Algemene Politieke Beschouwingen 2011 - Bijdrage Roel Kuiper

vrijdag 28 oktober 2011 13:16

MdV,

Wie rijk is heeft een ‘neiging er de verkeerde dingen mee te doen’. Rijkdom is de ‘niet aflatende vijand van een helder inzicht’. Ik citeer hier John Kenneth Galbraith in zijn Economie van de overvloed. Een klassieker met een actuele boodschap. Een land dat tot ontwikkeling komt, moet de middelen waarover het beschikt niet verjubelen aan consumptiegoederen of aan de welvaart van sommigen. Er zijn hogere doelen te dienen: kwalitatief goed onderwijs, goede gezondheidszorg, goede en rechtvaardige bestaansvoorwaarden voor iedereen, een duurzame economie. 

Wat heeft Europa met haar rijkdom gedaan? In elk geval hebben landen die het zich niet konden veroorloven geprofiteerd van een sterke munt en hebben zij verzuimd hun economie op orde te brengen. De Europese schuldenberg is enorm en nu bijna onbeheersbaar. Europa leek voor ons lange tijd een bron van welvaart. Inmiddels dreigt er heel iets anders. Europese idealen spatten uit elkaar en Euro-optimisme maakt plaats voor ontnuchtering. Het lijkt erop dat het streven naar welvaart helder inzicht in de weg is gaan staan. Met de wijsheid van nu hadden we keuzes uit het verleden anders gemaakt.  

Deze Algemene Politieke Beschouwingen worden overschaduwd door de crisis in Europa. Dit is allang niet meer een financiële crisis alleen of een kwestie met Griekenland. Het is een politieke crisis, een vertrouwenscrisis en als we nog langer in de vlek wrijven het begin van grote sociale onrust. In 2008 hebben nationale overheden snel gehandeld en hun eigen bancaire systeem gered. Nu, bij de crisis rond de euro, lukt zo’n kordaat optreden niet. Dat heeft alles te maken met de verwevenheid van de politieke macht binnen Europa. Die verwevenheid  – vaak beschouwd als teken van kracht – wordt nu een stelsel van afhankelijkheden. Voorlopig lijkt het organisme politiek verlamd. Onheldere besluitvorming over duizelingwekkend veel miljarden is het gevolg. Burgers kunnen slechts op grote afstand toekijken. Er wordt al gerekend op hun belastinguitgaven, maar hun zeggenschap houdt hiermee geen gelijke tred. Dit raakt ook het principe van een democratische verantwoording. Maar al te vaak is Brussel een ‘black box’. De wereld kijkt nu toe naar een machtsstrijd tussen grote landen. Wie vraagt er nog naar de mening van het Nederlandse parlement? Zo slaat de crisis zelfs onze parlementaire democratie uit het lood. 

MdV,

Het past bij dit huis een debat te voeren over algemenere politieke principes. Op welke manier kunnen we lessen trekken uit de crisis? Wat is het ‘beleidsperspectief’ – ik citeer nu uit het advies van de Raad van State – wanneer we moeten nadenken over oplossingen op termijn? De Raad van State heeft het over een voorbereiding op andere tijden die nu al moet beginnen. Mijn fractie zou op drie zaken willen wijzen en vraagt het kabinet deze ter harte te nemen.

In de eerste plaats is pijnlijk duidelijk geworden dat een economie niet op schulden kan worden gebouwd. Schulden-maken leek geen probleem als schulden maar op enig moment in de toekomst worden afgelost. Maar schulden-maken is rekenen op een welvaart die per definitie onzeker is. Er is geen economie van de onbetaalde rekening. Inflatie laten oplopen is diefstal, luidt een bekend adagium. Wat is het wanneer staten zich in de schuld steken en dan bij de belastingbetaler aankloppen om tekorten aan te zuiveren?

Laten we niet zeggen dat dit een probleem is van Griekenland en Italië. Het is een stijl van denken die algemeen is gehuldigd, kijk naar de onverantwoorde leningen op de huizenmarkten. Maar dit betekent dat deze manier van denken niet de oplossing zal brengen. We blijven in een tunnelvisie als we voortdurend denken dat er nieuw geld beschikbaar moet komen. Nieuwe schulden, zwaardere molenstenen, neergaande spiralen, linksom of rechtsom. Buffers zijn eindig, niet alleen bij de banken, ook bij overheden. Die buffers aanspreken voor landen als Italië die onvoldoende ernst maken met bezuinigingen is uiterst riskant. Wie kan instaan voor de duizenden miljarden aan garanties die nu nodig zijn? Onze fractie zou willen zien dat er stappen worden gezet naar een ander financieel en economisch denken. Schulden moeten kunnen worden afgelost, hoe eerder hoe beter. Er wordt in deze tijd herinnerd aan het advies van John Maynard Keynes die in 1919 schreef over de herstelbetalingen, opgelegd aan Duitsland. Hij noemde ze economisch onverantwoord. Schulden moeten aflosbaar zijn door eigen arbeid. Hoe komen we zo snel mogelijk bij zo’n economisch systeem?    

In de tweede plaats zijn we in zekere zin bedrogen in de verwachting dat een interne markt en de euro als gezamenlijke munt zou leiden tot ‘economische convergentie’. Onze rijkdom heeft het ons veroorloofd een tijd lang blind te zijn voor grote economische verschillen in de eurozone. Dit was een politieke achteloosheid die nu als boemerang op ons terugkeert. De oplossing hiervoor is niet op korte termijn te verkrijgen. Ook voorstellen voor een Eurocommissaris die begrotingsdiscipline afdwingt, biedt geen soelaas om de enorme kapitaalsbehoefte op korte termijn af te dekken. Maar het lange-termijn-perspectief op een gezonde eurozone moet hier zwaarder wegen dan een korte termijnperspectief. Aan welke scenario’s denkt het kabinet wanneer de crisis verder escaleert? Is er een scenario voor een kleinere eurozone van landen met vergelijkbare economieën die zich houden aan dezelfde afspraken? Beter zo’n eurozone dan opgenomen worden in een mondiale machtsstrijd die gewonnen wordt door de machtsblokken met de grootste kapitaalsvoorraad. 

In de derde plaats maak ik een opmerking over het gemis aan werkelijk debat over normen en waarden in de economie. Er liggen jaren achter ons, waarin we daarover veel spraken. Inmiddels is het duidelijk dat je geen gezond economisch systeem bouwt als je morele teugels laat vieren. Geldzucht neemt de plaats in van dienstbaarheid, zelfverrijking de plaats van een economie van het genoeg. De eigenwettelijkheid van de financiële logica dwingt ons met tegenzin een pad in te slaan waarin veel geld moet worden opgehoest. De mammon is een afgod en de markt is een goede knecht, maar een slechte meester, luidt het spreekwoord. We zullen het moeten hebben over normen en waarden om op een beter pad te komen. Nu betalen juist die mensen het gelag die part noch deel hebben aan de crisis, de jongeren voorop. Dit moeten we niet goedvinden.

Het is werkelijk tijd voor een ander verhaal. Een losgezongen financieel systeem moet weer dienstbaar worden gemaakt aan echte economische ontwikkeling, aan de samenleving, aan rechtvaardige verhoudingen tussen mensen. Als dat verhaal in Europa wordt verteld zou ik ook weer kunnen geloven in Europa. Het is bekend dat Jacques Delors in 1994 zei dat Europa niet alleen kan bestaan bij de gratie van economisch rekenen. ‘Wanneer we de komende tien jaren er niet in slagen Europa een ziel te geven, een spirituele dimensie en een waarachtige betekenis, dan is alle moeite voor niets geweest’. Dat geldt ook voor onze economische orde. Niet het geld is daarin het centrale element, maar eerlijke arbeid waardoor we een samenleving een fundament en een toekomst geven. Welk verhaal vertelt dit kabinet over een houdbare economische orde?     

 

MdV,

Ik wil enkele opmerkingen maken over dit kabinet en een aantal beleidskeuzen. Een jaar geleden werd in dit huis een motie aanvaard, de motie-De Boer, die het kabinet opriep met een visie te komen op de woningmarkt en met name het beslag dat de hypotheekrente-aftrek legt op de algemene middelen in die visie te betrekken. Er is een visie gekomen, maar deze geeft geen antwoord op deze vraag. Het kabinet herhaalt eenvoudigweg het mantra dat er niet getornd wordt aan de hypotheekrente-aftrek. De veronderstelling is dat hervorming van dit stelsel slecht zou zijn voor de koopsector. Wat mijn fractie betreft kunnen we wel vaststellen dat die koopsector steeds meer stagneert en dat de veronderstelling dus niet klopt. Het is wat onze fractie betreft kortzichtig beleid om alleen op ontwikkelingen op de huizenmarkt te letten. Het gaat ook hier weer om de vraag of we een samenleving willen waarin het maken van schulden geaccepteerd wordt en we bovendien een deel daarvan kunnen afwentelen op de overheid. Uiteraard moet de geleidelijke reductie van de aftrek op een verstandige manier ingevoerd worden, maar zelfs geen begin willen maken met een studie ernaar is de kop in het zand steken. Graag hoor ik de minister-president hierover.

Het crisisbeleid van dit kabinet vertoont vreemde paradoxen. Bezuinigingen treffen mensen in de zorg, ze treffen het onderwijs en mensen met een beperking, terwijl we huizenbezitters en banken  buiten schot houden. Een politiek die gerechtigheid op het oog heeft, zou meer oog moeten hebben voor mensen die in moeilijke omstandigheden het hoofd boven water moeten zien te houden. Dat geldt ook wereldwijd. Als gevolg van de crisis neemt armoede en honger in de wereld weer toe. Terwijl wij hier over honderden miljarden spreken voor Griekenland, komt de FAO miljoenen tekort voor het wereldvoedselprogramma. De financiële crisis mag ons niet doen vergeten dat er ook nog andere crises zijn. Onze fractie heeft daar aandacht voor gevraagd en zal dat blijven doen. Uit dat oogpunt zijn wij bepaald niet ingenomen met de nieuwe wind die waait op het terrein van OS. Niet alleen verlagen we budgetten, maar we zijn ook bezig een unieke cultuur van betrokkenheid van de bevolking bij wereldvraagstukken om zeep te helpen. De laatste onaangename verrassing is de stopzetting van de subsidie aan het KIT. Een meerderheid van deze Kamer heeft dit voorjaar gevraagd om een extra korting ongedaan te maken op Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. Dat zou moeten gebeuren door geld te vinden binnen de begroting van OS, onder meer door minder af te dragen aan het Europese Ontwikkelingsfonds. Wij constateren onvoldoende politieke wil bij deze staatssecretaris om dit mogelijk te maken en overwegen een nieuwe motie om duidelijk te maken dat de infrastructuur van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties en de kennis die daarin aanwezig is, ons kostbaar is.

MdV,

We leven in ongewoon moeilijke tijden en er komt veel op ons af. De herfsttij lijkt gekomen. Er is een dreiging van verval en neergang, er is verzwakt vertrouwen in de instituties die ons leiden, er is veel cynisme en ergernis en weinig geloof in welke toekomstvisie dan ook. Johan Huizinga beschreef de ‘herfsttij der Middeleeuwen’ als een periode van grote vermoeidheid en grote levensfelheid tegelijkertijd. Die beide zien we ook nu, want onze cultuur is in een diepe crisis geraakt en er staat veel op het spel. Gelukkig mogen we leven in een land waarin het relatief goed gaat. Er is vrijheid, er zijn vreedzame omstandigheden, er is voldoende welvaart om een leefbare samenleving in te richten. Laten we echter beseffen dat het niet onze rijkdom is die ons dit brengt. Rijkdom verdeelt, rijkdom is een god die afgunst en hebzucht aanwakkert, rijkdom is een macht die corrumpeert en ziek maakt. Ik vond een herfstbeeld in Spreuken 12: 28. ‘Wie op rijkdom vertrouwt, is als een blad dat valt’. Vroeg of laat komt dan het verval. Het is beter te bouwen op een grondslag van waarden die een samenleving versterkt en samenbindt. Daar kom je ook in tijden van crisis het verst mee. Ik wens dit kabinet in deze uitzonderlijke moeilijke omstandigheden namens mijn fractie de zegen van God en veel politieke wijsheid toe.   

 

   

 

   

 

 

 

       

 

« Terug

Reacties op 'Algemene Politieke Beschouwingen 2011 - Bijdrage Roel Kuiper'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2011

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari