Fosfaatrechtenstelsel

donderdag 10 juni 2021

Bijdrage Pieter Grinwis aan een commissiedebat met minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

10 juni 2021

Kamerstuknr. 35334

 

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Als nieuw Kamerlid en lid van deze mooie commissie heb je het genoegen om veel werkbezoeken aan boerderijen af te leggen en veel agrarische ondernemers te spreken. Het is duidelijk dat veel boeren klem zitten in een systeem waar ze zelf niet voor hebben gekozen. Ze knokken om het hoofd boven water te houden. Zo heb ik kennis mogen nemen van het verhaal van Jan-Hein Nikkels, een biologische boer met kippen en koeien die buiten de knelgevallenregeling is komen te vallen. Zijn stal stond net leeg op de peildatum van 2 juli 2015 omdat hij aan het omschakelen was naar biologisch. Hij geeft aan dat hij zijn vertrouwen in de overheid helemaal kwijt is. Hij voldeed naar eigen zeggen volledig aan de definitie van startende boer, maar op grond van een voormalige agrarische bestemming op zijn bedrijfsterrein die niet van hem was, is hij niet als starter aangemerkt en valt hij buiten de knelgevallenregeling. Voor zijn gevoel heeft de overheid manieren gezocht om vooral zo min mogelijk boeren te hoeven compenseren, bijvoorbeeld door de voorwaarden veel te nauw en te streng uit te leggen. Hij heeft het gevoel dat hij nooit een eerlijke kans heeft gehad. Dit is maar één verhaal van boerengezinnen die zijn ontredderd en het vertrouwen in de overheid volkomen hebben verloren.

Voorzitter. De knelgevallenproblematiek is gecompliceerd; zo veel is duidelijk. De twee belangrijkste hobbels zijn ten eerste het juridisch afbakenen van een zeer diverse groep en ten tweede het creëren van nieuwe knelgevallen als de generieke korting te groot wordt om de eerste groep te compenseren. We waarderen de zoektocht van de minister naar oplossingen zeer en het is bijna een onmogelijke vraag, maar is er echt nergens nog een hardheidsclausule? Zijn er bijvoorbeeld overeenkomsten te vinden in de situaties van de groep boeren die zich hebben aangemeld als knelgeval maar die zijn afgewezen? Is de minister bereid deze groep te evalueren?

Voorzitter. Laten we nog even kijken hoe het zo ver gekomen is. De ChristenUnie is nooit voorstander geweest van het afschaffen van het melkquotum, integendeel. Het was hét instrument om zowel boeren als natuur te beschermen. De melkveehouderij met prijsnemers is geen gewone markt als alle andere. Je ziet de tragedy of the commons van mijlenver aankomen. Verder sluit ik mij aan bij alles wat collega Van der Plas hierover zei. Goede regels zijn niet slecht. Onrecht is pas slecht. Onrecht is pas erg.

Ook na afschaffing bleek de draagkracht van onze leefomgeving haar grenzen nog altijd te hebben. We hebben inmiddels twee keer het deksel op de neus gekregen: eerst fosfaat, daarna stikstof. We kregen het fosfaatrechtenstelsel ervoor terug, met al zijn imperfecties, zoals fraudegevoeligheid, maar vooral een onverwachte stop op uitbreiding na verkeerd gewekte verwachtingen. Dat leidt op bedrijfsniveau tot hele schrijnende situaties. En ja, daar hebben grote bedrijven, zoals de Rabobank, ook een enorme rol bij gespeeld. Zo hebben ze de schaalvergroting aangejaagd. Ik ben benieuwd naar hun reflectie op hun rol en verantwoordelijkheid. De rechtszaak in dezen spreekt voor zich.

Deze discussie laat temeer zien dat een breedgedragen landbouwakkoord met een blik op de toekomst nodig is. De noodzaak hiertoe is deze week weer eens bevestigd door de SER. Hoe staat de minister hiertegenover?

De voorzitter:
Laatste zin, graag.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Welke stappen wil zij zetten om hiertoe voorbereidingen te treffen?

Tot zover.

« Terug