Inbreng Gert-Jan Segers inz. Wijz. Wegenverkeerswet ivm verbeteren aanpak rijden onder invloed drugs

donderdag 07 maart 2013

Inbreng (verslag wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid & Justititie inzake Wijziging Wegenverkeerswet 1994

Onderwerp:   Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs

Kamerstuk:    32 859

Datum:            7 maart 2013

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nota naar aanleiding van het verslag. Zij hebben hierover nog enkele vragen in het licht van het ingediende amendement van het lid van der Staaij C.S.

Genoemde leden merken op dat blijkens de Nota naar aanleiding van het verslag het wetsvoorstel geen onderscheid maakt tussen bestuurders met structurele ernstige pijnklachten die voor hun functioneren afhankelijk zijn van morfine of morfineachtige pijnstillers (medicinale gebruikers in verband met pijnbestrijding) en bestuurders die om andere reden morfine tot zich nemen. Genoemde leden menen dat bestuurders die een klein, maar meetbaar gehalte aan morfine ter bestrijding van de lichamelijke pijn gebruiken, door het wetsvoorstel onevenredig worden beperkt in hun bewegingsvrijheid en een strafrechtelijk optreden tegen deze groep disproportioneel is.

Genoemde leden merken op dat het vervallen van het woord ‘zodanig’ in het wetsvoorstel zoals voorgesteld in genoemd amendement is het gevolg defacto een nul-norm. Genoemde leden vragen hoeveel medicinale gebruikers zouden worden geraakt door de strafbaarstelling en de facto geen auto meer kunnen rijden, enerzijds op basis van grenswaarden zoals genoemd in het wetsvoorstel en anderzijds op basis van de nul-norm als gevolg van het genoemde amendement.

Genoemde leden kunnen zich in principe vinden in een aanscherping van de norm voor het rijden onder invloed van drugs, in casu de strafbaarstelling van de kleinste hoeveelheid van een stof die nog meetbaar is in het bloed van een verkeersdeelnemer zoals voorgesteld in het amendement. De zorg van genoemde leden betreft dat een dergelijke aanscherping,  nog minder dan het wetsvoorstel rekening houdt met medicinale gebruikers.

Genoemde leden constateren dat er een verschil is in de invloed op de rijvaardigheid in de eerste twee weken van het gebruik van morfine en in de periode daarna waarin de meeste mensen gewend raken aan deze bijwerkingen. Door de in het amendement voorgestelde nul-norm is het Advies grenswaarden voor drugs van 31 maart 2010 niet langer relevant. Op grond van dit advies is besloten in het wetsvoorstel geen uitzondering voor ‘gewende persoon’ op te nemen. Genoemde leden vragen of het amendement alsnog aanleiding is voor het formuleren van een uitzondering.

Genoemde leden constateren uit de Nota naar aanleiding van het verslag dat het niet nodig werd geacht te onderzoeken of medicinale gebruikers per definitie een gevaar voor de verkeersveiligheid vormen. Genoemde leden menen dat de uitkomst van een dergelijk onderzoek in samenhang met de impact op deze specifieke groep gebruikers ook de noodzakelijkheid van de genoemde uitzondering bepaalt en vragen of de regering in het licht van het genoemde amendement nog steeds van mening is dat een dergelijk onderzoek niet behoeft plaats te vinden. Genoemde leden vragen welke mogelijkheden de regering ziet om een eventuele uitzondering voor de medicinale gebruikers vorm te geven.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug