Debat over het economisch steunpakket

woensdag 02 juni 2021

Bijdrage Pieter Grinwis aan een plenair debat met de minister van Financiën, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Economische Zaken en Klimaat

2 juni 2021

Kamerstuknr. 35685; 35723;  35677

 

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst felicitaties aan de collega's De Jong en Maatoug. Een mooi beeld ook, het bouwen van een brug over een ravijn. Mijn voorganger Eppo Bruins begon bij een vorig debat over het beeld van schepen die in het zicht van de haven dreigen te stranden in deze crisis en dat we dat moeten voorkomen. Hij sprak die hoop uit. Met het nieuwe steunpakket komt het kabinet tegemoet aan deze oproep. De vraag is natuurlijk wel: is het genoeg voor alle zeewaardige schepen? Bereiken zij hiermee alle de veilige haven in de huidige, gelukkig afzwakkende coronastorm?

Dat brengt mij gelijk op mijn eerste aandachtspunt: schrijnende gevallen. Immers geen generieke maatregel, of er is wel een ondernemer die er net buiten valt terwijl de crisis hem of haar zwaar getroffen heeft. Bijvoorbeeld de startende horecaondernemer die vanwege de gekozen referentieperiodes maandenlang geen steun kreeg. Of de ambulante kleermaker die vanuit zijn naaiatelier in eigen huis bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen voorziet van kleding maar geen werkadres heeft en daardoor niet geholpen wordt. Of de vrouwen in de prostitutie die vanwege opting-in alleen op de zogenoemde TONK kunnen terugvallen. Ik sluit me overigens aan bij de gestelde vragen van collega's over de TONK. Het kabinet waarschuwt steeds dat maatwerk niet mogelijk is. Deze notie over maatwerk is een dikke streep onder het belang van hardheidsclausules, discretionaire bevoegdheden en een open houding voor schrijnende gevallen. Zijn er contactpersonen of misschien teams bij de uitvoeringsorganisaties waar je als ondernemer terechtkunt en die met een welwillend, menselijk oog naar je casus kijken? Neem het voorbeeld van die ambulante zelfstandige kleermakers die de door de overheid gesloten verpleeg- en verzorgingshuizen niet meer in kwamen, maar overal buiten de boot vielen én vallen. Worden die nu wel voldoende geholpen? Ik krijg stellig de indruk van niet, als het gaat om deze groepen.

Ondernemers, zzp'ers, mensen met flexcontracten: veel van hen zagen hun spaarcentjes verdampen als sneeuw voor de zon. Velen kregen te maken met schuldenproblematiek. Mijn fractie heeft al eerder aangedrongen op een waarborgfonds om schulden over te nemen. Daarvoor is ook al geld uitgetrokken door het kabinet. Ook vakbonden en werkgevers dringen aan op zo'n fonds. Hoe staat het met de uitwerking? Is dit fonds al bijna operationeel? Hoe gaat de minister dit, juist ook nu, inzetten?

Het kabinet wil belastingschulden niet generiek kwijtschelden. Dat begrijp ik, maar als je een studieschuld naar draagkracht aflost en je hebt nog een restschuld na 15 of 35 jaar, dan gaat de overheid over tot kwijtschelding. Is zoiets niet denkbaar bij belastingschulden? Of bedoelt het kabinet dat ook met de passage over herstructurering van schulden op pagina 30 van de steunpakketbrief?

Dan jongeren. Jongeren dreigen het kind van de coronarekening te worden. Denk aan de gemankeerde school- en studietijd. Denk ook aan de ingewikkelde arbeids- en woningmarkt. Daarom zet ik opnieuw een dikke streep onder de oproep van vakbonden en werkgevers tot een nationaal om- en bijscholingsprogramma voor jongeren. Mijn vraag aan de ministers is: hoe kijken zij daartegen aan? Tegelijkertijd hoor ik van bedrijven die voorheen nog relatief makkelijk jongeren konden aantrekken dat ze nu moeite hebben om jongeren aan zich te binden. Afgelopen maandag was ik nog samen met collega Valstar van de VVD bij FloraHolland in Naaldwijk. Daar bleek ook dat ze werk zat hebben, maar dat het heel moeilijk is om jongeren weer opnieuw aan hen te binden.

Voorzitter. In allerlei toonaarden klonk het vandaag al. Wat een treurige wanvertoning is het dan ook: de bonus voor de topman van Air France-KLM, de miljoenenbonussen voor de top van Booking.com. Daartegenover staat het verhaal van het Nederlandse familiebedrijf Auping dat de niet-benodigde NOW-steun terug heeft gestort. Toen de dividendbelasting zo nodig afgeschaft moest worden, zat de topman van Unilever onder de sneltoets. Kan de minister na dit debat ook niet gewoon de telefoon pakken en een appel doen op Booking.com om de ontvangen steun terug te betalen aan de Nederlandse belastingbetaler?

In verband hiermee heb ik nog een vraag. Ruim een jaar geleden is de motie-Segers aangenomen over verantwoorde bedrijfsvoering als voorwaarde voor toekomstige overheidssteun tijdens en buiten crisistijd. Mijn laatste vraag in deze termijn is: hoe voert het kabinet deze motie uit?

 

 

« Terug