Godsdienstvrijheid in Europa

donderdag 08 januari 2004 15:29

Op 31 december 2003 eindigde het Nederlandse voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De Nederlandse regering heeft in aanloop naar het voorzitterschap gezegd zich hard te willen maken voor de vrijheid van godsdienst. Nu het jaar erop zit is het de vraag in hoeverre de regering zich heeft ingespannen voor het bevorderen van de vrijheid van godsdienst. Hierbij doet zich de moeilijkheid dat de inspanningsverplichting niet onmiddellijk tot resultaat leidt.



Ondanks alle inspanningen erkent de regering zelf dat de situatie in sommige OVSE-lidstaten het afgelopen jaar niet is verbeterd. Dit is op zich te begrijpen. Anderzijds zou het voor het parlement beter te controleren als meer inzicht wordt gegeven in de activiteiten ons land als OVSE-voorzitter het voortouw heeft genomen. Dit inzicht ontbreekt grotendeels. Dat is onze voornaamste punt van kritiek.

De vroegere minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen gaf in december 2000 tijdens een rede in de Nieuwe Kerk in Den Haag aan dat ons land zich binnen de OVSE steeds sterk op dit thema heeft geprofileerd. Van Aarsten gaf toen terecht aan dat in de praktijk blijkt dat aan vrijheid van godsdienst of overtuiging in sommige landen minder prioriteit wordt gegeven dan aan andere mensenrechten. “Dat zien we in Europa en zelfs binnen de Europese Unie. Vrijheid van godsdienst of overtuiging mag niet worden geïsoleerd of een status aparte krijgen, want het raakt nauw aan andere mensenrechten”, zo zei hij. Van Aarsten raakte hier een punt ook naar voren kwam in deze week gepubliceerde de notitie godsdienstvrijheid. De notitie werd op verzoek van de kamerfractie van de ChristenUnie opgesteld. CU-woordvoerder Huizinga-Heringa diende vorige jaar tijdens de begrotingsbehandeling een motie met dit verzoek in, die kamerbreed werd gesteund. De notitie geeft een uitgebreid en gedegen overzicht van de vrijheid van godsdienst. De notitie Godsvrijheid is een actualisering van de notitie, die op verzoek van de toenmalige RPF-woordvoerder Rouvoet in 1997 is opgesteld. Rouvoet, momenteel fractievoorzitter van de ChristenUnie, kreeg ook de meerderheid van de Kamer achter zich.

Interessant is hoe nu de regering in het kader van haar OVSE-voorzitterschap de aandacht voor de mensenrechten, met name de vrijheid van godsdienst, zichtbaar heeft gemaakt. Dat is des te interessanter omdat ons land een traditie hoog te houden heeft. Bovendien is Nederland in de OVSE voor de EU woordvoerder is op het terrein van godsdienstvrijheid In juni 2001 organiseerde de Nederlandse regering als voorbereiding op haar voorzitterschap een seminar. Daar waar werd gesproken over de wenselijkheid van de registratie- en vestigingseisen van religieuze gemeenschappen. De OVSE-lidstaten hebben verschillende keren aangegeven dat zij de vrijheid van godsdienst, inclusief het recht om van godsdienst te veranderen, zullen respecteren. Dit is vastgelegd in artikel 18 van het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. Dit artikel kwam terug in de Menselijke Dimensie in het Handvest voor Europese Veiligheid dat de OVSE in Istanbul in 1999 uitgaf.

De praktijk leert echter anders. De notitie Godsdienstvrijheid beschrijf uitgebreid dat een aantal OVSE-landen de laatste jaren zijn overgegaan tot een grotere controle op religieuze organisaties. Dit gebeurt door invoering van registratiesystemen. Deze benadering impliceert dat regeringen zich willen uitspreken over de mate van legitimiteit van bepaalde godsdiensten. Dan gaat het met name om betrekkelijk nieuwe religies die de door traditionele en orthodoxe kerken als een bedreiging worden gezien. De selectieve benaderingswijze is riskant en voedt religieuze tegenstellingen.
Positief is dat tijdens het Nederlandse voorzitterschap verschillende activiteiten zijn gehouden. Zo was er het OVSE-Seminar inzake godsdienstvrijheid op 16 en 17 juli jl. in Wenen. Ook verwijzen we naar de implementatiebijeenkomst van de menselijke dimensie die in oktober jl. in Warschau was gehouden, waar overigens in de regeringsnotitie niet op de resultaten van deze bijeenkomst is ingegaan. De winst van dergelijke bijeenkomsten is de signalerende werking. Betrokken regeringen zullen het zeker niet waarderen dat hun praktijken inzake registratie van geloofsgemeenschappen publiekelijk aan de kaak worden gesteld. De regering stelt in haar notitie dat “uit de reacties op dit soort interventies mag worden afgeleid dat hiervan een zekere politieke druk uitgaat”. Tegelijkertijd meldt de regering dat ondanks deze bijeenkomsten in sommige OVSE-lidstaten de betreffende wetgeving helaas niet is veranderd.

In dit verband moeten de reizen van oud-minister De Hoop Scheffer niet onvermeld blijven. In zijn brieven over zijn reizen als OVSE-voorzitter naar Oost-Europa en naar Centraal-Azië wordt weliswaar in algemene termen de problematiek van de mensenrechten aan de orde gesteld. Anderzijds hebben we waardering voor het feit dat hij op alle persconferenties die hij tijdens zijn bezoek in juli jl. heeft gehouden, zeer uitgebreid aandacht besteed heeft aan mensenrechten. Dat gebeurde vaak met de daarvoor verantwoordelijke politici naast hem. We gaan er echter vanuit dat hij dit onderwerp ongetwijfeld in de bilaterale gesprekken met de leiders uit Turkmenistan, Oezbekistan en Belarus heeft aangekaart. Dit zijn landen die er - gezien de berichten van de Noorse mensenrechtenorganisatie Forum 18 - in negatieve zin uitspringen. Hopelijk heeft de persoonlijke vertegenwoordiger van de OVSE-voorzitter voor Centraal-Azië, de voormalige Finse president Ahtisaari in (in)formele gesprekken het onderwerp ook aangeroerd.

Positief is ook dat de regering ingaat op de schendingen van godsdienstvrijheid in landen die op (lange) termijn zicht hebben op een EU-lidmaatschap. We denken aan bijv. aan Turkije. De regering geeft aan dat wetswijzigingen op het terrein van vrijheid van religie nog slechts in beperkte mate hebben geleid tot veranderingen in de praktijk. Assyriërs en andere niet-Islamitsche religieuze minderheden hebben nog problemen op het gebied van de rechtspersoonlijkheid en eigendomsrechten. Minister De Hoop Scheffer verwees tijdens het kamerdebat over de uitbreiding van de EU in november met name op de problemen bij het opleiden van geestelijken.

In de slotverklaring van Maastricht kwam het onderwerp van de vrijheid van godsdienst summier aan de orde en werd veel breder geplaatst in het kader van de mensenrechten. Als voorzitter van de OVSE had Nederland een eigen verantwoordelijkheid door te streven naar een consensus. Het is ook te begrijpen dat de regering schrijft dat ons land door toenemende Europese samenwerking eenzijdig Nederlands optreden eerder uitzondering dan regel is geworden. Gelet op de grote aandacht voor de vrijheid van godsdienst door Nederland en de afwezigheid van specifieke richtlijnen in europees verband is het nuttig om kennis te nemen om een totaal overzicht te hebben van de initiatieven die de Nederlandse regering met instemming van de EU-lidstaten als OVSE-voorzitter met betrekking tot het bevorderen van de vrijheid van godsdienst in OVSE-lidstaten het afgelopen jaar heeft genomen.

Door Willem Schneider en Arie de Pater. Willem Schneider is werkzaam bij de Tweede Kamerfractie en was in 2003 enkele maanden werkzaam bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Ir. Arie de Pater is directeur van Jubilee Campaign NL, een christelijke mensenrechtenorganisatie die zich inzet voor godsdienstvrijheid en kinderrechten.

Gepubliceerd op zaterdag 27 december 2003 in het Friesch Dagblad en later in verkorte vorm in het Nederlands Dagblad

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari