Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg Toekomstverkenning publieke omroep

woensdag 26 juni 2013

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderwerp:   Toekomstverkenning publieke omroep

Kamerstuk:    32 827

Datum:            26 juni 2013

De heer Segers (ChristenUnie): Voorzitter. We gaan verder waar we gisteravond zijn gebleven. Ik zie de mensen die hier om tafel zitten tegenwoordig vaker dan mijn eigen vrouw en kinderen. Het zijn over het algemeen aardige mensen hier, maar mijn vrouw en kinderen zijn mij altijd nog iets dierbaarder.

Wij spreken over de toekomstverkenning. Mijn grote vraag is: is dat niet vragen naar de bekende weg? Ik zal dat verder uitwerken, juist omdat die vraag is neergelegd bij de Raad voor Cultuur. Ik heb drie vragen naar de extra inkomsten in relatie tot de bezuinigingen. Allereerst wil ik opmerken dat het goed is dat dit eruit is gehaald en dat het naar voren is gehaald, juist in relatie tot de bezuiniging van 100 miljoen. In ieder geval dank daarvoor. Dan mijn drie vragen. De Staatssecretaris schermt met het rapport van de Boston Consulting Group (BCG) over de vraag hoe je 127 miljoen kunt bezuinigen zonder dat het de kwaliteit van de programma’s aantast. BCG legt uit dat dit op die en die manier kan. De Staatssecretaris schermt daarmee en zegt dat er winst te behalen valt door efficiënt om te gaan met de overheadkosten. Als ik echter optel met welke bezuinigingen het rapport komt als gevolg van snijden in de overheadkosten, dan vind ik slechts 40 miljoen. Een deel van de bezuinigingen drukt wel degelijk op de programma’s en op de manier van programmeren. Erkent de Staatssecretaris dat? Is het niet belangrijk om dat ook te vermelden als dat rapport wordt aangehaald?

Mijn tweede vraag. Gisteren heeft de Staatssecretaris erkend dat er ook een verantwoordelijkheid bij hemzelf ligt in de zoektocht naar de minimaal in te sparen 45 miljoen. Wat houdt die verantwoordelijkheid precies in? Kan hij dat verder kwalificeren? Mijn derde vraag betreft de mogelijke marktverstoring waar D66 zich erg druk om maakt. Uitgangspunt is dat maatregelen voor het verruimen van het verdienvermogen geen onevenredig nadelige gevolgen voor marktpartijen mogen hebben. Wat houdt dat in? Als de omroep meer Ster-inkomsten heeft, als er een meer marktconforme vergoeding komt in de naar mijn mening zeer ongezonde markt van de kabelbedrijven, is dat dan een verstoring van de markt of is het juist iets wat de markt gezonder maakt? Wat zijn de piketpalen daarbij? Wat wordt daar precies onder verstaan? Dat acht ik een belangrijke vraag. Dat de Raad voor Cultuur is gevraagd om de toekomstverkenning uit te voeren, vind ik een bijzondere keuze. In 2005 heeft de Raad voor Cultuur een rapport doen verschijnen met de veelzeggende titel «De publieke omroep voorbij». Tot vorig jaar heeft de Raad voor Cultuur daaruit geciteerd en daarnaar verwezen. Het was indertijd geen waardevrije verkenning. Een van de conclusies van de Raad voor Cultuur was toen dat de omroepen geen verenigingsstructuur meer hebben en niet meer gedragen worden door de leden, maar dat ze zich moeten omvormen tot commerciële productiebedrijven. Als wij nu een open vraag neerleggen bij de Raad voor Cultuur, is dat oude rapport dan van tafel? Of vragen we de Raad naar de bekende weg? Dat is een heel belangrijk punt. Als het de bedoeling is om een open verkenning te houden, dan moet de verkenning open zijn. Het moge duidelijk zijn dat de ledenstructuur en het democra-tische gehalte van het bestel voor ons cruciaal zijn en dat de externe pluriformiteit, dus de pluriformiteit die op een externe manier wordt vormgegeven, een belangrijk uitgangspunt is. Als dit nog steeds leidend is voor de Raad voor Cultuur, dan houd ik mijn hart vast bij de verkenning die we zullen krijgen. Hoe open is die verkenning? Er wordt ook gezegd dat andere partijen en stakeholders, waaronder de WRR, mogen meepraten. Op welke manier gebeurt dat? Hoe breed wordt dit benaderd? Wie mag er allemaal meepraten? Is er ook op dit punt ruimte voor diversiteit?

Sprekend over diversiteit: pluriformiteit is een belangrijk uitgangspunt in de vraag die is neergelegd bij de Raad voor Cultuur, maar daar wordt over gesproken in de zin van variëteit. Volgens mij zijn pluriformiteit en variëteit echt andere dingen. Met identiteit wordt eveneens geschermd. Pluriformiteit is de ruimte die aan een samenleving wordt gegeven om op een min of meer democratische manier – dat is de weg waar ons bestel ruimte voor geeft – de mensen zelf een stem te geven. We willen niet een bestel waar óver minderheden of óver andere opvattingen wordt gesproken, maar waarin die minderheden en opvattingen zelf aan het woord komen. Mensen moeten voor zichzelf kunnen spreken. Hoe moet ik het zien dat pluriformiteit en variëteit als inwisselbare eenheden worden gebruikt, terwijl het voor mij echt verschillende punten zijn?

De voorzitter: U hebt nog één minuut.

De heer Segers (ChristenUnie): Ik heb nog een belangrijk punt, namelijk de regionale omroepen. Ik sluit mij aan bij de vragen die al zijn gesteld, met vermelding van het feit dat wij zonet een petitie in ontvangst hebben genomen met meer dan 12.000 handtekeningen vanuit Friesland, in vier weken tijd verzameld ter onderstreping van de speciale rol van de Friese omroep. De Staatssecretaris zegt dat de commissie-Hoekstra, de commissie borging van de Friese taal, uitgangspunt is of althans een belangrijke leidraad. Wij houden daar rekening mee. Zegt hij daarmee dat een zekere ongelijke behandeling hierin gerechtvaardigd is, gezien het belang van het Fries, van de instandhouding van het Fries en van Omroep Fryslân voor de taal?

De heer Huizing (VVD): De heer Segers heeft het over pluriformiteit. We hebben in de afgelopen dagen met elkaar gepraat over het feit dat we een pluriform medialandschap enorm belangrijk vinden. Ziet de heer Segers het huidige systeem van ledenomroepen als de enige manier om voldoende pluriformiteit in onze samenleving te waarborgen?

De heer Segers (ChristenUnie): Stel dat wij willen spreken over de levensbeschouwelijke pluriformiteit. Dat is voor ons een belangrijk punt. Dan is het voor mij een fundamenteel verschil hoe dat gaat. Spreekt daar ergens op een afdeling à la de BBC een stel sociologen over de verschillen die er in een samenleving zijn? Kijken zij als het ware vanaf de maan hoe dat landschap er uitziet, in de trant van: tjongejonge, interessant, dit gebeurt er en dat gebeurt er? Is dat de aanpak? Of geef je mensen zelf een stem? Dat is de kracht van ons bestel. Als jij voldoende leden hebt, kun je zelf een omroep starten en mag je voor jezelf spreken. Ik vind het laatste, voor jezelf kunnen spreken, vele malen democratischer en waardevoller dan de afstandelijke intern vormgegeven pluriformiteit. Voor mij is die externe pluriformiteit echt een essentieel onderdeel. Ik zei het gisteren al en ik meen het serieus: als ons bestel nog niet bestond, zouden we het morgen moeten oprichten, juist omdat het zo democratisch en pluriform is.

De heer Huizing (VVD): Een opmerking over pluriformiteit, met name vanuit de levensbeschouwing. Als mensen niet meer vanuit hun geloof kunnen spreken, wordt er op radio of televisie toch op een andere manier met levensbeschouwing omgegaan? De vraag is gesteld of een prachtig programma als The Passion dan nog gemaakt zou worden. Als je rondkijkt, zegt iedereen: nee, waarschijnlijk niet. Toen kwam ik er achter dat The Passion een uitvinding is van de BBC. Daarom stel ik weer de vraag of het systeem van ledenomroepen de enige manier is om de pluriformiteit te waarborgen die ook de heer Segers en de ChristenUnie willen.

De heer Segers (ChristenUnie): Ik zeg niet dat een BBC-model geen mooie programma’s kan opleveren, maar het is een principieel andere benadering of mensen echt voor zichzelf mogen spreken of dat er over hen wordt gesproken, door iemand die de samenleving bekijkt en dan besluit om over die of die groep eens een programma te maken. Het feit dat de heer Bosma ieder mediaoverleg begint met een recensie, waarin hij vertelt wat hem allemaal weer verschrikkelijk stoort, is voor mij een bevestiging van de kracht van ons bestel. Dat je kennis kunt nemen juist van opvattingen en meningen die je tegen de borst stuiten en die anders zijn dan de jouwe, dat je je daar soms over kunt ergeren of verwonderen, dat is de kracht van ons bestel! Wat mij betreft, blijft dat nog heel lang het uitgangspunt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug