ChristenUnie heeft grote twijfel bij eigen bijdrage aan strafvordering

Mirjam Bikker 2014dinsdag 07 juni 2016 19:42

Het kabinet stelt voor veroordeelden een eigen bijdrage in de kosten van strafvordering en slachtofferzorg op te leggen. Mirjam Bikker: "Dat mag in eerste instantie logisch lijken, maar als je even doordenkt stuiten we op principiële en financiële bezwaren en ik heb vragen bij de proportionaliteit van het voorstel."

Principieel, omdat de facto de straf zwaarder wordt en de kans op schuldenproblematiek voor ex-gedetineerden groter en daarmee de kans op een succesvolle terugkeer in de samenleving kleiner wordt. Financieel, omdat het kabinet zich rijk rekent, terwijl de opbrengstraming is gebaseerd op boterzachte aannames. En proportioneel, omdat het wetsvoorstel niet consequent is: van iedere veroordeelde wordt een bijdrage in de slachtofferhulp gevraagd, terwijl niet iedere veroordeelde slachtoffers heeft gemaakt.

Mirjam Bikker: "Terwijl we voor op papier € 40 miljoen - en in de praktijk veel minder - ons met dit wetsvoorstel in duizend bochten wringen om maar wat geld binnen te krijgen bij VenJ, laten we veel meer voor de hand liggende voorstellen links liggen, zoals het vragen van een eigen bijdrage in de beveiligingskosten van evenementen en voetbalwedstrijden. Sowieso is een structureel betere oplossing voor de financiële problemen van VenJ nodig."

Lees hier de volledige bijdrage.

Voorzitter!

Dit wetsvoorstel introduceert een eigen bijdrage voor veroordeelden. De motivatie lijkt daarbij tweeërlei. Enerzijds vindt de minister het logisch dat de gebruiker betaalt. In dit geval dus degene die veroorzaakt dat de strafrechtketen haar werk moet doen. Anderzijds is de minister er ook helder over dat er een financiële opgave in de VenJ-begroting is. Die opgave is verminderd bij de begrotingsbehandeling dit najaar, en ik constateer instemmend dat het wetsvoorstel dat zag op de eigen bijdrage voor verblijf in justitiële inrichtingen is ingetrokken. Naar de mening van mijn fractie zou de bureaucratie torenhoog zijn en zou het wetsvoorstel een slechte invloed hebben op de kansen van ex-gedetineerden om na detentie een goede nieuwe start te maken. Goed dat het kabinet zich heeft laten overtuigen, nadat deze zorgen breed klonken.

Terug naar het wetsvoorstel dat nog rest. De fractie van de ChristenUnie heeft op 3 vlakken zorgen: principieel, financieel en als laatste de proportionaliteit van het voorstel.

Allereerst de principiële zorgen.

Het wetsvoorstel is uitdrukkelijk niet bedoeld als straftoevoeging zo heb ik begrepen, maar heeft een administratief karakter. Alhoewel die redenering juridisch is op te zetten, zal de veroordeelde dat de minister niet snel na zeggen. Na het uitzitten van detentie of het voldoen van de financiële sanctie volgt immers de nota door het CAK. In de schriftelijke voorbereiding vroeg mijn fractie de minister of dit geen gevolgen zal hebben voor de straftoemeting. De minister heeft geantwoord dat dit niet het geval is. Hij zal toch echter met mij moeten constateren dat de Nederlandse strafrechter bij de strafoplegging rekening heeft te houden met alle relevante omstandigheden van het geval. Dan is dit er toch een. Bijvoorbeeld omdat veroordeling leidt tot het vorderen van een eigen bijdrage, waarvan niet te voorzien is in welke mate deze geïnd zal worden, maar aannemelijk is dat de stress en druk van een nieuwe vordering in de weg staan aan de resocialisatie van de veroordeelde. Moet de rechter dat dan geheel buiten beschouwing laten? Of is dit toch typisch een voorbeeld van de vrijheid die een rechter heeft in de straftoemeting? In de beantwoording tot nu toe, kom ik beide lijnen van redenatie tegen en ik vraag de minister om verheldering.

Een tweede zorg die ik heb, ziet op de geslaagde terugkeer in de samenleving van gedetineerden. De minister benadrukt telkens dat dit een kleine groep is ten opzichte van het geheel van zijn wetsvoorstel, maar het is nog steeds 23% van de gevallen waar een eigen bijdrage wordt verzocht. De studies van de Hogeschool van Utrecht laten zien dat er een verband bestaat tussen het hebben van schulden en recidive. Dit wetsvoorstel legt een nieuwe rekening op de mat van een ex-gedetineerde. Die gedurende de detentie geen inkomen heeft en daarna zelf hard aan de slag zal moeten om nu iets beters van het leven te maken. Dan helpt starten met een nieuwe schuld niet. Ook niet om zo terug te keren in een gezin. De minister relativeert deze bevindingen vanwege het maatwerk dat vervolgens mogelijk is. Maar dat maatwerk wordt pas geboden als de rekening er al ligt, dan is nog niet helder welke regeling er getroffen wordt. Dat maakt het voorstel een extra drempel voor een geslaagde terugkeer in de samenleving.

Of blijft de minister van mening dat dit voorstel in het geheel geen gevolgen heeft voor de recidive? Indien dat zo is, dan verneem ik graag zijn onderbouwing en hoe hij dit de komende jaren zal volgen.

Naast principieel zijn er ook op het gebied van de financiële onderbouwing twijfels bij mijn fractie. Het is helder dat er een financiële prikkel is om de begroting van het ministerie verder op orde te krijgen. Dit wetsvoorstel moet daar aan bijdragen. Ik had eigenlijk gehoopt dat met de komst van de Voorjaarsnota er een stevig verhaal over de versterking van de hele begroting zou liggen zoals verzocht in de motie Engels cum suis. De Voorjaarsnota is nog in behandeling in de Tweede Kamer, maar lijkt vooralsnog niet het antwoord op de genoemde motie. Daarover vast op een ander moment meer.

Ik vind het lastig om de minister na te rekenen in het cijferwerk dat zijn wetsvoorstel onderbouwt en het resultaat dat hij verwacht. Er wordt bijvoorbeeld mee gerekend dat slechts 0,75% van de veroordeelden die een beschikking heeft ontvangen van het CAK daartegen bezwaar zal aantekenen. En dat dan weer 5% van die bezwaarmakers in beroep zal gaan. Maar desgevraagd komen rechtspraak en advocatuur met andere cijfers. Er zijn verder ook  geen inschattingen gemaakt welke verschuiving van kosten dit oplevert. Denk aan de toename van gefinancierde rechtsbijstand, of de extra lasten die het gemeenten oplevert bij de nazorg voor ex-gedetineerden of het verlenen van bijzondere bijstand. Het is daarom bijzonder te noemen dat juist deze vragen niet worden genoemd als punten van aandacht bij de evaluatie van het wetsvoorstel. Zo blijft onduidelijk of het gat in de begroting dat hiermee gedicht moet worden, niet elders weer even snel opduikt. Waarom is dit geen onderdeel van de evaluatie?

De inning zal zonodig maatwerk worden, zo verzekert de minister. Hoeveel maatwerk er nodig is, blijft onduidelijk. Als er iets een negatief effect heeft op mensen, dan is het wel een schuld of dreigende schuld. Het beloofde maatwerk vergt tijd, en in ieder geval vijf jaar lang, ook nadat een veroordeling heeft uitgezeten, blijft deze rekening staan. Ik vrees een bureaucratisch moeras, dat er veel meer ambtelijke ondersteuning nodig is dan nu berekend wordt, zeker als het gaat om ex-gedetineerden. Met de huidige ramingen, verdampt de berekende opbrengst dan toch snel.

Ten slotte resten mij enkele vragen ten aanzien van de proportionaliteit.

De minister geeft als motivatie bij dit voorstel dat de gebruiker betaalt. In de schriftelijke voorbereiding werd al genoemd dat de bijdrage in de proceskosten exact 120 jaar geleden uit het Wetboek van Strafrecht werd geschrapt. Ook ambtsvoorgangers van de minister zagen er in de afgelopen decennia geen heil in om het opnieuw in te voeren. Ik vraag de minister uit te leggen wat er vandaag de dag anders is dan de afgelopen 120 jaar dat we het principe dat de Staat uit de algemene middelen de strafrechtketen bekostigt, hiermee beginnen los te laten. De huidige argumentatie, dat het op andere terreinen van overheidshandelen ook vaker terugkomt en dat enkele andere landen wel een eigen bijdrage in de proceskosten kennen, zijn in zichzelf nog geen overtuigende argumenten.

Bovendien is dat wat dan elders ‘de vervuiler betaalt’ heet, hier niet helemaal consequent ingevoerd. De omvang van de aangerichte schade is slechts in beperkte mate van invloed op de bedragen. Voor alle veroordeelden geldt – of ze nu wel of geen slachtoffers hebben gemaakt -  dat er een bijdrage moet worden geleverd voor slachtofferhulp. Zou de minister het dan op termijn gerechtvaardigd vinden om dit onderliggende principe nog veel meer en consequenter  door te voeren? Waarom is de eigen bijdrage bij de beveiliging van evenementen dan nooit een wetsvoorstel geworden? En is het schrappen van het wetsvoorstel dat zag op de eigen bijdrage van gedetineerden voor verblijf in justitiële inrichtingen dan alleen geschrapt omdat het in dit huis geen meerderheid heeft? Of is de minister ook inhoudelijk overtuigd dat die eigen bijdrage niet de juiste weg is? Graag verduidelijking.

Voorzitter, ik rond af. Een eigen bijdrage betalen voor kosten die men zelf veroorzaakt, klinkt op het eerste gehoor best logisch. In het strafrecht is er de afgelopen 120 jaar echter niet voor gekozen. Met reden, omdat men een veroordeelde na voldoening van de straf niet in slechtere omstandigheden wilde brengen die in de weg staan aan een goede terugkeer in de samenleving. Daar waar men zich onrechtmatig verrijkt heeft, bestaat er andere wetgeving die duidelijk wel en terecht punitief van karakter is, zoals de Plukze-wetgeving. Over deze groep hebben we het nu niet, dit ziet echt op alle veroordeelden.
De motivatie van de regering om nu te beginnen met een vorm van eigen bijdrage overtuigt nog niet. Juist daarom stelt mijn fractie een heel aantal vragen aan de minister. Zowel met het oog op de haalbaarheid - kloppen de cijfers, wordt dit geen bureaucratisch moeras? - als met het oog op de gevolgen van het wetsvoorstel - de toename van  schulden en recidive - heeft de ChristenUnie-fractie grote twijfels. Ik zie uit naar de beantwoording van de minister op deze punten.

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari