Inbreng verslag (wetsvoorstel) Gert-Jan Segers ten behoeve van de Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht

donderdag 10 juli 2014

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie ten behoeve van de Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht

Onderwerp:   Het voorstel van wet van het lid Van der Steur tot wijziging van Boek 3 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alsmede enkele andere wetten in verband met de bevordering van het gebruik van mediation (Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht)

Kamerstuk:    33 723

Datum:            10 juli 2014

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorstel van wet van het lid Van der Steur tot wijziging van Boek 3 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alsmede enkele andere wetten in verband met de bevordering van het gebruik van mediation (Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht). Deze leden onderschrijven de uitgangspunten van de indiener dat partijen een eigen verantwoordelijkheid hebben voor oplossen van geschillen en dat een buitengerechtelijke oplossing, eventueel met behulp van een onafhankelijke derde in veel gevallen de voorkeur verdient boven de gang naar de rechter.

De leden van de fractie van de ChristenUnie stellen echter vragen bij enkele keuzes die in dit wetsvoorstel worden gemaakt. Deze leden constateren dat in diverse adviezen twijfels worden uitgesproken of dit wetsvoorstel inderdaad een dejuridiserende werking zal hebben. Dit te meer nu de mediator bevoegd wordt om in bepaalde gevallen zaken aan de rechter voor te leggen. Deze leden vragen nader in te gaan op deze keuze en daarbij in te gaan op de juridische basiskennis van een mediator en de  kritiek van de Raad van State inzake de doorbreking van het procesmonopolie. Zij vragen of en waarom de indiener deze stap noodzakelijk vindt en of de indiener andere mogelijkheden heeft overwogen. Deze leden vragen bovendien om art. 96 Rv te betrekken bij de toelichting op deze keuze.

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de indiener duidelijke keuzes maakt in de inrichting van deze mediation-wetten, maar dat tegelijk nog veel op een later moment zal worden ingevuld middels algemene maatregelen van bestuur. Zij vragen de indiener om nader te expliciteren waarom het vastleggen van de uitgangspunten van mediation, zoals voorgesteld door de Nederlandse Orde van Advocaten, naar zijn mening niet volstaat.  Deze leden hebben zorgen of de huidige voorgestelde wetgeving niet onnodig de ontwikkelingen op het terrein van mediation belemmert.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug