Inbreng verslag (wetsvoorstel) Gert-Jan Segers tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst

donderdag 10 september 2015

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers op het onderdeel Media ten dienste van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van een Wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst

Onderwerp:   Wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst

Kamerstuk:    34 264          

Datum:           10 september 2015

Inleiding

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse de wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstig bestendig maken van de publieke mediadienst ontvangen. Deze leden menen dat we een unieke pluriforme publieke omroep hebben. Er is door de regering middels drie stappen voor gekozen om er voor te zorgen dat het publieke mediabestel zijn maatschappelijke rol ook in de toekomst goed kan blijven vervullen.

Met dit wetsvoorstel zet de regering de derde stap: het bepalen van de richting die nodig is om het publieke mediabestel toekomstbestendig te maken. Deze leden volgen de richting die de regering met de publieke omroep voor ogen heeft op de voet.  Zij hebben dan ook de volgende vragen over het voorliggend wetsvoorstel:

1. Naar een toekomstbestendige publieke omroep

De leden van de ChristenUnie-fractie merken als eerste over dit voorliggend wetsvoorstel op, dat het tijdspad voor de invoering van de wet erg krap is. Waarom is voor dit krappe tijdspad gekozen? Wat zijn de consequenties indien de wijziging niet voor 1 januari 2016 kan worden doorgevoerd?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat amusement niet langer een kerntaak van de publieke omroep is. Wel kan amusement worden ingezet als middel om een informatief cultureel of educatief doel te bereiken of een breed en divers publiek te trekken en te binden zodat deze doelen onder de aandacht worden gebracht. Waarom is ervoor gekozen om ‘amusement’ in de wet te definiëren en andere aanboddomeinen niet? (bijvoorbeeld kennis of opinie?) Kan de regering nader omschrijven waarom deze wijziging van belang is? Op welke wijze voeren omliggende Europese landen beleid rondom ‘amusement’? Kan op dit punt een overzicht worden gegeven? Staat het schrappen van ‘verstrooiing’ niet haaks op het doel van de wet, namelijk het toekomstbestendig maken van de publieke omroep?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij het ermee eens is dat levensbeschouwelijke programma’s slechts in zeer geringe mate op de markt tot stand komen? En dat het daarmee duidelijk onderdeel van de publieke media-opdracht moet zijn? Zo ja, waarom is dit nu niet in de wet geregeld, zo nee waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie vraagt op welke wijze geborgd wordt dat innovatie niet verzand in centralistische bureaucratische aanvraagprocedures, maar omroepen eigenstandige ruimte houden om daadwerkelijk tot inhoudelijke innovatie te komen.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op, dat profilering van de omroepen ook in de toekomst belangrijk zal blijven. Hoe kijkt de regering aan tegen de wens van de omroep organisaties dat zij ook in de toekomst verantwoordelijk blijven voor het realiseren van publieksbetrokkenheid en dat de NPO dit faciliteert, maar niet zelf realiseert? Op welke wijze krijgen omroepen de gelegenheid om middels hun eigen omroep- en programmamerken zich te profileren en te interacteren met het publiek?

4. Meer openheid, pluriformiteit en creatieve competitie

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat het mediabestel wordt opengesteld voor andere partijen dan de huidige publieke media-instelling. De omroeporganisatie die het voorstel verzorgt met de externe partij is coproducent en heeft de redactionele en (media)wettelijke eindverantwoordelijkheid. Interpreteren deze leden het juist dat hierop geen uitzonderingen mogelijk zijn en dat daarmee de motie Van Dijk (34000-VIII-64) wordt uitgevoerd? Deze leden ontvangen graag een nadere reactie.  Bent u het met deze leden eens dat het openen van het bestel voor externen geen garantie biedt dat pluriformiteit gewaarborgd blijft?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen het volgende in de Mvt: ‘Bij het verzorgen van dergelijk media-aanbod neemt de landelijke publieke media-instelling de afspraken in acht die de raad van bestuur over het media-aanbod heeft gemaakt met de partij van wie het voorstel afkomstig is. Dergelijke afspraken hebben betrekking op budget, format, inhoudelijke kaders (variërend van een goed idee tot een uitgewerkt concept) en rechten’.

Deze passage wordt door de omroeporganisaties als bedreiging voor redactionele onafhankelijkheid gezien. Is de regering het hiermee eens? Zo nee, waarom niet? Deze passage wordt ook als bedreiging gezien voor de omroepen omdat de NPO een grotere invloed op de inhoud van programma’s krijgt. Deze leden wijzen op het Concessiebeleidsplan waarin is uitgewerkt hoe de NPO en de omroepen de bestelmacht zouden willen invullen. Daarin krijgen de omroepen de ruimte om gestelde kaders vanuit de NPO aan te passen. Waarom komt de MvT niet overeen met het nieuwe Concessiebeleidsplan? Bent u het met deze leden eens dat dit wel wenselijk is?

6. Nieuwe verhoudingen in het bestel

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat met de wetswijziging de rol van de NPO wordt gewijzigd. Kan er nader worden toegelicht op welke wijze er naar de checks and balances gekeken is?  Zijn deze middels dit wetsvoorstel voldoende op orde? Deze leden ontvangen op dit punt graag nadere toelichting.

De leden van de ChristenUnie-fractie zien graag een toelichting op de nadere invulling van taken van de NPO, op welke wijze verwacht de regering dat er gebruik gemaakt zal worden van bindende regelingen? Is de regering het met deze leden eens, dat rondom rechtenentiteit, innovatie, de rol van genre coördinatoren en redacties en voor de verantwoording van doelmatigheid overleg met de omroeporganisaties dient te zijn? Deze leden merken bij de omroepen een vrees dat de NPO zich inhoudelijk met het programma-aanbod zal bezighouden. Gaat inhoudelijke programma-bemoeienis in tegen de onafhankelijke positie van de omroepen? Wil de regering op deze vrees reageren?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op, dat er onrust is over de benoeming van de RvT. Hoe wordt voorkomen dat dit een politiek benoemd orgaan zal worden? Hoe ziet de regering dit? Welke maatregelen zijn er genomen om de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de Publieke Omroep te garanderen? Deze leden vragen zich af of er voldoende waarborg is van de pluriformiteit en onafhankelijkheid. Is er verbetering mogelijk door de benoeming van de Raad van Toezicht bij andere partijen te leggen, en het College van Omroepen daar een rol in te geven?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de RvB wordt bijgestaan door een redactie. Dit laat ruimte voor een toekomst met nog maar één redactie voor al het  aanbod op radio, televisie en online. Zou het een idee zijn wanneer de wet  voorwaarden opneemt voor een minimaal aantal redacties en ook een aanwijzing geeft voor de samenstelling en bevoegdheden? De beslissingen die genomen worden in dergelijke redacties raken de inhoud, een beperkte bevoegdheid of rol van omroepen en zouden een bedreiging kunnen zijn voor de onafhankelijkheid?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat  soepele samenwerking tussen de NPO en de omroeporganisaties van groot belang is voor het toekomstbestendig maken van de Nederlandse publieke omroep. Op welke wijze gaat de regering de samenwerking verbeteren? Ziet zij hierin voor zichzelf een faciliterende rol?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe omroepen inhoudelijk verantwoordelijk kunnen zijn voor een programma als afspraken in verregaande mate door de NPO kunnen worden gemaakt? De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe ervoor wordt gezorgd dat omroepen ook in de strategische keuzes rondom het programma-aanbod worden betrokken?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen artikel 2.54 lid 3 nader te omschrijven. Hoe wordt ervoor gezorgd de afspraken geen betrekking hebben op de inhoud van programma’s?

7. Meer samenwerking in en met de regio

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben naast de wetswijziging ook de brief over de toekomst van de regionale publieke omroep gelezen. Deze leden zijn voorstander van een sterke en onafhankelijke regionale omroep. Zij lezen in de brief dat er een nota van wijziging zal komen op voorliggend wetsvoorstel. Het aantal leden van het bestuur wordt uitgebreid naar maximaal zes, de onverenigbaarheid van een bestuurslidmaatschap met een functie bij een regionale omroep wordt geschrapt en de initiële taken van de RPO worden uitgebreid. Hiermee is tegemoet gekomen aan de bezwaren van ROOS. Komen deze leden tot de juiste conclusie als zij concluderen dat de regering hiermee de eerder geuite kritiek van de Raad voor Cultuur naast zich neer heeft gelegd?

Deze leden vinden het zinvol wanneer de regering de nota van wijziging ter consultatie zal voorleggen aan ROOS en OLON alvorens deze naar de Kamer wordt gestuurd. Is de regering het hiermee eens?

Deze leden zouden in de nota van wijziging graag een overzicht willen ontvangen van de artikelen die aangepast zullen worden en de artikelen die ten opzichte van voorliggend wetsvoorstel hetzelfde zijn gebleven.

Op welke manier wil de regering stimuleren dat meer samenwerking komt tussen lokale publieke en private mediapartijen, zoals de regionale dagbladen?  Deze leden menen dat zowel de lokale als de regionale omroepen baat zouden hebben bij een nauwere samenwerking. Hoe wil de regering dit bevorderen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de RPO de zogenaamde ‘verzorgingsgebieden’ zal vaststellen. Kan de regering nader toelichten wat ermee wordt bedoeld dat niet uitgesloten wordt dat die ‘verzorgingsgebieden’ op termijn op grond van sociaal-culturele overwegingen anders kunnen worden vastgesteld. 

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben een aantal vragen over de borging van de Friese taal. Op welke wijze wordt invulling gegeven aan de wettelijk vereiste borging en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur? Wat is de inzet van de gesprekken die gevoerd gaan worden met de Provincie Fryslân? Hoe wordt de Friese zeggenschap over de Friese radio & televisie geregeld? Wordt hierover een convenant gesloten met provincie Fryslân?

Artikelsgewijs

Artikel I, onder KK (artikel 2.172)

De ChristenUnie merken op dat middels een delegatiebepaling wordt voorgesteld om dit artikel aan te passen. De minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over de inhoud en richting van de jaarrekening. Buiten twijfel wordt gesteld dat dit ook kan gaan over inzicht in de kosten van de programmering. Deze leden zien op dit punt graag een nadere toelichting. Op welke wijze wil de regering een balans borgen waarin enerzijds de mate van detail van de informatie die een vertrouwenwekkend inzicht geeft in de bestedingen van de publieke omroep en anderzijds het borgen van de positie als betrouwbare partij voor externe producenten als het gaat om bescherming van vertrouwelijke contractinformatie? Deze leden menen dat het wenselijk is om het Commissariaat van de media de formele functie te geven bij de wijze waarop inzicht wordt verkregen in de kosten van programmering. Zodat voorkomen kan worden dat er op programmatitelniveau een discussie zal losbarsten over de kosten van programma’s op de publieke omroep? Op welke manier gaan andere West-Europese landen met dit vraagstuk om?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug