Bijdrage Carla Dik-Faber aan het plenair debat over het bericht dat licht verstandelijk gehandicapten steeds moeilijker mee kunnen in de maatschappij

donderdag 16 april 2015

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een plenair debat met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Onderwerp:   Dertigledendebat over het bericht dat licht verstandelijk gehandicapten steeds moeilijker mee kunnen in de maatschappij

Kamerstuk:    29 538

Datum:           16 april 2015

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. De schattingen lopen uiteen, maar één ding weet ik wel: er zijn in Nederland veel meer mensen met een verstandelijke beperking dan wij met elkaar denken. Ik hoorde het verhaal van een mevrouw die haar boeken te laat terugbracht naar de bibliotheek en daarvoor een boete moest betalen. Er kon echter niet meer contant worden betaald. Deze mevrouw stond onder curatele en had geen pinpas. Er was daarover grote ergernis bij de medewerker van de bibliotheek en er was aan de andere kant een mevrouw die wel wilde betalen, maar gewoon niet wist hoe ze dat zou moeten doen.

Ik kan een lang verhaal houden, maar deze situatie geeft de kern van het probleem weer. Onze samenleving is niet altijd en niet overal ingericht op mensen met een verstandelijke beperking. Er is meer kennis nodig over mensen met een verstandelijke beperking. Dat geldt voor ons als samenleving, maar ook voor zorgprofessionals, bijvoorbeeld in de psychiatrie of op welk ander gebied dan ook. Deze doelgroep staat niet goed op ons netvlies.

In het CPB-rapport wordt een helder beeld geschetst. De samenleving is ingewikkelder geworden, maar soms ook ingewikkelder gemaakt. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat mensen met een verstandelijke beperking volwaardig meedoen. Dat is natuurlijk volkomen terecht. Als je het vraagt aan de belangenvereniging LFB, door en voor mensen met een verstandelijke beperking, dan is het digitaliseren van onze samenleving een van de hoofdproblemen. Denk bijvoorbeeld aan websites die niet goed toegankelijk zijn, ook websites van overheidsinstellingen. Mijn fractie vindt dat we onszelf zoiets relatief eenvoudigs moeten aantrekken. Ik vraag het kabinet dan ook om een handreiking te schrijven voor overheidsorganisaties. Zijn de bewindslieden het met me eens dat de overheid hierin het goede voorbeeld moet geven?

Zojuist hoorden we al het voorbeeld van de ov-chipkaart. Ik heb een ander voorbeeld. Het overgrote deel van de zorgverzekeraars heeft ervoor gekozen om naast de DigiD-inlogcode een sms-beveiliging verplicht te stellen voor het beheren van de gegevens. Deze sms-functie kan alleen via een mobiele telefoon verlopen. Mijn vraag is: waarom alleen via een mobiele telefoon, waarom kan er niet ook worden gesproken via de vaste telefoon? Gaat het kabinet dit probleem, dat zeker ook elders speelt — ik noem de banken en de Belastingdienst — oplossen?

Dan de keukentafelgesprekken. Ik denk dat deze een groot risico vormen. Mensen in deze groep zullen vaak stellig zeggen dat ze nog van alles zelf kunnen, terwijl ze eigenlijk heel hard hulp nodig hebben. Gelukkig mag er altijd iemand bij dat keukentafelgesprek zijn. Maar wat gebeurt er als het gesprek niet daadwerkelijk aan de keukentafel plaatsvindt, maar telefonisch wordt afgenomen? Ik krijg hierop graag een reactie van het kabinet. Zijn de bewindspersonen het met me eens dat we ons hier niet bij neer moeten leggen, maar moeten opkomen voor mensen met een verstandelijke beperking?

We staan op het punt om het VN-verdrag voor mensen met een beperking te ratificeren. Mijn fractie hoopt dat er daadwerkelijk iets zal veranderen en dat dit niet alleen symboolwetgeving is. Het moet de inclusieve samenleving echt een stap dichterbij brengen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Archief > 2015 > april