'Kerels voor de klas' opiniestuk Eppo Bruins (Katholiek Nieuwsblad)

20160330-CU-Kerels-voor-de-klas-hires-7535donderdag 07 april 2016 14:18

Iedereen die een vriend, familielid of andere kennis heeft die in het onderwijs werkt óf zelf schoolgaande kinderen heeft –praktisch iedereen dus – kent het probleem: de enorme en groeiende disbalans tussen juffen en meesters op de basisschool. De aandacht daarvoor heeft niet kunnen voorkomen dat het percentage mannen in het primair onderwijs de laatste jaren verder is gedaald. Het aandeel meesters dreigt nu zelfs onder de 10% te duiken. Inmiddels zijn meesterloze scholen lang geen uitzondering meer.

Dat is zorgelijk. Teams met mannen en vrouwen zijn nodig voor een betere sfeer en beter functioneren van leerkrachten. Bovendien toont onderzoek aan dat de aanwezigheid van mannelijke leerkrachten op de school goed is voor jongens én meisjes. Meer mannen voor de klas zou dus een positief effect op de persoonlijke ontwikkeling van alle kinderen hebben.
Daar werken we aan. Langzamerhand komt een maatschappelijke beweging op gang van scholen, PABO’s en bezorgde ouders die pleiten voor een gezonde balans van juffen en meesters. De ChristenUnie vindt dat de overheid dat proces moet versterken. Daar hebben we ook voorstellen voor, gericht op verhoging van kwaliteit en diversiteit, zodat het voor mannen aantrekkelijker wordt om een carrière in het onderwijs na te streven.

Een aantal voorbeelden.

(Mannelijke) PABO-studenten zijn veel tijd kwijt aan zaken zoals reflectie, zelfevaluatie en sociale groepsopdrachten – zaken die eerder worden geassocieerd met vrouwen. De opleiding moet stevig sturen op zelfleiderschap en leermethoden die eerder worden geassocieerd met mannen. Diversiteit in het lerarenbestand en diversiteit in lesvormen gaan hand in hand.

Er liggen kansen in het omscholen van mannen vanuit fysiek zware beroepen, zoals Defensie, brandweer of politie; professionals die ervaring hebben met het begeleiden van de jongere generatie. Zij ‘staan hun mannetje’. Maar om zulke mannelijke zij-instromers (‘hij-instromers’) te stimuleren is een hogere baankans nodig met aanstellingen van een behoorlijke omvang. Hij-instromers komen vanuit een geheel andere sector en dragen zeer waarschijnlijk een groot deel van het gezinsinkomen. Voor een overstap naar het onderwijs is het nodig dat hij-instromers vooraf uitzicht hebben op een baan.

De kosten om als hij-instromer leraar in het basisonderwijs te worden bedragen zo´n 4000 euro. Dat moet sterk worden verlaagd – zeker voor mannen, maar zo mogelijk ook voor vrouwen. Voor het aantrekken van meer meesters zullen ook doorgroeimogelijkheden doorslaggevend zijn. Zorg er dan wel voor dat deze doorgroeiers niet stoppen met lesgeven, maar in deeltijd zichtbaar blijven in de klas.

Op het Technasium krijgen de meest getalenteerde leerlingen extra uitdaging. Dit geeft een positief imago aan het vak techniek. Met hetzelfde model kan een Teachnasium worden gestart. Leerlingen met hoge cijfers – die de kwaliteit en het karakter hebben om leraar te worden – krijgen de kans om zich via hun vakkenpakket vroegtijdig te richten op het beroep van leraar. Zo´n aanpak kan helpen vooroordelen en zelfbeeld te overwinnen.

Veel (vrouwelijke) leerkrachten hebben, door de arbeidsduur beetje bij beetje te verkorten, kleine aanstellingen. Vacatureruimte moet door de werkgever eerst aangeboden worden aan deeltijd-leerkrachten en reeds aanwezige leerkrachten met een vast dienstverband. Hierdoor zijn er extreem weinig vacatures voor vaste voltijds aanstellingen. Veel mannen willen echter (bijna) voltijds werken. De onderwijs-cao en regelgeving moet scholen meer flexibiliteit en vrijheid geven zodat vacatures van behoorlijke omvang kunnen worden gevormd.

Kort gezegd is een aanpak op drie lagen nodig: meer variatie en vrijheid in onderwijsmethoden (diversiteit in de onderwijspedagogiek), meer afwisseling en dynamiek in het leraarsvak (diversiteit op de PABO) en meer plezier en een sterker team in de lerarenkamer (diversiteit op de scholen).

Een kritische massa van 25 à 35% is nodig voor een cultuurverandering en het doorbreken van een monocultuur, zegt wetenschappelijk onderzoek. Zonder het creëren van massa lukt het niet om het onderwijs aantrekkelijker te maken voor mannen. Dus stimuleren we ook andere minderheden leraar te worden. Zo ligt er een grote kans als we jongens (én meisjes) van allochtone afkomst enthousiasmeren om meester (en juf) te worden.

We zullen ook wel moeten: over een aantal jaren is er niet alleen een mannentekort, maar ook een lerarentekort over de volle breedte. Dat geeft niet alleen het enorme belang aan dat ook mannen voor de klas willen, het is bovendien een enorme kans.

Eppo Bruins
Tweede Kamerlid ChristenUnie

« Terug

Reacties op ''Kerels voor de klas' opiniestuk Eppo Bruins (Katholiek Nieuwsblad)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari