Bijdrage Carla Dik-Faber aan het algemeen overleg Grondstoffen en afval

donderdag 14 november 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu aan een algemeen overleg met staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu   

Onderwerp:   Grondstoffen en afval

Kamerstuk:    30 872

Datum:            14 november 2013

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Wij gaan in Nederland van een afvaleconomie naar een circulaire economie, waar grondstoffen worden hergebruikt. De staatssecretaris heeft hiervoor de brief Van Afval naar Grondstof geschreven, met acht mooie doelstellingen. Deze zijn echter nog niet echt SMART geformuleerd. Daarom heb ik een aantal vragen voor de staatssecretaris. De recyclingindustrie gaat naar volledig circulair in 2040. Daar kiest zij voor. Doet de staatssecretaris dat ook? Gaat de staatssecretaris meetbare tussentijdse doelen formuleren, bijvoorbeeld over het inventariseren waar op nationaal niveau of in Europa blokkerende regelgeving zit? Ik doel bijvoorbeeld op de REACH-regelgeving. Kiest de staatssecretaris ook voor ketenaansprakelijkheid, waarbij alle schakels in de keten verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat? Is de staatssecretaris bereid om te komen met een recyclingfonds dat een eenmalige bonus uitkeert aan gemeenten die goed presteren, te betalen door een malus voor gemeenten die achterblijven?

TNO heeft aangetoond dat een eenmalige investering van 4 tot 8 miljard elk jaar opnieuw 1 miljard oplevert en veel nieuwe banen, een enorme kans. Wat gaat deze staatssecretaris doen om alle betrokkenen -- gemeenten, producenten, verpakkers en recyclingbedrijven -- op één lijn te krijgen? Ik krijg nu namelijk de indruk dat er veel energie wordt gestoken in praten en onderzoeken, waardoor de zo noodzakelijke omslag naar een circulaire economie onnodig vertraagd wordt.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik ben blij met de woorden van mijn collega van de ChristenUnie. Ik hoorde haar in het begin iets zeggen over het in kaart brengen en opruimen van blokkerende regelgeving. Daar ben ik blij mee. Zij noemde ook REACH daarin, als het gaat om de opslag en het verwerken van chemische spullen. REACH vinden wij een gedrocht, gegeven hoe het in elkaar zit. Als nu blijkt dat we bijvoorbeeld een aantal artikelen uit REACH zouden kunnen schrappen, vind ik mevrouw Dik-Faber dan aan mijn zijde?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Mijn pleidooi ging over het opruimen van wet- en regelgeving die een circulaire economie in de weg staat. Het kan ook zijn dat regelgeving aangepast moet worden. Daar moeten we met elkaar naar kijken. Volgens mij wil de staatssecretaris dat inventariseren. Mij is op dit moment niet duidelijk wanneer die inventarisatie plaatsvindt en wanneer de regelgeving dan ook daadwerkelijk is aangepast. Dat vraag ik aan de staatssecretaris. Wat mij betreft is die circulaire economie ontzettend belangrijk, dus hoe eerder hoe liever.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Is mevrouw Dik-Faber het met mij eens dat het voorstel van de VVD om een stukje Europese regelgeving in Nederland te schrappen, toch wat lastig te implementeren is?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik begrijp heel goed dat dit niet van de ene op de andere dag geregeld is. De nationale regelgeving aanpassen is uiteraard vele malen makkelijker dan daar in Europa de handen voor op elkaar te krijgen, maar ik denk wel dat dit moet gebeuren. Europa werkt toe naar een circulaire economie. Dan is het ook goed om te kijken waar de Europese regels een dergelijk systeem in de weg zitten. Ik zou het goed vinden als Nederland daarin een voortrekkersrol nam. We hebben een heel sterke recyclingbranche. Ik denk dat onze recyclingindustrie enorm geholpen zou zijn door in Europa een voortrekkersrol te pakken en te bezien welke regels aangepakt moeten worden. Ik ben mij er uiteraard van bewust dat dit niet van de ene op de andere dag geregeld zal zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Op dat punt delen D66 en de ChristenUnie denk ik de inzet. De einde-afvalcriteria bijvoorbeeld zijn echt iets waar we in Europa hard aan moeten werken. Die moeten dusdanig vormgegeven worden dat zij geen belemmering vormen voor de circulaire economie. Ik trek daarin graag samen met de ChristenUnie op. Dat is iets anders dan de vraag of wij met haar van mening zijn dat we in Nederland een gedeelte van de REACH-verordening moeten schrappen, want dat is gewoon vrij lastig. Maar volgens mij zitten in ieder geval de ChristenUnie en D66 hierin aardig op één lijn.

De voorzitter: De heer Dijkstra heeft nog even zitten kauwen, maar hij heeft toch nog een vervolgvraag naar aanleiding van zijn eerste interruptie.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Hier wreekt zich het eurofiele karakter van zo'n REACH-verordening die door D66 ruim ondersteund wordt. Tegelijkertijd zijn er allerlei ontwikkelingen gaande waarbij een simpel persoon met een speelgoedwinkel misschien wel €25.000 in één keer moet neertellen, om alleen maar te voldoen aan die gekke Europese regelgeving. Als we daar een vereenvoudiging in kunnen aanbrengen zonder daarmee voorbij te gaan aan de doelstellingen van REACH, dan zal mevrouw Dik-Faber het toch met mij eens zijn dat we dat echt met elkaar moeten proberen? Ik ondersteun haar als wij dat samen met de staatssecretaris kunnen oplossen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik zie hier allemaal mooie samenwerkingsverbanden ontstaan, samen met D66 en de VVD, kijk aan! Ik word direct gewaarschuwd door een paar andere collega's. De ChristenUnie kiest voor de circulaire economie. Laten we met elkaar kijken waar de regelgeving geschrapt of aangepast moet worden om dat doel te bereiken. Daar ga ik voor, en iedereen die daarover met mij wil nadenken, is van harte welkom.

Voorzitter. Het TNO-rapport is glashelder over de verlammende werking van de overcapaciteit van de afvalverbrandingsinstallaties. Voor de ChristenUnie is dit dan ook prioriteit nummer één. Ik hoorde net het CDA voorstellen om een onderzoek te doen naar de financiële betrokkenheid van gemeenten en om te bezien of die bevorderlijk is voor het aandeel recycling. Ik vind dat heel zinvol en wil mij graag bij dat verzoek aansluiten. Ik vraag ook de staatssecretaris naar de mogelijkheden voor een slimme verbrandingsheffing om ervoor te zorgen dat herbruikbaar afval niet wordt verbrand. Daarbij moeten we natuurlijk wel voorkomen dat herbruikbaar afval de grens over gaat om in het buitenland te worden verbrand.

Dan wil ik ingaan op de pilot van de drankenkartons. Hoe staat het daarmee? De ChristenUnie wil dat de staatssecretaris gescheiden inzameling hiervan voortvarend aanpakt. Producenten van drankenkartons betalen elk jaar enkele miljoenen euro's mee aan de verpakkingenbeheersbijdrage. Gemeenten krijgen dit geld via het afvalfonds, maar intussen worden de drankenkartons verbrand. Producenten betalen dus voor recycling die niet gebeurt en gemeenten die besluiten om drankenkartons wel goed te recyclen, moeten dat uit eigen zak betalen. Ik vind dat de omgekeerde wereld. Ondertussen loopt Nederland in Europa wat de drankenkartons betreft, hopeloos achter. In België wordt al 78% gerecycled, in Duitsland 71%. De staatssecretaris zet in de EU-consultatie voor nieuwe afvaldoelen in op slechts 50%. Waarom zo'n lage ambitie? De ChristenUnie pleit voor een roadmap, waarbij we rekening houden met de achterblijvende landen, maar waarbij het doel van een hoogwaardige circulaire economie blijft staan. De Europese doelstelling mag toch niet het excuus zijn voor Nederland om de doelstelling ook slechts op 50% te zetten? Laat dat onze eer te na zijn.

Dan kom ik op het Basisdocument monitoring van verpakkingen. Dit stelt mij absoluut niet gerust. In de raamovereenkomst verpakkingen is afgesproken dat er minimaal 90 kiloton kunststofafval wordt gerecycled in 2013, als toets of het statiegeld kan verdwijnen. Echter, de definitie voor recycling is verruimd tot al het materiaal dat wordt aangeboden voor recycling. Vervuiling telt dus ook mee. Ik noemde net al in een interruptiedebatje met de heer Leenders de yoghurt in pakken en de stukjes hout. De ILT toonde bovendien eerder al aan dat bij recyclers ook nog tot 30% rendementsverliezen kunnen optreden. Kortom, er wordt door creatief rekenen straks bewezen dat het goed gaat met de recycling, terwijl dat helemaal niet zo is. Intussen is dan wel op grond van deze cijfers het statiegeld afgeschaft. De ChristenUnie blijft een lans breken voor statiegeld. Het is niet alleen belangrijk voor hoogwaardige recycling, maar ook voor het voorkomen van zwerfafval. Vandaag nog liet iemand mij weten: ik raap elke dag op de route naar het station rotzooi op; bierflesjes kom je nooit tegen, maar blikjes, kartonnetjes en kleine petflesjes des te meer. Ik heb bij dit punt twee vragen. Waarom moeten alleen de nieuwe petstatiegeldflessen voldoen aan minimaal 25% recyclaat? 40% van de petflessen, de kleintjes, heeft geen statiegeld. De ChristenUnie wil dat hier dezelfde normen voor gelden. Waar is de uitwerking gebleven van het principe dat de recycling van kunststofafval zo hoogwaardig mogelijk moet zijn en dat dit onderdeel zou zijn van de monitoring?

Dan nog het puntje elektronica. Exporteurs van tweedehandsapparatuur worden verplicht om vooraf te testen of de apparatuur werkt. Hoe wordt dit echter gehandhaafd? Welke partijen worden betrokken bij het optuigen van de instrumenten om dit te handhaven, zodat het effectief is en niet alleen maar bureaucratie oplevert? De ChristenUnie stelt voor dat partijen die elektronische afval verwerken, gecertificeerd worden en dat de registratieplicht voor oude apparaten wettelijk wordt vastgelegd, zodat er geen freeriders ontstaan die alsnog oude apparaten dumpen.

Tot slot. De fractie van D66 vroeg al naar het overleg over restafval met de gemeenten. Ik sluit mij daarbij aan. Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie om strikter te handhaven bij milieustraten en om onderzoek te doen naar de verplichte nasortering van restafval?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari