Maidenspeech Gert-Jan Segers over de BES-eilanden

Gert Jan Segers - kleinwoensdag 10 oktober 2012 15:15

Op 9 oktober 2012 sprak Gert-Jan Segers zijn eerste toespraak uit in de Tweede Kamer, zijn 'maidenspeech'. Onderwerp van het debat was de positie van Bonaire, St Eustatius en Saba in het Koninkrijk der Nederlanden. U kunt zijn bijdrage hier lezen.

Mevrouw de voorzitter, de wetsbehandeling waarbij een nieuw Kamerlid zijn maidenspeech mag uitspreken, heb je niet voor het uitkiezen. Hoezeer ik mezelf ook heb voorgenomen om bij mijn werk hier me niet alleen maar te laten leiden door de agenda van de Kamer, het onderwerp van mijn maidenspeech is mij toch door die agenda opgedrongen. Maar ik moet zeggen dat ik niet ontevreden ben over het feit dat het in mijn geval gaat over een mogelijke grondwettelijke basis voor de staatsrechtelijke positie van de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ik sta hier namelijk op de spreekwoordelijke schouders van mijn voorgangers en een van die directe voorgangers is Cynthia Ortega-Martijn. Ik noem haar naam bij deze gelegenheid met ere. In de periode dat zij lid was van deze Kamer was zij als geen ander betrokken op het niet-Europese deel van ons Koninkrijk. Vorig jaar heeft ze de minister nog een uitgebreid verslag overhandigd van haar bezoek aan de BES-eilanden en in de schriftelijke voorbereiding van dit wetsvoorstel heeft zij nog blijk gegeven van haar enorme betrokkenheid op deze eilanden. Nu ik het estafettestokje van Cynthia Ortega mag overnemen, vind ik het wel bijzonder dat het juist gaat over de BES-eilanden.

Bovendien zie ik ook een diepere symboliek in de combinatie van dit wetsvoorstel en mijn maidenspeech. Deze wet betreft eilanden en bewoners die duizenden kilometers verderop gesitueerd zijn en in deze Kamer niet voor zichzelf kunnen spreken. Nu ik hier bij de behandeling van een wetsvoorstel voor de eerste keer het woord mag voeren, wil ik me sterk maken voor de bewoners van de BES-eilanden en allereerst vanuit hun perspectief naar dit wetsvoorstel kijken. En in die geest hoop ik ook de komende periode een ambassadeur te zijn van mensen die anders nooit gehoord zouden worden en van mensen die in sommige gevallen nooit voor zichzelf kunnen spreken.

Mdv, dan het wetsvoorstel zelf. Nadat de bewoners van Bonaire, St Eustatius en Saba ervoor hadden gekozen om deel uit te gaan maken van Nederland en er op 10/10/10 een voorlopige staatsrechtelijke constructie in hang werd gezet, was duidelijk dat er nog een definitieve constructie moest komen. Maar de wijze waarop op dit moment voor deze oplossing is gekozen is veelzeggend. Er was met de eilanden overeengekomen dat er na een periode van vijf jaar een evaluatie zou plaatsvinden en dat daarna in goed overleg een definitieve staatsrechtelijke constructie zou worden gekozen. Dit is vastgelegd in artikel 239 WOLBES. En zie daar. Niet na de afgesproken vijf jaar, maar al twee jaar later ligt dit wetsvoorstel voor. En waar eerder is beloofd om terughoudendheid te betrachten ten aanzien van wetgeving, ligt er nu NB een voorstel voor een grondwetswijziging voor. Dat is toch alles behalve terughoudend? Laat helder zijn dat de ChristenUnie-fractie ook ziet de verankering van de relatie met de BES-eilanden via het Statuut eveneens een noodoplossing is en onze fractie is niet tegen een nieuwe Grondwetbepaling. Maar dan moet die oplossing wel duurzaam zijn en kan een voorstel daartoe alleen worden gedaan na een deugdelijke consultatie. En die consultatie is in dit geval niet deugdelijk te noemen omdat de eilanden niet tijdig hebben gereageerd. Ik kom daar zo nog op. Inmiddels ontvangen we brieven van onder meer de bestuurscolleges van de BES-eilanden waarin zij aangeven dat dit voor hen nu niet de goede stap in het staatsrechtelijke traject is. Toch zet het kabinet door. Het laat iets zien van de ongelijke en soms ronduit ongemakkelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk. Het versterkt het gevoel op de BES-eilanden dat wij hier over hen, zonder hen beslissen. Dat er zelfs sprake is van eersterangs- en tweederangsburgers. Dat is funest voor de goede verhoudingen. Mijn eerste vragen aan de minister zijn dan ook: waarom nu en waarom zo? Dit voorstel had naar het oordeel van de ChristenUnie-fractie veel meer in gezonde en volwassen dialoog met zowel de bestuurders als de burgers van de eilanden tot stand kunnen komen. En had op een later tijdstip een veel duurzamer karakter kunnen hebben dan dit voorstel.

Mdv, artikel 209 WOLBES schrijft een consultatieproces voor in het geval er sprake is van wetgeving die betrekking heeft op de BES-eilanden. Mijn fractie heeft daar in de schriftelijke inbreng nadrukkelijk naar gevraagd aangezien de MvT daar nagenoeg niets over wist te melden. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik het antwoord van de minister tot mij nam: ‘Ondanks verschillende verzoeken en uitstel van de reactietermijn hebben zij geen reactie gegeven’. Waarom is hiervan geen melding van gemaakt in de Mvt? Is de minister met mij van mening dat dit zeer onwenselijk is?

Volgens artikel 209 lid 4 van WOLBES kan er alleen in geval van “dringende omstandigheden” worden afgezien van die consultatie. Is hiervan, in de optiek van de minister sprake? En wat zijn die dringende omstandigheden dan? Hoe dan ook, deze omissie is betreurenswaardig. Je zou zeggen dat een extra telefoontje hier wonderen had kunnen doen.

Mdv, toont deze gang van zaken juist niet bij uitstek aan dat een vertegenwoordiging van Bonaire, Sint Eustatius en Saba hier in Den Haag noodzakelijk is? Ook de Rijksvertegenwoordiger geeft aan dat er nog veel schort aan de coördinatie rijksbeleid en afstemming lokaal bestuur, daar is dit een goed voorbeeld van. Wat vindt de minister van zijn aanbevelingen om de rijksvertegenwoordiger als coördinerend orgaan te versterken? Dat kan bijvoorbeeld door nieuwe regelgeving en wijziging van bestaande regelgeving verplicht voor advies voor te leggen aan de Rijksvertegenwoordiger”. Een andere optie die ik de minister wil voorleggen, is om een Adviesraad voor de BES-eilanden op te zetten. Zoals de Onderwijsraad gevraagd en ongevraagd kan adviseren over onderwijswetgeving, zo zou een Adviesraad voor de BES-eilanden dat kunnen doen bij wetgeving die betrekking heeft op deze eilanden. Graag een reactie op beide suggesties.

Mdv, ook na eventuele aanvaarding van dit wetsvoorstel liggen er nog belangrijke vragen op tafel mbt het kiesrecht van niet-Nederlanders, de differentiatiebepaling in relatie tot het gelijkheidsbeginsel en de definitieve status van de eilanden.

Ondertussen worden er op sommige van deze punten al wel keuzes gemaakt. Dat geldt zeker bij het gebruik van de zogenaamde differentiatiebepaling op grond van artikel I lid 2 Statuut, waarbij er bij wet- en regelgeving rekening gehouden kan worden met de eigenheid van de eilanden. De verschillen tussen hier en daar waren blijkbaar niet van belang bij de op de eilanden controversiële wetgeving met betrekking tot bijvoorbeeld abortus en het homohuwelijk. Maar de verschillen waren wel weer relevant op materieel terrein. Bijvoorbeeld als het gaat om de hoogte van een uitkering, ik noem de zorgen rondom de kinderrechten en armoede. In de optiek van de ChristenUnie-fractie kunnen in dit wetsvoorstel niet alleen de verschillen worden benadrukt door middel van de differentiatiebepaling, maar is het zeer raadzaam om juist ook de gelijkwaardigheid van onze medeburgers in het Caribische deel van Nederland te benadrukken. Ik heb daarom een amendement ingediend die de differentiatiebepaling aanvult met een zinsnede die de gelijkwaardigheid van de bewoners van de BES-eilanden onderstreept. Graag een reactie.

Voorzitter, dan tot slot het punt van het kiesrecht. Dat is een principieel punt wat door de RvS is aangehaald en ook uitvoerig in de Nota n.a.v. het Verslag is behandeld. Het kabinet gaat niet verder dan te constateren dat er een dilemma ontstaat maar maakt hier zelf geen keuze in. Op de vraag van mijn fractie, of er alternatieven zijn, antwoordt de minister in de nota dat er enkel gekunstelde opties zijn, waaronder het opnemen van de eilanden in een provincie. Ik hoor verder geen visie of andere haalbare alternatieven.

Zij stelt: ofwel de niet-Nederlandse inwoners op de eilanden worden uitgesloten van het kiesrecht en daarmee wordt hen een grondrecht ontnomen dat niet-Nederlandse inwoners van andere Nederlandse gemeenten wel hebben, ofwel zij krijgen wel kiesrecht en worden daarmee bevoordeeld ten opzichte van niet-Nederlanders in het Europees deel van Nederland, omdat zij dan mede invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer. Ik zou de minister willen vragen om daarin een keus te maken. Wat mijn fractie betreft, geeft de gelijke behandeling de doorslag en zijn wij van oordeel dat niet-Nederlandse inwoners daar dezelfde rechten zouden moeten hebben als de niet-Nederlandse inwoners hier. Het principiële bezwaar tegen de indirecte invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer moet dan op een andere manier worden opgelost.

Conclusie:

Mdv, de ChristenUnie-fractie is er niet van overtuigd dat de Grondwet op deze manier en op dit moment gewijzigd moet worden en geeft de minister in overweging om de behandeling van deze grondwetswijziging op te schorten tot na de evaluatie. Afspraak is afspraak, die verplichting geldt niet enkel voor de eilanden maar ook voor Rijksoverheid. Investeer in onderling vertrouwen en werk aan een draagvlak voor een grondwetswijziging die gedragen wordt, niet alleen door een meerderheid hier, maar juist ook door een meerderheid daar.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari