Nedergedaald ter Brussel (ND-column Gert-Jan Segers)

Gert-Jan Segers - Foto: Anne-Paul Roukemadinsdag 29 maart 2016 11:54

Rennende mensen. Paniek. Rookpluimen. Een met plafonddelen bezaaide vertrekhal. Bebloede mensen op de stoep bij het metrostation. Tientallen doden. Brussel. Daarna het grote gepraat, waar ik ook aan heb meegedaan. Over schuld, oorzaken, oplossingen, over politiesterkte, wijkaanpak, over de islam, jihadisme. Maar onder de scherven, onder al die woorden, broeit een veel ingrijpender vraag. Heeft onze God ons verlaten? Heeft Hij ons aan elkaar overgegeven?

Ik ken natuurlijk ook de gemakzuchtige vragen. Van mensen die zelf geen vinger uitsteken en dan met God afrekenen omdat Hij niet ingrijpt. Van mensen die altijd hun natje en droogje hebben, maar in het tekort van mensen ver weg reden zien om niet meer in een goede God te geloven. Terwijl ze die mensen ver weg makkelijk zelf zouden kunnen voeden. Terwijl ondertussen die mensen ver weg vaak juist des te sterker hun hoop op God vestigen.

Ik heb me in Caïro vaak verwonderd over het grote geloof onder Sudanezen die hadden moeten vluchten, van wie allemaal wel een familielid was vermoord en die met weinig moesten rondkomen in een hen discriminerende Egyptische omgeving. Naast de hartstochtelijk gelovende Sudanees wordt het ongeloof van de weldoorvoede westerling vanzelf twijfelachtig.

op Gods conto
Ik ken natuurlijk ook de gelovige antwoorden. Ik ben ze hier al gaan geven. Want als het kwade reden is om God af te schrijven, is het goede dan reden om God te aanvaarden? En de hel van Brussel kun je toch nooit op Gods conto schrijven? Die bommen waren mensenwerk. De hel hier op aarde stoken we voor elkaar op. God is zichtbaar in liefde, in die ene beker koud water, in de hulp die de ene mens de andere geeft. God is te zien in Jezus’ omhelzing van een bezetene, een zieke, een kind, een Samaritaanse allochtoon, een uitgestotene, een overspelige, een landverrader.

Geloof in God – of geloof in een god – leidt soms tot een hel, zoals in Syrië, maar veel vaker tot een voorproefje van de hemel. Ik ben ze overal ter wereld tegengekomen, kinderen van God die alleen maar met de voeten in de modder staan omdat ze Jezus zijn gaan navolgen. Waar liefde is, daar is God, schreef Leo Tolstoj ooit. En zo is het.

En toch. Er is een vraag bij Brussel, bij het vele verdriet in deze wereld, die bij me haakt. Die blijft knagen. Die ik niet van me afgeduwd krijg. Het is de vraag waarom God wel op allerlei bijzondere, vaak kleine momenten in het leven merkbaar zou zijn en waarom Hij dan ogenschijnlijk weinig heeft gedaan om die tientallen levens in Brussel te redden. We leren onze kinderen om God voor alledaagse zaken te bidden en om Hem in het gewone leven op te merken.

Ik geloof zelf dat op kruispunten in mijn leven, maar ook daarvoor en daarna, God onnoembaar en toch merkbaar aanwezig was. Maar als ik geloof dat God betrokken is op de wederwaardigheden van een man ergens in de provincie Utrecht dan kan ik niet volhouden dat Brussel alleen maar mensenwerk is en dat God alleen maar te zien is in de hulpverlening na afloop.

cruciale momenten
Het is een zware vraag, maar ik kan hem niet uit de weg gaan. Ik weet dat al die bekers koud water die wij de ander geven, de hel steeds weer een beetje afkoelen. Het maakt echt verschil wat we doen. Maar God, waar bent u? Waar handelt u? Laat u ons dan toch op cruciale momenten in de steek? Ik wil niet geloven dat dat zo is. Ik kan dat ook niet geloven. Jezus is nedergedaald ter helle, belijd ik. Nedergedaald in het verdriet van België, geloof ik, in de hel van Brussel, het kwaad van het jihadisme. De haat van deze wereld heeft Jezus teruggedrongen. Mijn God laat soms de wereld even haar gang gaan, laat soms het kwaad zijn werk doen. Maar nooit laat Hij zich onze wereld uit duwen. Mijn God heeft zich terug laten dringen tot het kruis, waar het kwaad en de helse machten Hem vastnagelden. Mijn God, mijn God, u bent erbij zoals niemand er hier ooit zo bij zou kunnen zijn.

Vorige week zagen we iets van de hel. Maar ook iets van de hemel. Aan het eind van The Passion zei vertelster Lenette van Dongen het heel indringend. ‘Lijden en dood hebben niet het laatste woord. Ik zeg het nog een keer. Lijden en dood hebben niet het laatste woord.’ Na zondag heeft Pasen het laatste woord.

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari