Bijdrage Carola Schouten aan plenair debat inzake Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

woensdag 26 september 2012

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten aan een plenair debat met ministerVerhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Onderwerp:   Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

Kamerstuk:   33 186

Datum:            26 september 2012

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik ben verheugd dat ik de eerste ben die zowel mevrouw Mulder als mevrouw Klever mag feliciteren met haar maidenspeech. Ik weet uit eigen ervaring dat zo'n maidenspeech een bijzonder moment is. Ik zie uit naar een mooie samenwerking. Als ik zo naar de maidenspeeches geluisterd heb, moet dat wel goed komen.

(geroffel op de bankjes)

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik kom nu bij het inhoudelijke verhaal. Vandaag ligt de kaderwet voor waarmee de samenvoeging van de NMa, de OPTA en de Consumentenautoriteit wordt geregeld. De materiële wet komt later, zoals enkele leden al gezegd hebben. De Raad van State had hier enige kritiek op. Mijn fractie kan de scheiding vanuit bezuinigingsoogpunt wel enigszins volgen, maar het een hangt wel samen met het ander. Wij zien nu een probleem ontstaan in de communicatie met de beroepspraktijk. Deze krijgt te maken met één toezichthouder in naam, de ACM, maar mogelijk nog wel met verschillende regimes. De heer Verhoeven heeft al gewezen op het punt van dubbele gegevensuitvraag. Wij maken ons er hard voor dat de minister regelt dat zo veel als nu mogelijk is, stroomlijning in de processen plaatsvindt, omdat een en ander formeel pas in de materiële wet geregeld zal worden. Inhoudelijk zullen wij de discussie nog verder voeren bij de behandeling van de materiële wet, maar de minister dient hier nu al alert op te zijn in de praktische uitwerking.

Ik neem vandaag alvast een voorschot op hetgeen in de materiële wet geregeld wordt, maar daar ligt volgens ons ook het primaat van de discussie. Het dilemma is waar de mededingingsautoriteit op toeziet. In eerste instantie ziet de autoriteit toe op concurrentie, maar wat ons betreft moet het toezicht veel breder getrokken worden. De ACM moet ook toezien op duurzaamheid, werknemersbelang en milieu en klimaat. Artikel 6 van de Mededingingswet biedt enige ruimte om initiatieven toe te staan die ten goede komen aan de gebruiker. Dit kan van belang zijn bij productinnovatie, maar het LEI wijst ook op een grijs gebied waar de huidige NMa, en straks mogelijk de ACM, de spelregels vaststelt die bepalen of initiatieven voldoen aan de Mededingingswet. Nederlandse bedrijven hanteren vaak het begrip Triple P, dat staat voor people, planet, profit. Het Nederlandse bedrijfsleven is ook heel initiatiefrijk op het gebied van duurzaamheid. Het laatste wat wij kunnen gebruiken, is een toezichthouder die deze ontwikkeling blokkeert. De Kamer heeft vorig jaar een motie van ChristenUnie en PvdA aangenomen waarmee zij de NMa oproept om ook langetermijnbelangen van consumenten mee te nemen, zoals leefbaarheid en duurzaamheid. Wij willen graag weten hoe de minister deze motie gaat uitwerken in het kader van de ACM.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik las in de stukken over de duurzaamheidstafels. Is dat wat u op het oog hebt of kan het nog verder gaan?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het gaat verder. Wij hebben gevraagd om bij de afweging over mededinging ook leefbaarheid en duurzaamheid te betrekken. De toezichthouder, straks de ACM, moet al deze belangen mee gaan wegen. Eerder hebben LTO Nederland en de Nederlandse Vissersbond gepleit voor een duurzaamheidsautoriteit naast de huidige NMa. Wat ons betreft zou die afweging helemaal moeten plaatsvinden binnen de mededingingsautoriteit.

Dat dit een actuele discussie is, blijkt bijvoorbeeld uit het recente bericht dat boeren door supermarktketens een regime opgelegd krijgen met hun prijsverlaging. Vanuit consumentenperspectief kun je zeggen dat dit goed is omdat er lagere prijzen worden bedongen.

Uiteindelijk heeft er natuurlijk ook mee te maken wat de positie van onze boeren zo meteen is, of zij straks niet heel hard geraakt zullen worden en of wij een eigen sector overhouden. Dan kun je vanuit het consumentenperspectief en het mededingingsperspectief zeggen dat het allemaal prima is, maar wij willen een mededingingsautoriteit die dit niet prima vindt en die erop zal toezien dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor een sector die voor ons van cruciaal belang is. Omdat die discussie nu heel actueel is, hoor ik graag de reactie van de minister hierop. In de commissie Landbouw wordt er ook al over gesproken. Staatssecretaris Bleker heeft daar gesproken over een privaatrechtelijke relatie, maar er is meer aan de hand. Als twee supermarktgrootmachten met een meerderheidsaandeel in Nederland dwingen om de leveranciers een kortingseis op te leggen, zijn wij wat ons betreft niet op het goede pad. Ik hoor graag de reactie van de minister op dit punt.

Een ander heel concreet voorbeeld waaruit dit dilemma ook nog eens blijkt, is de weigering van cacaobedrijven om te praten over een redelijk inkomen voor cacaoboeren omdat dat volgens de mededingingswet strafbaar zou zijn. Hoe zou in de visie van de minister de ACM hierin moeten optreden? Juist initiatieven vanuit de sector zelf om bijvoorbeeld kinderarbeid tegen te gaan, zouden niet door zo'n autoriteit tegengewerkt moeten worden. Graag hoor ik een reactie hierop.

De Nederlandse markt staat niet op zichzelf. Aan geïmporteerde producten worden vaak veel lagere eisen gesteld dan aan Nederlandse producten. Daarom is het belangrijk dat Nederland zich binnen de EU en de Wereldhandelsorganisatie inzet om ook import te laten voldoen aan ethische ondergrenzen. Dat kan betekenen dat wij soms meer moeten betalen voor geïmporteerde producten die jarenlang te goedkoop waren, bijvoorbeeld door kinderarbeid of vervuiling. Hierdoor gaan wij oneerlijke concurrentie tegen die in stand wordt gehouden door de uitbuiting van mens, dier en milieu. Wil de minister onderzoeken op welke manier en door welke toezichthouder oneerlijke concurrentie door onethisch handelen kan worden bestreden? Wat ons betreft, zou hij zelfs een haalbaarheidsonderzoek moeten doen naar een marktmeester die onderzoek doet en de naleving controleert op het gebied van de Triple P, bijvoorbeeld op grond van de OESO-richtlijnen. Is de minister hiertoe bereid? Ik hoor graag zijn reactie daarop.

Een aantal leden hebben hier al gerefereerd aan de beleidsregels. Wat ons betreft, is het zaak dat de Kamer daar zicht op heeft. Ik zie dat er twee amendementen op dit punt zijn ingediend. Ik hoor graag de reactie van de minister hierop. Wij moeten nog even dubben of het dan het amendement-Mulder, -Klever, -Mulder/Klever of -Klever/Mulder wordt. Ik hoor graag hoe de minister hierin zit en of hij het met ons eens is dat de beleidsregels ook aan de Kamer kenbaar moeten worden gemaakt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug