Inbreng verslag Gert-Jan Segers inzake de Wet auteurscontractenrecht

donderdag 27 september 2012

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers inzake de Wet auteurscontractenrecht

Onderwerp:   Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de versterking van de positie van de auteur en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet auteurscontractenrecht)

Kamerstuk:   33 308

Datum:            27 september 2012

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel dat onder meer strekt tot wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de versterking van de positie van de auteur en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht. Zij hebben hierover enkele vragen.

Artikelsgewijs

Artikel 2 lid 5 Aw

Genoemde leden constateren dat de wijzigingen in de wet voornamelijk zorgen voor een sterkere positie van de maker. Uit artikel 2 lid 5Aw, volgt dat het derde lid, tweede volzin, en het vierde lid niet van toepassing zijn op een maker als bedoeld in artikel 7 en 8. Genoemde leden hebben de indruk dat dit tot gevolg heeft dat de positie van fictieve makers ten opzichte van de huidige situatie verslechterd. Op dit moment geldt artikel 2 Aw immers nog voor alle makers. Ook artikel 25b Aw, geeft aan dat de nieuwe bepalingen ter versterking van de positie van de maker, alleen gericht zijn op de positie van de natuurlijke maker. Genoemde leden stellen dan ook de vraag of de regering het wenselijk acht dat de nieuwe bepalingen slechts gelden voor de natuurlijke maker en wat de reden is voor deze keuze?

Artikel 25g Aw, geschillencommissie.

Artikel 25g biedt de mogelijkheid een geschillencommissie in te stellen waarvoor bij of krachtens AmvB nadere regels kunnen worden gesteld ten aanzien van ondermeer de financiering. Genoemde leden vragen op welke manier de regering voornemens is deze financiering vorm te geven aangezien wordt gesteld dat structurele financiering door de betrokken partijen zelf zal moeten worden opgebracht. Genoemde leden vragen wat hierbij wordt bedoeld met “betrokken partijen”. Gaat het dan om een financiering die wordt bekostigd door alle makers en producenten of wordt een financiering beoogd door een bijdrage van de partijen die een geschil hebben? Genoemde leden vragen of hiermee de toegang tot de geschillencommissie voldoende laagdrempelig zal zijn. Zij vragen of er een indicatie is van de kosten van zo’n geschillencommissie en wat de financiering concreet betekent voor diverse partijen. Zij geven in overweging de uit te werken AmvB voor te hangen bij de Tweede Kamer.

Artikel 45d Aw

Genoemde leden vragen hoe de proportionele vergoeding voor exploitatie zal worden vastgesteld.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug