Bijdrage Gert-Jan Segers aan de Algemene Politieke Beschouwingen inclusief interrupties (eerste termijn)

woensdag 16 september 2020

De heer Segers (ChristenUnie):
Bronnie Ware. Bronnie Ware was een palliatief verpleegkundige in Australië. Zij heeft jarenlang gesproken met mensen die op hun sterfbed lagen en ze luisterde naar hun verhalen. Na een tijdje, toen ze veel verhalen had gehoord, ontdekte ze patronen in die verhalen, en ze schreef ze op. Ze noemde de zaken waar stervende mensen het meeste spijt van hadden. Alle mannen van die generatie — het ging toen om mannen — hadden spijt dat ze zo hard hadden gewerkt en daarmee veel van hun geliefden en hun kinderen hadden gemist. Iedereen miste zijn of haar vrienden aan het sterfbed en had er verdriet over dat vriendschappen waren verwaterd. En de meeste mensen hadden te veel geluisterd naar wat andere mensen van hen verwachtten en waren daardoor niet trouw gebleven aan hun idealen en wat ze echt belangrijk vonden.

Mevrouw de voorzitter. Op ons sterfbed telt niet wat we hebben gepresteerd en niet hoeveel we hebben verdiend of wat columnisten van ons vinden, laat staan wat peilingen van ons vinden. Wat telt als we het meest kwetsbaar zijn, is dat er iemand is die onze hand vasthoudt, dat er liefde is. En eigenlijk weten we dit ook allemaal. Vriendschappen en relaties maken gelukkig en eenzaamheid is gif. Het is ingebakken in de schepping: je wordt en bent mens in relatie tot anderen. En toch zijn grote politieke keuzes in ons land ingegeven alsof we vooral een individu zijn, zelfredzaam en onafhankelijk van anderen, alsof we alleen maar rationeel en weloverwogen onze keuzes maken. We weten dat het niet waar is, maar toch gaan grote politieke keuzes ervan uit dat vooral betaald werk ons gelukkig maakt en dat we zo veel mogelijk moeten verdienen. Het individualisme heeft de laatste decennia de toon gezet en er is een vorm van liberalisme die ervan uitgaat dat wij een homo economicus zijn, terwijl wij weten of in ieder geval kunnen weten dat het gewoon niet waar is.

Mevrouw de voorzitter. De coronacrisis is niet ons sterfbed. Er is leven na deze crisis. Maar in deze crisis stond wel alles even helemaal stil, of bijna alles. Veel viel ons uit handen. En daardoor leren we juist in deze tijd scherper te kijken. We zien beter wat niet deugt, wat niet werkt, en we zien beter wat echt telt. En wat we zien, is niet nieuw. Het zijn de verhalen die ik al hoorde van jongeren bij de totstandkoming van Coalitie-Y. Stel je voor: een jong stel ontmoet elkaar tijdens de studententijd, boordevol idealen en hoop voor de toekomst. Vier studiejaren later zitten ze allebei opgezadeld met een enorme studieschuld en als ze werk vinden, is er weinig kans op een vast contract. Ze verdienen genoeg om rond te komen, maar te weinig om echt iets op te bouwen. Ze verdienen te weinig om een huis te kopen en kunnen niet betaalbaar huren. Het ontbreekt ze aan zekerheid om keuzes voor de toekomst te kunnen maken. De kinderwens wordt even geparkeerd.

De minister-president zal deze verhalen herkennen. Hij praat met jongeren van Coalitie-Y. Hij heeft de handschoen opgepakt en daar ben ik hem dankbaar voor. Hij zit geregeld samen met collega's om de tafel met mensen van Coalitie-Y. De verhalen van deze jongeren komen niet voort uit een soort natuurtoestand. Ze komen voort uit politieke keuzes, in ons belastingstelsel, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Tussen ons en nieuw levensgeluk, tussen ons en de zorg voor elkaar, staan wetten en praktische bezwaren. En die wetten en praktische bezwaren komen uit deze Kamer.

Mevrouw de voorzitter. De coronacrisis heeft nog scherper laten zien wat niet deugt. We zien dat zzp'ers als eerste geholpen moesten worden. Zij zijn als eerste kinderen van de rekening van deze crisis en moeten midden in deze crisis op het sociaal minimum zien te overleven.

Mevrouw de voorzitter. We hadden in ons land in de vorige eeuw lang een eerlijk sociaal contract met elkaar. We kregen allemaal de kans om te leren. We werkten hard. De overheid beschermde tegen uitbuiting en verdeelde de welvaart eerlijk. Winsten van bedrijven vertaalden zich in hogere lonen. Werkgevers en werknemers vonden elkaar in eerlijke overeenkomsten. En er waren bedrijven zoals het oude Philips. Ik heb er al eerder aan gerefereerd: collega Dijkhoff heeft daar een prachtig beeld van geschetst vorig jaar bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Dat is een goede werkgever die goed zorgde voor werknemers zoals zijn opa. Die zorgde ervoor dat er een studiefonds was voor kinderen zoals zijn moeder, en een sportvereniging waar de mooiste voetbalclub van Nederland uit voortkomt. Zeker. Ik kan het niet mooier maken, jongens, dit is het.

Dit sociaal contract is verbroken. Het heeft geleid tot een generatie van stagnatie. Onze economie is de afgelopen 40 jaar sterk gegroeid. De Rabobank berekende dat 60% daarvan bij bedrijven is terechtgekomen en 40% bij de overheid, maar dat gezinnen al 40 jaar lang ongeveer hetzelfde besteedbare inkomen hebben. Dat is gewoon niet rechtvaardig. We zijn in de afgelopen vier decennia iets kwijtgeraakt. Ons mensbeeld gaat mank. We lopen op één been. We zijn geen homo economicus. We zijn mensen die gedijen bij vriendschap, liefde, zorg voor elkaar. We zijn bestemd voor bloei. Is dit misschien een open deur? Nou, laten we daar dan alsjeblieft heel snel doorheen lopen en niet langer buiten blijven staan. Want wat nu nodig is, is beleid dat recht doet aan wie wij zijn. Wat nu nodig is, zijn nieuwe keuzes.

We kunnen ons laten aanmoedigen door wat Nelson Mandela ooit zei: mogen onze keuzes onze hoop reflecteren en niet onze angst. Ja, we kunnen bang zijn voor economische krimp en opnieuw alle kaarten op de groei van ons bbp zetten. We kunnen bang zijn voor mensen die anders zijn dan wij en onze grenzen dus gesloten houden. We kunnen bang zijn voor het verliezen van grote bedrijven en onze belastingen kunstmatig laag houden. Maar we kunnen ook kiezen voor beleid dat niet onze angsten reflecteert maar onze hoop, en kiezen voor wat echt telt.

Het eerste wat echt telt, mevrouw de voorzitter, is zorg voor elkaar. Als ik vanuit hier langs de Hofvijver naar het Korte Voorhout loop, zie ik een welvarend land. Maar als ik de uitgang neem bij Lange Poten en naar de Schilderswijk wandel, waar mijn zus op een basisschool werkt, dan houd ik mijn hart vast. Het is één stad, maar het zijn twee werelden. Het zijn twee wijken vlakbij elkaar en toch oneindig ver van elkaar verwijderd door een breuklijn in deze stad. Zo lopen er meer breuklijnen door ons land. De coronacrisis maakt die breuklijnen alleen nog maar zichtbaarder, tussen mensen zonder schulden en mensen met schulden, tussen gezinnen met een goed inkomen en mensen die nauwelijks kunnen rondkomen, tussen jongeren met wie het goed gaat en jongeren die vastlopen, tussen de Randstad, die groeit, en regio's die krimpen.

Als wij in deze crisis iets hebben geleerd, dan is het wel dat het aankomt op die zorg voor elkaar. Dat is wat ons mens maakt. Dat is wat ons land zo mooi maakt. Dat heeft in deze coronacrisis letterlijk handen en voeten gekregen door het fantastische werk van ons zorgpersoneel. Het is goed dat het kabinet werk gaat maken van betere werkomstandigheden, zodat mensen plezier in hun werk in de zorg houden. Het is goed dat er ook bonussen worden uitgekeerd, dit jaar en volgend jaar. Maar — ik zie dat de linkse oppositie zich al klaarmaakt — er is wel meer nodig. Ik hoor graag van het kabinet hoe het het onderzoek daarnaar vormgeeft en hoe dat kan bijdragen aan een betere waardering, meer zeggenschap en een grotere arbeidsvreugde van het zorgpersoneel.

De heer Asscher (PvdA):
De heer Segers citeerde in zijn mooie bijdrage Het Huwelijk van Elsschot: "Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren." Ik denk dat hij daarmee verwijst naar de coalitie. Dat gaat natuurlijk over een man die ervan droomt om z'n vrouw dood te slaan …

De voorzitter:
Zo!

De heer Asscher (PvdA):
… omdat hij dat huwelijk zo zat is.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat had ik me niet helemaal gerealiseerd.

De heer Asscher (PvdA):
"En hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard …

De heer Segers (ChristenUnie):
Hier had ik beter over na moeten denken.

De heer Asscher (PvdA):
… maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond het merg uit haar gebeente." Dat is het gedicht dat u net citeerde.

De voorzitter:
Wist u dat, meneer Segers?

De heer Segers (ChristenUnie):
Dit is een opmaat naar een gruwelijke vraag.

(Hilariteit)

De heer Segers (ChristenUnie):
Nee, deze zin viel mij te binnen en deze interruptie heb ik niet zien aankomen. Ik had dit beter moeten voorbereiden.

De heer Asscher (PvdA):
Geen verwijten aan uw medewerkers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik heb het zelf geschreven.

De heer Asscher (PvdA):
Maar de vraag ging wel over droom, daad en verantwoordelijkheid. Daarom snapte ik het citaat wel. Het was vast niet zo wreed bedoeld richting het voltooid leven van dit kabinet.

De heer Segers (ChristenUnie):
U weet hoe ik denk over voltooid leven.

De heer Asscher (PvdA):
Ik was op weg naar de zorgdemonstratie op het Malieveld, die was uitgekleed vanwege corona. Onderweg daarnaartoe zag ik Jesse Klaver en Lilian Marijnissen. Wij kregen toen het bericht van EenVandaag: Gert-Jan Segers, coalitiefractievoorzitter, zegt dat er meer structureel loon moet komen voor de zorg. Ik kan u zeggen dat de mensen die ik die dag sprak op het Malieveld, opgetogen waren. Die waren echt opgetogen. Ik wil helemaal op geen enkele manier flauw doen in uw richting, want ik heb best wel respect voor hoe u het doet als coalitiefractie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dank u wel.

De heer Asscher (PvdA):
Maar ik hoop wel dat we dan nu ook afspraken kunnen maken over hoe we dat waar kunnen maken, want dat verdienen die mensen wel. Er is echt meer nodig dan de commissie die gaat kijken naar de knelpunten.

De heer Segers (ChristenUnie):
Maar dat is geen vrijblijvende commissie. Dus, ja, ik vind dat er structureel meer betaald moet worden. Ik vind dat er betere arbeidsomstandigheden moeten komen en een betere waardering. Dat kun je op twee manieren doen. Dat kan nu even met — laat ik het maar even lelijk noemen — een vluggertje: er moet 1%, 2% of 3% over de gehele linie bij. Of je zegt: wij geven nu incidenteel geld, maar we gaan kijken wat er structureel nodig is bij de aanvangssalarissen, bij de doorgroeimogelijkheden of bij de arbeidsomstandigheden. En we bekijken ook wat de eerste zes redenen zijn waarom mensen de zorg verlaten. Dat gaat niet over geld, maar over arbeidsomstandigheden. Al die elementen moeten worden meegenomen. En dan kies ik liever voor een duurzame, goede oplossing die echt antwoord biedt op de vragen die het personeel heeft, dan nu even snel iets beloven wat ik niet helemaal waar kan maken en wat misschien niet goed terechtkomt.

De heer Asscher (PvdA):
Ik begrijp dat er na de ontboezemingen over het huwelijk nu bezwaar gemaakt wordt tegen vluggertjes. Dat was ook niet mijn voorstel.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat kan ook binnen het huwelijk plaatsvinden.

De heer Asscher (PvdA):
Mijn voorstel was juist: niet eenmalig iets leuks in de vorm van een bonus, maar structureel meer waardering voor de zorg. Dat kost geld. Het is prima om te kijken waar dat het beste terecht kan komen, maar ik zou het echt passend vinden, juist luisterend naar uw betoog, dat we nu ook zeggen dat er wel geld moet zijn als de commissie die knelpunten aanwijst. Want eigenlijk kennen we ze wel. We weten dat er verpleegkundigen werken met een heel laag startsalaris. We weten dat er verpleegkundigen zijn die weinig groei kunnen maken. We weten dat er juist in de thuiszorg grote knelpunten zijn. Daar moet dan wel geld voor zijn, anders wordt het alsnog een vluggertje.

De heer Segers (ChristenUnie):
Je mag niet lekken uit coalitiebesprekingen en begrotingsbesprekingen. Dat gebeurt ook nauwelijks in deze coalitie, tenminste niet zo dat het mij heel erg opvalt.

(Hilariteit)

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik hoor wat hoongelach her en der, maar ... Er is op die manier wel heel serieus over gesproken. Het klinkt altijd heel vlak als je zegt dat er heel serieus over gesproken wordt. Maar als er nu even, plat gezegd, een bak met geld richting die werkgevers gaat en daarbij gezegd wordt dat ze maar iets moeten gaan doen, dan hebben we geen idee wat daar gebeurt. We weten dan niet of dat bij de mensen terechtkomt die als eerste in de vuurlinie stonden, die als eerste de handen uit de mouwen moesten steken en het meeste werk hebben gedaan. Dat weten we niet. We moeten kijken naar het aanvangssalaris. We moeten kijken naar mensen die nauwelijks doorgroeimogelijkheden hebben. Er zal echt meer nodig zijn en het moet veel verfijnder. En eerlijk gezegd hebben wij heel weinig instrumenten om het daar te laten aankomen waar het echt nodig is. Dat heb ik mij laten vertellen en ik heb me laten overtuigen daardoor. Want ik denk dat het besef er wel is dat het inderdaad geen goedkope belofte kan zijn. Je kunt niet zeggen: we zetten er een commissie op en dan zien we het wel. Ik denk dat er iets gaan veranderen. Dat kan niet anders. Je duwt zo'n grote operatie niet van wal om niks te laten veranderen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik vind het oprecht jammer dat de heer Segers zich daarvan heeft laten overtuigen, want volgens mij is inderdaad best wel bekend waar die knelpunten zitten. Die zitten zeker in de startsalarissen. Die zitten natuurlijk ook tussen de verschillende cao's. De ouderenzorg is hier ook al veel vaker genoemde evenals de verzorgenden, de helpenden en allemaal dat soort functies. Ik kan ook het gevoel onderschrijven dat ik bij zorgverleners bespeurde toen duidelijk werd dat de ChristenUnie zich inderdaad uitsprak. Daar kwam een gevoel van hoop achter weg, zo van: gaat er dan toch nog wat gebeuren? Nu blijkt de conclusie uiteindelijk toch te zijn dat er een commissie komt. Die gaat vervolgens een halfjaar studeren op wat er nodig is en in de tussentijd — laten we daar eerlijk over zijn — staat er wel min 450 miljoen voor komend jaar in de begroting voor de zorgsalarissen. Begrijpt de heer Segers dat dat wel heel teleurstellend is?

De heer Segers (ChristenUnie):
Er is geld voor loonsverhoging, die gaat procenten omhoog, en er zijn goede cao's afgesloten. Tussen nu en een volgende cao ligt een heel belangrijk jaar. Daarin wordt twee keer een bonus uitgedeeld. Dat is incidenteel en dat is wat we direct konden doen. We hebben gezegd: inderdaad, wij kunnen niet alleen maar applaudisseren — daar had u helemaal een terecht punt — wij kunnen niet alleen maar zeggen "ontzettend bedankt voor wat u in deze crisis heeft gedaan" en dat was het dan. Dat incidentele geld wordt uitbetaald en dat is echt geld. Maar we gaan ook naar de arbeidsomstandigheden kijken en ook naar de cao. En daar zit een verkiezing tussen, daar zit een formatie tussen waarin belangrijke beslissingen vallen en dan ligt het werk van de commissie op tafel en zal er iets moeten gebeuren. Wij zullen in ons verkiezingsprogramma daarvoor al geld uittrekken, wij zullen daar al mee rekenen. Dit is wel de opmaat naar een echte verandering, die echt het werk van mensen in de zorg beter maakt.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik weet gewoon dat zo veel zorgverleners hadden gehoopt op een andere uitslag, juist omdat er zo breed geapplaudisseerd werd, juist omdat er zo breed mooie woorden werden gesproken in de piek van de coronacrisis over het belangrijke werk dat zij doen. Ik vrees ook om een andere reden dat we het ons niet kunnen permitteren om het nog over de verkiezingen heen te tillen. Dat is heel simpelweg omdat er over anderhalf jaar een tekort wordt voorspeld van zo'n 80.000 mensen die we nu al in de zorg nodig hebben. Daar komt nog bij dat sinds corona een substantieel deel van de mensen in de zorg overweegt om wat anders te gaan doen. Simpelweg omdat de werkdruk hoog is, de beloning laag is, maar ook, en dat komt erbij, omdat men teleurgesteld is in de politiek, in het kabinet. Het wordt gevoeld: er werd geapplaudisseerd, maar nu wij om een eerlijke beloning vragen, wordt er niet thuis gegeven. Hoe kijkt de heer Segers daar dan naar? Want wij kunnen ons dit toch ook gewoon niet permitteren? Wij hebben al die zorgverleners heel hard nodig.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik sprak over hoop. Ik vind dit echte hoop. Dit is geen hoop van "ooit zal het goed komen, stil maar, wacht maar". Dit is echte hoop in het hier en nu, op de korte termijn. Het is hoop die je moet realiseren. Het is hoop die je moet kunnen waarmaken. Je kunt die waarmaken op de korte termijn met incidenteel geld, maar je kunt die ook waarmaken op de langere termijn met echte structurele verandering. Als mij wordt gevraagd of ik vind dat er structureel wat bij moet, er beter moet worden betaald en er betere arbeidsomstandigheden moeten zijn, is mijn antwoord: ja. Dat was mijn antwoord aan EenVandaag. Mijn antwoord is: ja. Maar als u zegt dat er nog andere omstandigheden zijn en andere redenen waarom mensen weggaan, is dat precies de reden waarom er een breed pakket is waarmee als eerste de eerste zes redenen waarom mensen de zorg verlaten, worden aangepakt. Dat is niet goedkoop. Je kunt niet zeggen: daar laten we het bij, want dat zijn die eerste zes redenen; de zevende reden is toevallig geld, dat vinden we lastig en die parkeren we. Nee, dit is de opmaat naar betere salariëring, betere betaling en een betere cao.

De voorzitter:
Korte vraag. De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Mijn zorg gaat nu hiernaar uit: heel veel mensen in de zorg voelen zich bekocht. Heel veel mensen stromen straks uit de zorg, terwijl we dat echt niet kunnen hebben. Ik vind het een uitdaging om met elkaar te kijken of we niet tot na de verkiezingen hoeven te wachten, maar of we met elkaar dit najaar al tot iets kunnen komen waarmee we de knelpunten wegnemen waarover u het heeft en waarmee we ervoor zorgen dat er dit najaar al structureel geld bij komt. We gaan het dus niet parkeren bij een commissie tot na de verkiezingen, maar we gaan de uitdaging hier met elkaar aanpakken door te zeggen: nee, we moeten iets extra's doen en eigenlijk nu al. Bent u bereid om daar de komende weken naar te kijken?

De heer Segers (ChristenUnie):
Wij hebben gekeken naar wat er eerder in het onderwijs is gebeurd. Dat is op een hele grondige manier op dezelfde manier aangepakt. Er is toen naar alle schalen, doorgroeimogelijkheden en perspectieven gekeken. Dat kostte ook wat en heeft tot echte wijzigingen geleid. Het is juist deze route waarin ik ook eerlijk gezegd geloof en die ik een heel geloofwaardig, goed en hoopvol verhaal vind. Dat vind ik echt anders dan nu zeggen: wij smeren even iets dun uit over alles en iedereen en we hebben geen idee waar het terechtkomt. Ik zou graag willen weten, als wij hier extra geld voor uittrekken, dat het echt daar terechtkomt waar nu de meeste pijn wordt geleden en waar het hardst wordt gewerkt voor het minste geld. Ik herinner me uit het zorgdebat — dat is een pijnlijke herinnering — dat de salarissen zijn genoemd en dat de pijn is genoemd. Dat is echte pijn en die vraagt om echte verbetering. Dit is een hoopvolle route waarvan ik echt geloof dat hij leidt naar echte verandering.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil het even hebben over waar we het over eens zijn. Als je nu gewoon geld bijplust in die OVA-ruimte weten we niet waar het heengaat. Dat is het eerlijke antwoord. Maar dat wil niet zeggen dat de andere optie dan is om de tijd te nemen tot na de verkiezingen. Ik denk dat het mogelijk moet zijn om de komende weken met elkaar de knelpunten te inventariseren en daar afspraken over te maken, ook met de werkgevers en werknemers, om ervoor te zorgen dat we dit najaar al afspraken kunnen maken over hoe die structurele beloning er dan uitziet. Ik voel haast. Laat ik daar heel eerlijk over zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat merk ik.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik voel echt haast, omdat al die verpleegkundigen en verzorgenden die ik heb gesproken, zeggen: voor mij hoeft het niet meer, laat maar, ik stop ermee. Wij hebben de belofte met elkaar gedaan, of we het nu letterlijk hebben gezegd of dat mensen het eruit hebben opgemaakt, en daarom vind ik het bijna een morele verplichting om dit najaar te leveren. Dat is waarvoor we zijn aangesteld. Ik wil in ieder geval een poging wagen om te kijken of het lukt. Bent u bereid die poging met mij te wagen?

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik ben het met de helft van uw verhaal eens, namelijk dat we nu goed moeten kijken waar die knelpunten zijn. Dat is precies wat we gaan doen. Als we alleen hadden gezegd "nu even een bonus en daarna weer mondje dicht en we gaan door", had dat tekortgeschoten. Als we hadden gezegd "we kijken alleen even naar die arbeidsomstandigheden en we gaan ervoor zorgen dat jullie een beetje meer plezier in het werk hebben", had dat ook tekortgeschoten. En als je dan een commissie had die dat ooit een keer zou gaan onderzoeken en met een rapport zou komen, had dat ook tekortgeschoten.

De voorzitter:
Goed.

De heer Segers (ChristenUnie):
Maar juist met de combinatie ligt er nu een verhaal waar ik in geloof, dat echt hoopvol is. Daarmee kunnen we met open ogen en een goed verhaal naar het zorgpersoneel toe gaan en zeggen: dit is een pad, een weg naar betere arbeidsomstandigheden, zodat jullie niet de neiging hebben om de zorg te verlaten.

Mevrouw de voorzitter. Ik had het over hoop. Het is mooi om te zien dat het kabinet ook andere hoopvolle keuzes maakt. Het verlaagt de lasten voor burgers en met het noodpakket helpt het mensen hun baan te behouden. Dat is hoopvol. Het kabinet trekt 150 miljoen uit voor hulp aan mensen met problematische schulden. Dat is hoopvol in een jungle waarin schulden handelswaar zijn geworden, waardoor mensen alleen maar dieper in de misère belanden. Ik wil het kabinet vragen om een waarborgfonds te starten waarmee schulden kunnen worden afgekocht, en hierbij het overleg te zoeken met organisaties als SchuldHulpMaatje. Het kabinet trekt ook extra geld uit, 150 miljoen, voor gezinnen met een laag inkomen. Het verlengt de verhoging van het budget voor jeugdzorg en dat is hoopvol voor jongeren voor wie het leven soms zwaar is.

Ik wil het kabinet aanmoedigen om hoopvolle stappen te blijven zetten. Zorg voor elkaar betekent ook: samen verantwoordelijkheid dragen. Bijvoorbeeld voor Noord-Nederland, een regio met krimp, en met Groningen als een provincie met breuklijnen: letterlijk scheuren in huizen. Maar ook mentaal is er iets kapotgegaan daar. Daar is mentale hulp nodig, snel herstel en versterking van hun huizen. Maar er zijn ook banen nodig. Ik wil het kabinet vragen om de middelen die het ontvangt uit het Europese Just Transition Fund te investeren in Noord-Nederland, in werkgelegenheid, in de energietransitie, zodat het koploper wordt in bijvoorbeeld de ontwikkeling van groene waterstof. Dat zou hoopvol zijn.

Samen verantwoordelijkheid dragen is ook nodig als het gaat om Europees migratiebeleid. Daar zijn geen gemakkelijke antwoorden. Er wordt naar oplossingen gezocht, ook in Europa. En als er nou Europees een appel wordt gedaan op ons, op Nederland, om mee te werken aan de herverdeling van vluchtelingen, wil ik het kabinet vragen daar serieus het gesprek over aan te gaan, en dan met een warm hart keuzes te maken.

Mevrouw de voorzitter. Ik zei het al: wat echt telt, is zorg voor elkaar. Wat in de tweede plaats echt telt, is dat we ons niet moeten blindstaren op de groei van het bbp, maar ons sterk moeten maken voor bloei van de samenleving. Bij de presentatie van het Groeifonds hoorde ik de minister van Financiën, minister Hoekstra, zeggen dat investeringen uit het fonds moeten leiden tot groei van het bbp. Ik weet dat de doelstellingen van het fonds veel breder en rijker zijn, maar ik wil er graag voor waken dat er ook bij dit fonds een fixatie komt op het bruto binnenlands product.

In het boek "Fantoomgroei", dat volgens mij nu zo'n beetje iedereen gelezen heeft, komen de schrijvers Noten en Heijne met een sprekend voorbeeld van hoe die fixatie ons op het verkeerde been kan zetten. De olieramp in de Golf van Mexico was een ecologische ramp, maar bleek goed voor het bbp. Dichter bij huis: als ik minder ga werken om voor mijn moeder te zorgen, is dat slecht voor het bbp, maar als ik een pakje sigaretten koop, is dat goed voor het bbp. Met andere woorden: we hebben een vreemde manier van meten of het goed met ons gaat. Als ik iemand op straat tegenkom en vraag hoe het gaat, zou het vreemd zijn als diegene zegt: €60.000. Door de manier waarop we onze welvaart meten, weten we wel vaak de prijs maar niet altijd de waarde van iets.

Ik wil het kabinet vragen hoe we het bredewelvaartsbegrip, dat we steeds beter kunnen hanteren, ook kunnen inzetten bij de bepaling van de waarde van het Groeifonds. Ik hoop dat de minister van Financiën die vraag heeft meegekregen. Misschien was hij er al over in overleg met de minister van Economische Zaken. Dat zou heel goed zijn.

Daarnaast zou ik het kabinet willen vragen wat de lessen zijn als het gaat om onze afhankelijkheid van de wereldmarkt. De coronacrisis liet ons zien dat we voor onze mondkapjes afhankelijk waren van verre landen met een wispelturig voorkeursbeleid. Wat de ChristenUnie-fractie betreft is dit het moment om een brede analyse te maken van wat we als land echt nodig hebben voor onze veiligheid, onze gezondheid en ons voedsel. Collega Heerma sprak er al over. Samen doen we het voorstel om te komen tot een planbureau voor de veiligheid, juist omdat we bij wat van waarde is niet afhankelijk willen zijn van een wereldmarkt, waarin alleen de prijs telt.

De heer Dijkhoff (VVD):
Laten we niet het goede weggooien door te zeggen: je kunt het bbp omhoog stuwen door rare dingen te doen, dus laten we het maar weggooien. De heer Segers heeft het inderdaad goed gezien. Volgens mij heeft iedereen het boek gelezen. We hebben het in ieder geval toegestuurd gekregen. Ik heb gezegd dat ik het niet hoefde, want ik had het al geluisterd. Dat scheelt weer een paar bomen. De les van het boek was voor mij niet: groei is niet boeiend, economie is niet boeiend en je hebt geen welvaart nodig. Het was meer dat het macro bbp-cijfer niet genoeg is, maar dat je ook moet kijken hoe dat neerslaat bij mensen. In zijn manifest schrijft de heer Segers ook dat er heel veel publieke welvaart bij is gekomen door de groei. Volgens mij moeten we niet kijken hoe je geld moet uitgeven om mensen heel snel een gelukkig gevoel te geven. Ik heb namelijk nog steeds niet het idee dat de Staat een geluksmachine is die ons blij gaat maken.

De heer Segers (ChristenUnie):
Helemaal mee eens.

De heer Dijkhoff (VVD):
Die liefde komt toch meer van mensen onderling. Daar stop ik verder, voordat we te ver verdwaald raken in dat soort metaforen. Maar geld moet een middel zijn. Als je gaat investeren, moet het geld het middel zijn, zodat ook onze kinderen en kleinkinderen weer geld kunnen verdienen. Niet omdat dat geld fantastisch is, maar om het vervolgens ten goede te laten komen aan publieke waarden voor ons allemaal, maar ook aan inkomens van mensen om er zelf keuzes in te maken. Volgens mij moeten we niet het bbp overboord gooien, maar moeten we ook geen genoegen nemen met het idee dat alles goed is als het bbp stijgt.

De heer Segers (ChristenUnie):
Daar ben ik het mee eens. U heeft het manifest ook gelezen. Dank daarvoor. Daar ben ik het mee eens, alleen zullen we het breder moeten inzetten. We hebben zelf denk ik allemaal de ervaring met ons verkiezingsprogramma dat we netjes inleveren bij het CPB, die een doorrekening maakt. Daarna gaan we elkaar ermee om de oren slaan: die is kampioen werkgelegenheid en die … De staatsschuld staat nu even tussen haken, maar dat was ook een factor. Wij kwamen eerlijk gezegd altijd vrij matig uit die werkgelegenheidsdoorrekening. Waarom? Omdat bijvoorbeeld een combinatie van zorg en werk voor ons een heel belangrijke waarde is: dat gezinnen de vrijheid hebben om daarin te kiezen en die twee te combineren. Daarmee scoor je echter niet bij de parameters van het CPB.

In die zin moet je wat ontspannener met het bbp omgaan. Het is mooi als we economisch groeien, het is mooi als er ontwikkeling is, mooi als er werkgelegenheid is. Dat zijn allemaal prachtige dingen: een manier om geld te verdienen en je talenten te ontwikkelen. Maar het kan nooit structureel ten koste gaan van de aarde. En het mag ook niet ten koste gaan van onze relaties. Dus er zijn andere waarden. We hebben inmiddels dat instrumentarium, het brede welvaartsbegrip. Ik zou willen dat dat veel breder wordt ingezet. Dat was mijn vraag als we denken aan het groeifonds. De heren in vak K zijn weer met elkaar in gesprek, maar ik hoop in ieder geval dat ze ook echt kijken naar dat brede welvaartsbegrip en dat niet alles wordt gezet op de groei van het bbp.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik ben het op zich eens met de heer Segers. Het probleem is altijd dat je van alles wilt meten, maar dat je heel veel dingen niet kunt meten. Dan is het risico dat alleen meetelt wat te meten is. De rest voegen we een beetje tussen in de marges: er is ook nog zoiets als geluk, maar dat kun je niet meten. Terwijl dat natuurlijk veel belangrijker is. Ik vind het wel een paradox. Enerzijds zeggen we dat we niet alles kunnen beredeneren en dat mensen het meeste niet rationeel doen. Toch hebben we de reflex om te zeggen dat we nog meer planbureaus nodig hebben die proberen dat wat tot nu toe niet te grijpen was in tabellen en voorspellingen, toch te plannen. Het grote risico — dat hebben we ook gemerkt bij andere planbureaus — is dat bureaus met slimme mensen die we vragen om een voorspelling te doen op grond van zaken die weinig historische data hebben, heel shaky worden. Ze kunnen namelijk het vertrouwen juist beschadigen, doordat we beslissingen nemen met een rapport in de hand met een stickertje van het planbureau erop, waarin staat wat er gaat gebeuren en dat het dan steeds tegenvalt. In dat geval kun je beter zeggen: sommige dingen kunnen we van tevoren niet voorspellen, maar we vinden ze met zijn allen politiek heel belangrijk en we gaan ervoor staan dat we dit doen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Van harte mee eens. Er zijn waarden die wij wel willen beschermen. Ik noem het gezin, of vriendschap. Tegelijkertijd kunnen we die nooit meten. We kunnen een overheid ook nooit verantwoordelijk houden voor geluk, de mate van vriendschap of de mate van liefde. Dat is helemaal geen taak van de overheid. Maar een overheid moet dat niet dwarszitten. Een overheid moet dat niet de pas afsnijden. Een overheid moet daar ruimte voor bieden, zodat er inderdaad ruimte is voor zorg voor elkaar. We moeten dus hardop het gesprek voeren over wat wij van waarde vinden, behalve economische groei en werkgelegenheid. Dat vinden wij ook allemaal belangrijk, maar er zijn andere waarden. Die moeten we expliciteren.

Ik zou het mooi vinden als dat bredewelvaartsbegrip veel meer wordt ingezet. Niet op een wiskundige manier, met: we gaan aan die knop draaien en daarmee worden we gelukkiger. Maar je kunt er wel een inschatting van maken wat dat nou doet met kansen voor jongeren in de Schilderswijk.

De voorzitter:
Helder.

De heer Segers (ChristenUnie):
Wat doet dat nou met de kloof tussen mensen met … De voorzitter wordt ongedurig. Met alles wat we belangrijk vinden. Punt.

De heer Dijkhoff (VVD):
De overheid moet mensen de ruimte geven om zelf hun geluk te vinden. Welkom bij de liberalen, meneer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik ben een christelijk liberaal. Dat is wat anders dan een homo economicus.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Segers (ChristenUnie):
Wat echt telt, is dat we gaan voor bloei en niet alleen maar voor groei. Wat echt telt, is dus de zorg voor elkaar. Wat ook echt telt, is dat we kiezen voor de schepping. In feite hoef ik het niet te herhalen: de aarde wordt warmer en op steeds meer plekken extreem droog of juist extreem nat. De stijging van de zeespiegel versnelt, wat ook ons land in toenemende mate kan bedreigen. Jaarlijks verdwijnt er een oppervlakte van vier keer Nederland aan bos. Dat zijn veertig voetbalvelden per minuut, netto. Willen we goede rentmeesters zijn, dan moeten we door met de energietransitie. We willen investeren in schone energie en niet langer afhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. We willen stoppen met gaswinning in Groningen en niet afhankelijk zijn van Rusland.

Maar dat zijn abstracties, vaak ver van ons bed. Om die energietransitie dichter bij huis te brengen, moeten we komen tot een nationaal isolatieprogramma voor huizen, zodat energieverbruik verminderd wordt en kosten op de lange termijn worden bespaard. We moeten inzetten op datgene wat waardevol is en de schepping op waarde schat. Dat is rentmeesterschap. Samen met collega Klaver wil ik het kabinet vragen om op korte termijn met een plan voor isolatie te komen; een nationaal, grootschalig en toegankelijk isolatieplan.

Mevrouw de voorzitter. Vroeger of later blikken we terug, net als die Australiërs met Bronnie Ware aan hun bed. Dan bedenken we waar we spijt van hebben en waarin we zijn tekortgeschoten. Wat mooi was. Wat de moeite waard was. Waar we dankbaar voor zijn. Dit is de laatste begroting van dit kabinet. We gaan ongetwijfeld terugblikken. Dit is de laatste Algemene Politieke Beschouwing van veel Kamerleden. Ze gaan terugblikken op hun politieke loopbaan in dit huis. Nog even en we kunnen de coronacrisis achter ons laten. Dan blikken we terug op deze ongekende tijd.

Ooit komen we allemaal zelf in de herfst van ons leven en gaan we ook persoonlijk de balans opmaken. Ik hoop dat we in al die rollen die we hebben bij de belangrijke keuze die we maken en in het leven dat we leven, trouw blijven aan onze idealen en dat we het goede doen. Mogen onze keuzes onze hoop reflecteren en niet onze angst. Laten we kiezen voor wat echt telt. Ik wens het kabinet en de Kamer daarbij de zegen van God toe. Als je dat nou niet zo veel zegt, dan nog één beeld. Ik hoorde het Malieveld langskomen, dat regelmatig vol staat met boze mensen. Ik dacht dat collega Jetten daaraan refereerde. Vlak voor het zomerreces stond het ook vol, met mensen die aan het bidden waren, voor jullie allemaal, voor ons. Ook al geloof je het niet, weet je gezegend.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers.

« Terug