Inbreng Gert-Jan Segers inz. Wijz. Mediawet 2008 ter modernisering stelsel landelijke publ. omroep

dinsdag 19 maart 2013

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers met de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake Wijziging Mediawet 2008

Onderwerp:   Wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren

Kamerstuk:    33 541

Datum:            19 maart 2013

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de wijzing van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren. Deze leden lezen dat de regering met deze wet twee doelen voor ogen heeft. Zo regelt het voorstel inhoudelijke wijzigingen in de richting van het publieke mediabestel, gericht op bundeling van omroepverenigingen en biedt deze wetswijziging het kader om te komen tot de geplande bezuinigingen. Deze leden hebben grote moeite met verschralen van de pluriformiteit binnen het omroepstelsel en daarmee het verdwijnen van de 2.42 omroepen. Deze leden vinden het van meerwaarde dat kerkelijke en geestelijke organisaties toegang hebben tot publieke omroepbestel zoals dit nu in de wet is geregeld en vinden een wijziging daarom niet noodzakelijk. Ook vragen deze leden zich af of het centraliseren van bevoegdheden op het gebied van programmering en financiën de  kwaliteit van de publieke omroep ten goede komt. Deze leden hebben daarom over deze wetswijziging de volgende vragen. 

Algemeen

In de Mvt wordt opgemerkt dat primaire processen rond productie en de programmering van het media-aanbod te veel tijd en geld kosten. De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen dat deze aanname gebaseerd is op het rapport van BMC. In dit rapport lezen zij echter dat de totale overheadkosten van de individuele omroepen niet op een exorbitant hoog niveau liggen. Wel is er een aanzienlijk verschil per individuele omroep. 60% van de besparingen die door BMC mogelijk worden geacht kunnen worden bereikt door optimalisatie in de huidige situatie en 40% als gevolg van fusies. Waarom is er op basis van dit rapport, welke als uitgangspunt van de wet dient, gekozen voor het hergroeperen van omroepen in plaats van het optimaliseren van de huidige situatie? Kan er worden verduidelijkt hoe middels deze wetswijziging invulling wordt gegeven aan de mogelijke kostenbesparing (BMC rapport) welke de bestuursorganisatie NPO  kan realiseren door een grotere focus op kerntaken en het afstoten van activiteiten en door efficiëntieverbeteringen in operationele processen?

In de Mvt wordt gesproken van ‘ het belang van de programmering als geheel’, zonder dit nader toe te lichten.  Kan er uiteengezet worden wat het belang van de programmering als geheel is? Welke belang heeft de regering voor ogen? Wat ontbreekt er in huidige programmering?

Kort overzicht van de maatregelen

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de rol van de NPO in het  <<3-3-2>> model wordt vergroot. Deze leden vragen om een volledig overzicht van de nieuwe taken van de NPO.  Kan het vergroten van de rol van de NPO in middelen worden afgezet tegen het bundelen van omroepverenigingen? In hoeverre is er een relatie tussen de wijziging van de Mediawet en het ‘rebranden’ van de publieke zenders (naar NPO 1, 2, 3)? Deze leden vragen de regering haar opvatting te delen over het ‘rebranden’ van de publieke zenders.

Redenen voor Wetswijziging

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering nader uiteen te zetten hoe door middel van deze wetswijziging het aanbod van de Nederlandse publieke omroep zichtbaarder wordt dan dat het nu is? Deze leden vragen de regering ook uiteen te zetten op welke wijze het aanbod toegankelijker wordt dan dat het nu is? Ten slotte vragen deze leden ook een concretisering hoe de omroep meer vindbaar wordt dan dat het nu is?

Uitgangspunten voor een vernieuwd omroepstelsel

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de Mvt dat het de eerste taak van de publieke omroep blijft om een breed onafhankelijk, pluriform en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod te verzorgen, dat bovendien toegankelijk is voor iedereen. Is de regering het met deze leden eens dat het afschaffen van de 2.42 omroepen hiermee in tegenstrijd is? Kan de regering uiteenzetten op welke wijze zij meent dat bijvoorbeeld het Joodse geluid straks uitgezonden wordt? In hoeverre kan er worden gegarandeerd dat er sprake is van onafhankelijk media-aanbod? Welke indicatoren kiest de regering om te spreken van van kwalitatief media-aanbod?  Op welke wijze wordt middels de wet voorkomen dat door willekeur door benoemde functionarissen eigenzinnige programma’s alleen laat in de avond worden uitgezonden? Wat zijn de checks-and-balances? Deze leden merken op dat een omroep die een eigenzinnig programma wil uitzenden dit nu al regelmatig uit eigen zak moet betalen? Hoe wordt dit middels de hervorming van de Mediawet voorkomen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op, dat het op een aantal belangrijke punten niet na te gaan is of de RvS hier wel of niet over heeft geadviseerd. Heeft de RvS advies uitgebracht over de wetswijziging met betrekking tot de 2.42 omroepen? In hoeverre verhoudt het ambtelijke rapport ‘Partners in Levensbeschouwing’ waarin het belang van de 2.42 omroepen wordt benadrukt, zich met de wetswijziging? Hoe wordt de volgende opmerking in dit rapport geduid; “Er bestaat bij onze gesprekspartners een breed draagvlak om ook op de langere termijn in media-aanbod van en over de religieuze of levensbeschouwelijke hoofdstromingen te blijven voorzien. Er zijn thans geen politieke signalen dat een dergelijk aanbod geen onderdeel moet zijn van de Nederlandse publieke omroep.” Deze leden zien op dit punt graag een reactie.

Organisatie Landelijke Publieke Omroep

De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen uit de Mvt dat er verschillende voorwaarden worden gesteld aan een omroepvereniging en omroeporganisatie. Deze leden vragen zich af wat deze voorwaarden waard zijn als de verenigingen en organisaties bij naam in de  worden genoemd? Zijn deze verenigingen en organisaties via de wet sowieso zeker van hun bestaan?

Indien dit niet het geval is, dan vragen deze leden zich af wat de overweging geweest om deze verenigingen en organisaties bij naam in de wet op te nemen?

Wat zijn de consequenties voor PowNed en WNL als zij geen aansluiting kunnen vinden binnen het <<3-3-2>> model? In hoeverre strookt een aanwijzing tot fuseren met de vrijheid van vereniging? Zouden in theorie PowNed en WNL in de toekomst samen een omroepvereniging kunnen worden?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen zich af hoe na 2015 op een evenwichtige wijze ook het geluid van andere stromingen, dan het christendom, (Islam, Hindoeïsme, Jodendom, Boeddhisme) publiekelijk wordt gewaarborgd? Kan de regering uit een zetten wat haar visie voor de toekomst op dit punt is? In het voorstel modernisering Mediawet staat dat de al ingezette onderbrenging van de huidige 2.42-omroepen bij omroepverenigingen en de NTR moet worden gecontinueerd. Na de feitelijke opheffing van de 2.42-omroepen is dit een mogelijkheid om de levensbeschouwelijke programmering in het te vernieuwen bestel voort te zetten waartoe de NPO gehouden is. Hoe dient dit te geschieden? Is de regering van mening dat er van te voren duidelijkheid dient te zijn? Deze leden begrijpen dat er wordt gesproken van een zekere borging van de levensbeschouwelijke programmering als onderdeel van het concessiebeleidsplan evt. te vertalen in de prestatieovereenkomst. Vanwaar deze formulering en geen concretisering (logistiek en budgettair) hiervan binnen de nieuwe Mediawet? Is het de bedoeling dat de 2.42-omroepen worden omgevormd tot gespecialiseerde redacties binnen de omroepverenigingen en de NTR? Zo ja, hoe is de onafhankelijkheid gewaarborgd en waarop wordt getoetst?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering nader toe te lichten waarom ervoor is gekozen om de belangrijkste huidige legitimatie van omroepverenigingen, namelijk het ledenaantal middels deze wijziging te marginaliseren. De RvS heeft een aantal opmerkingen gemaakt inzake eisen van transparantie en non-discriminatie. Selectiecriteria ontbreken. Deze leden vragen op dit punt nadere toelichting.

Financiering Landelijke Publieke Omroep

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen zich af wat de relatie is tussen het veranderen van de financiering van de landelijke publieke omroep en het moderniseren van de publieke omroep? Waarom is er niet gekozen om het garantiebudget op 70% te laten? Wat verwacht de regering dat er in de programmering en de organisatie van de publieke omroep gaat veranderen met de nieuwe verhouding tussen het garantiebudget en programmabudget (50% - 50%)? Kan er inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze het programmabudget binnen het <<3-3-2>> model verdeeld wordt? Is de regering bereid om dit budget mogelijk via  compartimenten te verdelen, zodat de omroeporganisaties meer zekerheid hebben over hun programmabudget? Deze leden vragen of het mogelijk is om inzichtelijk te maken in hoeverre omroepen STER-inkomsten verliezen door de wetswijziging? Ziet  de regering mogelijkheden om mogelijke verloren STER-inkomsten, door de wetswijziging, te compenseren?

Overig Publieke Omroep

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat het van belang is meer helderheid te geven over de verhouding tussen de regionale en de landelijke publieke omroep. Kan de regering aangeven waarom het verankeren van de lokale publieke omroep als derde laag niet is meegenomen in deze wetswijziging? Deze leden vragen in hoeverre er middels deze wetswijziging uitvoering wordt gegeven aan de motie Van Dam (32 827 nr 39), waarin de Tweede Kamer verzoekt lokale omroepen te ondersteunen in het streven naar verdere professionalisering? Wat is de visie van dit kabinet op de nadere samenwerking tussen de drie lagen van de Nederlandse Publieke Omroep? Op welke manier wordt dit gestimuleerd? Is de regering bereid om de ambities van de OLON samen met deze vereniging nader uit te werken?   Op welke wijze draagt het nieuwe mediabeleid bij aan de professionaliseringsslag van de Lokale Publieke Omroepen, waar het onder meer gaat om centrale distributie?

Beeldmateriaal dat van de Publieke Omroep is, is eigendom van de publieke omroep. Er is reeds voor betaald in eerste aanleg. Kan worden aangegeven wat de visie is van de regering op het gebruik van andere omroepen en omroep-lagen van dit beeldmateriaal?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug