Bijdrage Carla Dik-Faber aan het algemeen overleg Wijkverpleging

carla-dik-banner-1-944x390dinsdag 14 juni 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een algemeen overleg met staatssecretaris van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp:   Wijkverpleging

Kamerstuk:    34 300          

Datum:           14 juni 2016

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. De laatste brief van de staatssecretaris voor dit algemeen overleg is ook de meest spannende brief, namelijk over de integrale bekostiging. Ik herken in deze brief ook wel de uitgangspunten die breed door de Kamer gedeeld worden. Het gaat niet om systemen maar om de mens die zorg en ondersteuning nodig heeft en om de wijkverpleegkundige als zorgprofessional, met vakinhoudelijke kennis en kunde. Vrij vertaald: minder papier en meer zorg.

Ik heb nog wel wat vragen bij de oplossingsrichting. De huidige vijf prestaties verpleging en verzorging worden teruggebracht tot één tarief. Dat klinkt goed, maar tegelijkertijd blijven allerlei uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld voor de Medisch-Specialistische Verpleging in de Thuissituatie. Dat geldt ook als zorgverzekeraars en zorgaanbieders er niet samen uitkomen en voor niet-gecontracteerde zorg. Ook de pgb-tarieven blijven erbuiten. Vanuit het perspectief van de budgethouder valt daar veel voor te zeggen, maar het zijn wel weer uitzonderingen. Kortom, één tarief klinkt heel doortastend, maar blijven er niet te veel systemen naast elkaar bestaan? Hoe voorkomen we dat met het oog op de kosten verzorging wordt ingezet waar verpleging nodig is of dat er juist veel verpleging wordt ingezet waar verzorging nodig is, wat de kosten opdrijft?

Als ik naar de toekomst kijk, negeert de staatssecretaris het advies van Gupta over drie weekpakketten, op basis van ingezette uren zorg en deskundigheidsniveau. De staatssecretaris kiest voor één tarief en wil zorgprofielen introduceren. Maar wat is het verschil tussen de huidige prestaties verpleging en verzorging en de toekomstige zorgprofielen? Het lijkt erop dat we van vijf naar één gaan of naar zeg het maar. In de Wlz willen we juist een maatwerkprofiel. Hoe voorkomen we dat dit weer veel administratief gezeur oplevert?

De prestatie wijkgericht werken vervalt, maar natuurlijk moeten die kosten wel gedeclareerd kunnen worden. Kan de staatssecretaris toezeggen dat door de nieuwe werkwijze de samenwerking met de gemeenten op het gebied van preventie niet verder onder druk worden gezet, net als de bekostiging daarvan, die nu ook al vaak niet goed gaat?

Intussen laat de staatssecretaris toe dat het aanbod in de wijkverpleging verschraalt. De Kamer heeft al talloze malen gesproken over het belang van de casemanagers dementie. Daarover zijn ook moties aangenomen. Verzekeraars kiezen voor goedkopere generalistische hulp en gespecialiseerde casemanagers dementie worden wegbezuinigd. In Friesland wil de zorgverzekeraar geen casemanagement dementie vergoeden voor cliënten die geen thuiszorgindicatie hebben. Vooral jongere mensen met dementie komen hierdoor in problemen, omdat zij lichamelijk vitaal zijn en er bij hen geen thuiszorg komt.

En dan zijn er de pilots van Zilveren Kruis, in onder meer Zwolle, waarbij de zorgverzekeraar één zorgaanbieder per wijk contracteert. Dat is efficiënt voor de zorgverzekeraar, maar ik kan er heel veel kritische kanttekeningen bij plaatsen. De keuzevrijheid van mensen staat onder druk. En wat als de aanbieder geen specialistische zorg kan leveren? Hoe wordt dan de toegang tot specialistische zorg geregeld? Ik denk ook aan palliatieve zorg. Gemeenten kiezen graag voor lokale of regionale zorgaanbieders en als er geen goede match is met de keuze van de zorgverzekeraars, kan het samenhangend zorgaanbod onder druk komen te staan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wanneer deze pilots geëvalueerd en hopelijk gestopt worden en wie bij de evaluatie de belangen van de verzekerden borgt.

Een breed gedragen zorg — om niet te zeggen: frustratie — betreft het bestaan van omzetplafonds. Ik snap dat omzetplafonds een functie kunnen hebben in het beheersen van zorgkosten, maar het wringt wel met de keuzevrijheid van cliënten. Verzekerden voor wie zorg geïndiceerd wordt, moeten die zorg ook geleverd krijgen. Uit de jaarcijfers blijkt dat er in 2015 een overschrijding was. Deze is relatief gering, maar het kabinet verwacht ook dat er meer vraag zal komen naar wijkverpleging. Bovendien stevenen we af op een tekort van 1.000 wijkverpleegkundigen. Gaat de staatssecretaris alles op alles zetten om hierin te voorzien, zowel financieel als qua menskracht?

Mede naar aanleiding van mijn motie blijkt dat de doorlooptijd voor bemiddeling en geschillenbeslechting bij de specialistische geestelijke gezondheidszorg (SGGZ) met de helft kan worden teruggebracht en dat zorgverzekeraars betalen voor de extra formatie die daarvoor nodig is. Ik ben blij met dat resultaat. Dank daarvoor.

Tot slot. Gisteravond was ik bij een bijeenkomst over voeding in de zorg. De rode draad was dat voeding veel meer prioriteit moet krijgen in opleiding en beroepspraktijk. Wijkverpleegkundigen mogen echter niet indiceren op ondervoeding. Geen indicatie betekent dat er geen zorg kan worden geleverd. Dit lijkt mij juist heel nodig, nu ook de Stuurgroep Ondervoeding instrumenten ontwikkelt voor de eerstelijnszorg om ondervoeding bij thuiswonende ouderen te signaleren en aan te pakken. Ik hoor hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

« Terug

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari