Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat Wet werk en zekerheid

woensdag 12 februari 2014

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een plenair debat met minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  

Onderwerp:   Wet werk en zekerheid

Kamerstuk:    33 818

Datum:            12 februari 2014

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. De heer Heerma begon zijn betoog met de woorden dat hij blij was dat er nu een gelijk speelveld is wat betreft het slaaptekort, maar ik vond hem nog buitengewoon wakker overkomen.

De voorstellen van de regering om het ontslagrecht en het flexrecht te veranderen, bespreken wij hier niet vaak, zeg ik eufemistisch. Zeker niet als het ook nog eens om grote wijzigingen gaat; zo was de laatste hervorming van het flexrecht al weer vijftien jaar geleden. Ons huidige ontslagrecht stamt grotendeelds uit 1945. Er is de afgelopen jaren wel veel gediscussieerd over het ontslagrecht en de WW. Wij hebben de commissie-Rood en de commissie-Bakker gehad, die al een voorzet gaven voor het wetsvoorstel dat nu voorligt. Wie herinnert zich niet de discussies met de voormalige minister van Sociale Zaken Donner? Mevrouw Hamer — zij is nu even niet in de zaal — zal zich deze discussies zeker herinneren. Volgens mij kwam daarin een nieuwe uitdrukking naar voren: zo flexibel zijn als een loden deur.

Het debat van vandaag kan dus gerust bijzonder worden genoemd. Er zijn nu grote wijzigingen op komst. Het is zoeken naar een balans tussen flex minder flex maken en vast minder vast. Dit is in de afgelopen jaren scheef gegroeid. Centraal moet staan dat regelingen rond ontslag en WW zorgen voor een deel inkomenszekerheid, maar belangrijker nog dat zij ervoor zorgen dat werknemers zo snel mogelijk van werk naar werk gaan. Dat is uiteraard de beste garantie voor inkomen.

Het is goed dat het kabinet bij zulke grote wijzigingen in de sociale zekerheid de sociale partners nauw heeft betrokken. Vorig jaar leidde dit tot het sociaal akkoord, waar de maatregelen die wij vandaag bespreken, uit voortvloeiden. Mijn fractie vindt dat dit tot een aantal verbeteringen heeft geleid ten opzichte van de voorstellen van het kabinet. Dit kabinet wilde immers dat mensen na één jaar WW al op bijstandsniveau zouden belanden. Gelukkig is dit door het sociaal akkoord bijgesteld. Mensen houden recht op twee jaar WW. De sociale partners kunnen een langere periode, tot 38 maanden, afspreken.

Met dit wetsvoorstel wil het kabinet het ontslagrecht eenvoudiger en eerlijker maken. Ook moet er meer evenwicht komen tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt. Ik noemde dit zonet al. Dit zijn doelstellingen die de ChristenUnie zeker kan steunen. De huidige arbeidsmarkt is uit het lood geslagen en aanpassingen zijn nodig om de arbeidsmarkt weer in balans te brengen. De intentie van de regering met het voorstel is dus goed. Toch kan dit niet wegnemen dat wij ook zorgen hebben over enkele delen van het wetsvoorstel. Zo gaat de minister ervan uit dat mensen sneller een vast contract zullen krijgen door het beperken van de flexcontracten tot twee jaar; de zogenaamde ketenbepaling. Dit zou mooi zijn, maar wie zegt dat het in de praktijk ook echt zo loopt? Hier komt ook nog bij dat werkgevers juist vanaf twee jaar een transitievergoeding moeten gaan betalen. Het risico neemt hiermee toe dat zij het contract dan al na twee jaar beëindigen, in plaats van flexwerkers in vaste dienst te nemen. De flexwerker schiet er dan uiteindelijk niets mee op. De ChristenUnie wil niet dat mensen door het wetsvoorstel versneld op straat komen te staan. Ik ben eerlijk gezegd nog niet overtuigd door de berustende woorden van de minister dat de economie straks wel zal aantrekken en dat daarmee de mensen met een kortlopend flexcontract dan een grotere kans maken op een vast contract. Wat mijn fractie betreft, wordt de werking van het wetsvoorstel dan ook op dit punt een tijd uitgesteld. Ik heb begrepen dat er een amendement wordt ingediend om deze ketenbepaling met één jaar uit te stellen. Ik kan nu al zeggen dat dat amendement onze volledige instemming heeft. Bovendien lijkt het me goed om de evaluatie van de ketenbepaling naar voren te halen. Op dit punt is al een amendement ingediend — dit is overigens ook met onze steun gebeurd — om al na drie jaar na inwerkingtreding van de ketenbepaling een evaluatie te laten plaatsvinden, zodat we ook de uitkomsten van die evaluatie kunnen laten meewegen bij de beoordeling hoe de maatregel uitwerkt.

Ik kom bij het ontslagrecht. Ook op dit punt moet ik zeggen dat wij het goed vinden dat er nu stappen worden gezet, met draagvlak van de sociale partners. Mijn fractie is er ook content over dat de preventieve toets blijft bestaan. De vraag is wel of het in de praktijk ook allemaal eenvoudiger wordt, zoals het kabinet stelt. Zo komt er een aanzegplicht bij afloop van de tijdelijke contracten. Is dit niet het organiseren van bureaucratie? Bovendien is het nu zo dat de UWV-route weliswaar gratis is voor de werkgever, maar als groot nadeel heeft dat die route langer duurt. De UWV-route wordt straks verplicht bij ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen of arbeidsongeschiktheid. Dan moeten we er wel zeker van zijn dat de snelheid er bij het UWV komt. Ik heb gezien dat de heer Van Weyenberg daarover een amendement heeft ingediend, maar ik wil ook van de minister zelf horen hoe hij denkt te kunnen borgen dat de UWV-route snelheid behoudt. Wij moeten voorkomen dat de werkgevers straks in de problemen komen door een te trage route. Ik hoor hierop graag een reactie.

In de ontslagprocedure vinden er ook wijzigingen plaats voor geestelijken en het bijzonder onderwijs. Zij komen straks ook onder de UWV-route te vallen, terwijl zij nu eigen ontslagprocedures kennen die overigens prima werken. Bovendien zijn er bij de totstandkoming van het ontslagrecht goede redenen geweest om dit zo te regelen. Dit is gebeurd in het kader van de onderwijsvrijheid en de godsdienstvrijheid. De Raad van State wijst hierop in haar advies. Toch voert de regering de preventieve toets door het UWV voor deze groep in. Vanwaar deze bepaling? Waarom moet een praktijk die goed loopt, nu ineens worden gewijzigd? Ik en de heer Dijkgraaf hebben op dit punt amendementen ingediend waarmee wij de huidige ontslagprocedure voor de geestelijken en het bijzonder onderwijs willen handhaven. Ik hoor graag de appreciatie van de minister van deze amendementen.

Ik heb ook nog een vrij technische vraag, dus ik zal proberen die zorgvuldig te formuleren. De vraag gaat over Boek 7, artikel 669 tweede lid, onderdeel f van het Burgerlijk Wetboek, dat gaat over het ontslag van mensen met gewetensbezwaren. Op grond van het ontslagbesluit was al een dergelijke bepaling opgenomen, maar kan de minister bevestigen dat met het opnemen van dit onderdeel in Boek 7, artikel 669 BW er materieel geen wijziging zal plaatsvinden ten opzichte van de huidige praktijk? Kan hij bevestigen dat gewetensbezwaar erkend blijft worden? Ik hoor graag een reactie.

De heer Van Weyenberg (D66):
Mijn vraag gaat in het bijzonder over het bijzonder onderwijs. Ik begrijp wat mevrouw Schouten zoekt. Ik heb persoonlijk de overtuiging dat het omzetten van die commissies van beroep in een ontslagcommissie, waarvoor de wet ruimte biedt, zeer wel mogelijk is. Als de minister dat nu zou bevestigen, is mevrouw Schouten dan gerustgesteld?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik hoor in ieder geval graag de reactie van de minister hierop. Maar er ligt een ander punt aan ten grondslag, namelijk dat de preventieve toets bij de ontslagcommissie ligt, terwijl er nu al een commissie van beroep is. Dat werkt prima, en dan vraag ik me af waarom we eerst iets moeten gaan afschaffen om daarna weer iets te gaan invoeren, terwijl het in het bijzonder onderwijs wel goed geregeld is. Als we het allemaal eenvoudiger willen maken, zie ik het niet helemaal op dit punt.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik vind het altijd mooi als alles onder een wettelijk kader valt. Met mevrouw Schouten ben ik benieuwd naar het antwoord van de minister. Maar volgens mij kun je die commissie van beroep gewoon omzetten in een ontslagcommissie, waarmee het naampje van het beestje verandert, zonder dat daardoor de aard van het werk hoeft te veranderen. Ik hoop dat, als dat het antwoord van de minister is, ook mevrouw Schouten gerustgesteld is. Ik begrijp dat dat nu nog niet zo is.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik wacht het antwoord van de minister af. Nogmaals, wij zien niet helemaal in waarom je dat zou moeten gaan aanpassen. De relatie tussen de ontslagcommissie en het UWV wil ik dan nader geduid hebben. Als het gaat om de commissie van beroep ligt de preventieve toets bij het bijzonder onderwijs en niet bij het UWV. Dat kan bij de ontslagcommissie, maar ik wil wel even graag de verhoudingen weten.

Een grote wijziging in het wetsvoorstel betreft de transitievergoeding. Het is goed dat daarin nu meer uniformiteit komt, want nu hangt het af van de ontslagroute of een werknemer een vergoeding krijgt. Wat ons betreft is het goed dat 50-plussers nog tot 2020 een hogere transitievergoeding kunnen krijgen, vanwege hun kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Maar ook op het punt van de transitievergoeding hebben wij nog onze vragen, te beginnen met de positie van het mkb. Kleine werkgevers betalen straks ook een transitievergoeding, wat in essentie wel onze instemming kan hebben, maar we hebben wel vragen over de impact die het op een bedrijf kan hebben. Hoe voorkomen we dat door de uitbetaling van de transitievergoeding het bedrijf in zijn geheel in de problemen komt? Graag hoor ik van de minister een brede beschouwing, hoe hij denkt dit te voorkomen.

Hiernaast kan het mkb straks met hoge kosten geconfronteerd worden, nu de transitievergoeding van kracht wordt en er voor werknemers die allang in dienst zijn opeens een vergoeding moet worden betaald. Wij zouden graag zien dat op dit punt een overgangsregeling getroffen wordt voor kleinere werkgevers als die ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvragen. Daarom heb ik met de dames Van Nieuwenhuizen en Hamer een amendement ingediend op dit punt, waarin wordt geregeld dat die overbrugging er daadwerkelijk komt.

Dan de aftrek van scholing op de transitievergoeding. Het is prima als er een stimulans komt om te investeren in scholing, omdat het de kansen op arbeid kan vergroten. Maar het komt er natuurlijk wel op aan hoe dit precies vormgegeven wordt in de praktijk. Maar dat weten we nu nog helemaal niet. Binnen de Stichting van de Arbeid wordt hierover kennelijk nog steeds gesproken. Ik vind het oprecht lastig om nu een appreciatie op dit punt te geven, als we niet eens weten welke scholing kan worden afgetrokken van de transitievergoeding. Wil de minister nog voor zijn beantwoording van morgen ervoor zorgen dat de Kamer hierin wel inzicht krijgt, zodat we weten wat we aan het regelen zijn? Ik hoop dat de minister een inspanningsverplichting voelt om de informatie eerder naar ons toe te sturen, zodat we het integraal kunnen beoordelen.

Wanneer sprake is van een faillissement, hebben werknemers geen recht op een transitievergoeding. Ik zie het dilemma hoe je dat vorm moet geven, ook om te voorkomen dat werkgevers hun kosten gaan afwentelen, of dat andere schuldeisers hierdoor worden benadeeld. Toch hoor ik graag of hierover is gesproken tijdens de onderhandelingen over het sociaal akkoord. Zo ja, wat waren toen de afwegingen om hiervoor uiteindelijk niets te regelen?

De heer Heerma sprak over de calamiteitenregeling, ofwel het vorstverlet. Ik had daar een hele passage over op papier staan, maar de heer Heerma heeft al mijn vragen al gesteld, dus sluit ik mij gemakshalve aan bij zijn vragen over de calamiteitenregeling in de Wet werk en zekerheid. Ik ben benieuwd naar de antwoorden daarop.

Ik rond af met het wetsonderdeel dat ziet op de WW. De duur van twee jaar met een mogelijke, door de sociale partners te regelen en te financieren verlenging heeft onze volledige instemming. Het houdt het evenwicht in stand tussen rekening houden met de stand van de conjunctuur enerzijds en activering anderzijds.

Ik hoop dat wij bij de totale evaluatie in 2020 kunnen stellen: het wetsvoorstel beoogde een balans tussen flex en vast, tussen bescherming en activering, en dat hebben wij bereikt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

« Terug