hij naar oplossingen gaat kijken. De minister stelt dat dit binnen de kaders van de wet en de cao primair onderwijs moet gebeuren. Wat nou als die verkenner met oplossingen komt die niet daarbinnen vallen? Ik wil die oplossingen hier dan wel op tafel hebben, zodat wij hier het debat kunnen aangaan of wij de wet mogelijk toch moeten aanpassen. Is de minister bereid om de verkenner een breder mandaat te geven dan deze nu heeft gekregen?

De ketenbepaling leidt ook niet bepaald tot meer zekerheid voor veel werknemers. Mensen die eerst drie jaar een contract hadden, worden nu gewoon na twee jaar de laan uitgestuurd. Ik ken voorbeelden van mensen die onderzoek doen aan de universiteit en weten dat ze er na twee jaar gewoon uit liggen. De ChristenUnie stelt in haar verkiezingsprogramma voor om toe te staan dat een tijdelijk contract één keer vaker mag worden gegeven en om in ruil daarvoor af te spreken dat het tweede en derde tijdelijke contract steeds langer duren, bijvoorbeeld een halfjaar langer. Dat kan wellicht zorgen voor een soepeler overgang, ook voor werkgevers, naar een vast contract. Ik hoor graag de reactie van de minister op dit plan.

Ik kom bij het thema armoede, het terrein van de staatssecretaris. Uit een onlangs aangeboden rapport van kerken blijkt dat heel veel mensen bij de kerk aankloppen voor hulp. Of ze nu geloven of niet, ze krijgen die hulp ook. Dat is prachtig, maar hoe kan het toch dat mensen die door de kerk worden geholpen, soms niet in beeld zijn bij de gemeente? Wil de staatssecretaris met de gemeenten in overleg treden om te bekijken waar die groep zit en hoe de overheid ook deze mensen kan bereiken met het armoedebeleid? Dat zou kunnen helpen. Daaraan verbonden: in het rapport stond dat de bureaucratie vreselijk is. Mensen hebben met zo veel instanties te maken dat ze op een gegeven moment de weg niet meer weten. Moeten het Rijk en de gemeenten niet streven naar één contactpersoon? Mensen kunnen daar dan aankloppen in de wetenschap dat deze persoon hen naar ander instanties toe kan helpen. Is de staatssecretaris bereid om te bekijken of ze pilots kan starten inzake één contactpersoon voor mensen met schulden? Ik krijg graag een reactie daarop.

Armoede en schulden zijn nauw met elkaar verbonden. Steeds meer huishoudens hebben ook problematische schulden. Ik zie dat er nog steeds veel misgaat bij de hulp voor mensen die in de schulden zitten. De Algemene Rekenkamer heeft daar onlangs onderzoek naar gedaan. Het respecteren van de beslagvrije voet blijft een probleem. Dat is nog steeds niet geregeld. Dat moet nu echt op orde komen. De wettelijke adempauze bij schulden — de heer Heerma zei het al — laat nog steeds op zich wachten. Wanneer komt die? Ik vind ook dat het nog te lang duurt voordat mensen geholpen kunnen worden in een schuldhulptraject. Daar kunnen soms letterlijk jaren overheen gaan. De aansluiting tussen verschillende vormen van schuldhulpverlening is helaas ook nog lang niet altijd goed op orde. Ik wil graag weten of de staatssecretaris dit onderkent, maar ook of zij zelf nog verdere ambities heeft om de schuldhulpverlening in de komende periode te gaan verbeteren.

Ik kom op de Participatiewet. De heren Spigt en Van der Gaag zijn de aanjagers van het in dienst nemen van arbeidsgehandicapten door de overheid en het bedrijfsleven. Zij spraken recent forse woorden in Het Financieele Dagblad over die wet. "De urgentie is weg en de schwung is eruit", zei Van der Gaag. Ik vind dat zeer ernstige signalen. Dit zijn de banenambassadeurs van deze staatssecretaris. Wat heeft zij gedaan met die geluiden? Die geluiden komen op mij niet helemaal vreemd over, ook omdat ik de afgelopen periode van werkgevers signalen kreeg. Zij zeiden: ik wil wel banen geven aan mensen met een arbeidsbeperking, maar de bureaucratie nekt me. Wat is de reactie van de staatssecretaris op de cri du coeur van haar eigen banenambassadeurs? Hoe vindt zij nu dat het gaat met de Participatiewet, ook gelet op de recente cijfers vanuit de kwartaalrapportage die zij zelf heeft gestuurd?

Ik maak mij ook zorgen over de financiering van banen voor de meest kwetsbare groep. Cedris heeft aangegeven dat ze 300 miljoen tekortkomen, omdat de uitstroom bij SW-bedrijven tegenvalt. De staatssecretaris wuift die bezwaren weg. De berekeningen van Cedris zijn echter gebaseerd op de gegevens uit de meicirculaire. Kloppen die dan niet meer? Moet de staatssecretaris niet eens om tafel gaan met Cedris om hierover door te praten? Ik heb vergelijkbare zorgen over de financiering van beschut werk. De staatssecretaris gaat ervan uit dat iedereen die beschut werk doet, op 30% loonwaarde zit en dat die mensen zelf zo'n €7.000 kunnen verdienen. In de praktijk is dat vaak niet het geval. Als we niet uitkijken, moet de gemeente juist die mensen laten zitten om financiële problemen te voorkomen. Dat gaat compleet in tegen de geest van het beschut werk. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen?

Ik ga nog een paar opmerkingen maken over integratie. Dat is een onderwerp van mijn collega Segers, maar ik heb de eer om dat onderwerp hier ook te behandelen. De integratie is een van de grote sociale kwesties van onze tijd. Bij integratie gaat het om meer dan het spreken van de taal en het hebben van een huis en een inkomen. We leven niet bij brood alleen. We zijn meer dan een verzameling van 17 miljoen individuen. We delen namelijk met elkaar ook onze geschiedenis, onze rechtsstaat, goede omgangsvormen en waarden als vrijheid van godsdienst, gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en solidariteit tussen rijk en arm. Des te belangrijker dat we die culturele waarden ook doorgeven aan nieuwkomers. Met de participatieverklaring heeft de minister het belang daarvan onderstreept, maar het is nu tijd dat we voorbij de vrijblijvendheid en oppervlakkigheid komen. Sommige gemeente geven daarin het goede voorbeeld. Waar veel gemeenten volstaan met een lesje in het hoognodige, pakt bijvoorbeeld de gemeente Leiden de morele inburgering van nieuwkomers grondig aan. Mijn vraag aan de minister is of hij een model als bijvoorbeeld dat van Leiden niet tot model voor alle gemeenten kan maken. De mate waarin nieuwkomers kennismaken met centrale waarden en normen van onze rechtsstaat en met onze geschiedenis zou toch niet mogen afhangen van de plek waar ze toevalligerwijs belanden?

Waarden dragen wij niet alleen over, soms moeten we ze ook verdedigen als dat nodig is. In dat licht is de aankondiging van een mogelijke wet die eventueel de buitenlandse financiering van moskeeën zou gaan reguleren, maar niet anders dan na veel overleg met Golfstaten en moskeeën, gewoon teleurstellend. De Kamer vraagt al meer dan drie jaar om maatregelen en heeft bij de Algemene Politieke Beschouwingen een motie van de ChristenUnie en de VVD aangenomen, die uitgaat van het principe van wederkerigheid. Als het land van herkomst van die financiën geen godsdienstvrijheid kent, dan komt die vrijheid de buitenlandse financiers hier ook niet toe. Kan de minister aangeven hoe zijn waterige voorstel voor een eventuele wet zich verhoudt tot deze heldere uitspraak van deze minister?

De heer Van Meenen (D66):
Ik kom heel even terug op die centrale waarden of culturele waarden. Ik heb er in mijn bijdrage ook kort iets over gezegd. Het zou namelijk zomaar kunnen dat als mevrouw Schouten en ik allebei een lijstje maken van wat de kernwaarden van dit land zijn, we niet helemaal precies hetzelfde lijstje zouden hebben, denk ik.

De voorzitter:
Is dat de vraag?

De heer Van Meenen (D66):
Dat is niet de vraag. De vraag is niet om nu dat lijstje te maken. Maar als de heer Öztürk ook meedoet, dan schat ik zomaar in dat we drie lijstjes hebben met wat wij allemaal de kernwaarden van dit land vinden. Ik heb er net voor gepleit om een keer een nationaal debat te voeren over wat dan eigenlijk onze waarden zijn, want niemand vult dat in, mevrouw Schouten ook niet. Hoe kijkt zij daarnaar? Vindt de ChristenUnie onomstreden voor iedereen in dit land wat die waarden zijn?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Volgens mij heb ik net in mijn bijdrage juist aangegeven wat wij onder die waarden verstaan. Ik wil ze wel even herhalen: de rechtsstaat, goede omgangsvormen, waarden als vrijheid van godsdienst, gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, solidariteit enzovoorts.

De voorzitter:
Waar wilt u naartoe, mijnheer Van Meenen?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Hij wil een nationaal debat voeren over onze waarden. Ik ben niet de integratiewoordvoerder, maar wij zijn nooit tegen een debat over nationale waarden.

De heer Van Meenen (D66):
Dat is het enige wat ik vraag. Ik bestrijd uw lijstje niet, maar het is uw lijstje. Ik wil ervoor waken dat we hier het lijstje van de ChristenUnie maken tot onze nationale waarden of het lijstje van de VVD, want dat is er misschien ook. Wat zijn de gedeelde waarden in dit land? Kan iemand mij dat vertellen?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
In de Grondwet zijn heel veel van die waarden vastgelegd, in artikel 1 nota bene. Wat daarin staat, zijn al de gedeelde waarden in dit land. Wij hebben hier zelfs weleens discussie of daar nog iets aan toegevoegd moet worden. Die discussie voeren wij allang. Nogmaals, ik heb niks tegen een debat, maar volgens mij denkt de heer Van Meenen beperkter over onze gemeenschappelijke waarden, want ze staan gewoon in de Grondwet.

De heer Van Meenen (D66):
Dit is mijn tweede interruptie van de hele dag, dus staat u mij even toe…

De voorzitter:
Ja, maar D66 staat heel hoog op de lijst.

De heer Van Meenen (D66):
Dat is die collega van mij. Die heb ik niet in de hand. Ik heb toch nog een vraag hierover.

De voorzitter:
Ja, die hoort ook bij u, maar vooruit.

De heer Van Meenen (D66):
Als artikel 1 van de Grondwet het is, dan is dat helemaal prima. Dan zijn wij eruit en dan zijn dat onze gezamenlijke waarden, maar niet iets meer dan dat. Of wel? En zo ja, wat dan? U stond net te kijken: wat is dat nou voor merkwaardigs. Als we in Nederland roepen "onze gezamenlijke waarden", dan hebben we toch allemaal precies hetzelfde voor ogen? Vindt de ChristenUnie dat? Hoe komen wij ook in het kader van de participatieverklaring aan de gezamenlijke waarden die wij straks gaan vragen bij nieuwe Nederlanders? Daar moeten zij de eed op afleggen. Hoe komen we daaraan?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Volgens mij hebben wij ze al geformuleerd en bestaan ze al. Nogmaals, een debat is prima. Ik denk dat de heer Segers dat graag zal doen. Volgens mij zoekt de heer Van Meenen grote verschillen die er in dat opzicht niet zijn.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):
De ChristenUnie heeft vandaag tegen een motie gestemd om de buitenlandse financiering van politieke partijen te verbieden. Maar dan hebt u het over de buitenlandse financiering van islamitische organisaties, dus ik zie wat discrepantie.

Er is een partij in deze Kamer, de SGP, die over de relatie man-vrouw en over homo-emancipatie toch anders denkt dan de gemiddelde partij hier. Wat vindt u daarvan?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik hoef volgens mij geen commentaar te geven op een partij waarvan nu geen woordvoerder aanwezig is. Dat vind ik niet heel chic.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):
Onze waarden!

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Binnen onze waarden gelden de mensenrechten hier nog steeds allemaal. U zou de vraag aan de SGP moeten stellen. Dat zou het meest chic zijn.

Wat de motie over de financiering betreft: in Nederland moeten wij transparant maken waar de financiering vandaan komt. Dat vinden wij een heel groot goed. Dat doen wij zelf ook. Als giften boven een bepaalde drempel uit komen, dan vermelden wij dat netjes, zoals dat ook in de wet is opgenomen. Dus ook als die giften uit het buitenland komen en boven een bepaalde drempel uit komen, moet je dat inzichtelijk maken. Het probleem bij de financiering van sommige moskeeën of gebedshuizen is dat heel onduidelijk is welke krachten en financieringsbronnen daarachter zitten. En sterker nog, het is heel onduidelijk welke invloed zij daarmee misschien wel "inkopen" in bepaalde moskeeën. Daarbij geldt ook het punt van de wederkerigheid. Dat heb ik net al aangestipt. Als bijvoorbeeld Nederland in een bepaald land niet bijvoorbeeld een kerk mag financieren, kan men in Nederland ook niet een moskee gaan financieren. De ChristenUnie vindt dus dat er dan wederkerigheid zou moeten gelden.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):
We weten met z'n allen dat de PVV door bepaalde krachten uit het buitenland wordt gefinancierd. De PVV is daar niet transparant over. Dat willen we dus voorkomen. We hebben een motie ingediend waarmee we dat willen verbieden. Mevrouw Schouten heeft het over transparantie en het geven van duidelijkheid. De financiering van de PVV is niet transparant. Er wordt invloed hier in het parlement ingekocht. Ik wil dat mevrouw Schouten daarop reageert.

Verder kan mevrouw Schouten wel zeggen dat ik de SGP mijn vragen moet beantwoorden die ik haar zojuist stelde. Maar als de SGP weigert om mensen die vrouw zijn, jong zijn, dame zijn hier als Kamerlid te laten functioneren, dan kan mevrouw Schouten toch niet zeggen: u moet bij de SGP zijn? Zij heeft daar dan toch wel een mening over?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik zeg nogmaals dat ik het niet heel chic vind om het over een partij te hebben terwijl er op dit moment geen woordvoerder van die partij in deze zaal aanwezig is. Voor zover ik weet, staan er op dit moment op lokaal niveau vrouwen op de lijst van de SGP. Dat punt is dus sowieso weg. Er bestaat dus die mogelijkheid voor vrouwen. Sterker nog, in Vlissingen heeft de SGP een vrouwelijke lijsttrekker gehad. Dus volgens mij is dat punt van de heer Öztürk daarmee weg.

Ik kom ook nog even terug over het inkopen van invloed. De heer Öztürk noemt in dat verband de PVV met naam en toenaam. Volgens mij is de PVV aan dezelfde wettelijke regels gehouden als hij en ik. Als financiering boven een bepaald bedrag uit komt, moeten wij dat openbaren. Dat geldt voor alle partijen in de Kamer. Ik ben ook erg benieuwd naar de financiering van de heer Öztürk als die boven een bepaald bedrag uit komt. Daar moet de transparantie gezocht worden en daar is de ChristenUnie een groot voorstander van. De heer Öztürk suggereert nu dat partijen de wet aan het overtreden zijn. Als hij dat doet, wil ik wel dat hij met bewijzen komt waaruit blijkt dat de wet inderdaad wordt overtreden. Hij staat alleen maar te wijzen en te gebaren dat de wet wordt overtreden. Ik wil graag dat hij het bewijs daarvoor levert.

De voorzitter:
Hebt u bewijzen, mijnheer Öztürk? Dat is de vraag van mevrouw Schouten.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):
Toen ik die motie indiende, heb ik de heer Bosma dat laten zien. Als u dat wilt, kan ik dat nog een keer laten zien. Er zijn genoeg berichten over. De PVV weet daar ook van.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Er zijn ook heel veel berichten over DENK. Ik zie de heer Öztürk ook heel veel dat soort berichten bestrijden. Als berichten …

De voorzitter:
Mijnheer Öztürk, u staat nu te gebaren en buiten de microfoon om te spreken. Als u een vraag stelt, moet u ook naar het antwoord luisteren. U gaat daar nu doorheen en staat allerlei gebaren te maken. U moet daarmee echt ophouden. Luisteren!

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Als de heer Öztürk zegt dat er in de Kamer partijen zijn die de wet overtreden, dan moet hij daarvoor gewoon bewijzen gaan leveren. Dan kunnen we daarna een debat daarover voeren. Maar hij insinueert nu alleen maar. We zijn het bijna gewend van de heer Öztürk, maar ik ben er echt helemaal klaar mee.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari