Bijdrage Carla Dik-Faber aan het algemeen overleg Dementiezorg

Carla Dik-Faber - Foto: Rufus de Vrieswoensdag 06 juli 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een algemeen overleg met staatssecretaris van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp:   Dementiezorg

Kamerstuk:    25 424          

Datum:           6 juli 2016

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. 15 juni lijkt een keerpunt te zijn voor de dementiezorg in ons land. Eindelijk zaten alle partijen met elkaar om de tafel om te spreken over de problemen die de Tweede Kamer al anderhalf jaar aan de orde stelt. Eindelijk erkenning dat de dementiezorg in Nederland niet goed geregeld is. Het is jammer dat het zo lang heeft moeten duren. Opgebouwde kennis en specialistische zorg zijn verloren gegaan, ketens in de dementiezorg zijn uit elkaar gevallen en er ontstonden wachtlijsten. Maar goed, nu ligt er dan eindelijk een actieplan met de gezamenlijke ambitie om de problemen aan te pakken. Daar wil ik even op inzoomen.

Het is nu eerst en vooral belangrijk dat patiënten en hun mantelzorgers die wachten op een casemanager, zo snel mogelijk goede zorg krijgen en dat de wachtlijsten verdwijnen. Welk tijdpad heeft de staatssecretaris daarbij voor ogen? Veel casemanagers zijn hun baan kwijtgeraakt. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om deze mensen terug te krijgen? Dementiezorg vraagt specialistische kennis en hun kennis is dan ook broodnodig nu het aantal dementerenden de komende jaren alleen maar zal stijgen.

Met het actieplan wordt uitgesproken dat de Zorgstandaard Dementie leidend is. Volgens deze zorgstandaard heb je recht op casemanagement dementie vanaf de eerste diagnose. Wordt iedereen die de diagnose dementie krijgt, hierop gewezen? Wordt hierover gesproken met zorgprofessionals, zodat zij het in hun richtlijnen kunnen opnemen? Een belangrijk punt is de inkoop van casemanagement. De motie-Bruins Slot c.s. (34104, nr. 97) is duidelijk. Casemanagement moet een aparte aanspraak worden in de Zorgverzekeringswet. In het veld is hier veel discussie over. Het is een goede zaak dat de feiten nu objectief op een rij worden gezet, met als uitgangspunt dat de cliënt centraal staat. Ik hoop dat de diverse partijen het snel met elkaar eens worden. Ik zie op dit moment geen andere route dan die van de motie, maar we wachten het af.

Wat opvalt in het actieplan, is dat het niet smart (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) geformuleerd is. Concrete termijnen en meetpunten ontbreken. Eigenlijk zou het verder geconcretiseerd moeten worden. Wil de staatssecretaris hier de komende dagen en weken aan werken, zodat de Kamer in september een nieuw, smart-geformuleerd actieplan kan bespreken? In het AO Wijkverpleging wees ik al op de situatie in Friesland. De zorgverzekeraar wil geen casemanagement dementie financieren als er niet ook een indicatie voor thuiszorg is. De verzekeraar wijst naar de gemeenten, maar die vinden het, volgens mij terecht, een taak van de zorgverzekeraars. Ondertussen zijn de patiënten de dupe. Wanneer wordt dit opgelost? Kijkt de staatssecretaris naar experimenten met financiële ontschotting? Ik zie namelijk dat ook gemeenten een taak hebben.

Een dementievriendelijke samenleving vraagt om een andere kijk op dementie. De ChristenUnie is erg gecharmeerd van de sociale benadering zoals onlangs uiteengezet door Anne-Mei The. Het gaat bij dementie nadrukkelijk niet alleen om medische zorg, maar vooral om kwaliteit van leven. Ik vraag de staatssecretaris om dat bij al zijn beleid voor ogen te houden.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari