Inbreng verslag (wetsvoorstel) Carla Dik-Faber inzake Wijziging van de Waterwet

dinsdag 04 december 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber inzake Wijziging van de Waterwet

Onderwerp:   Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming)

Kamerstuk:    33 465

Datum:            4 december 2012

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel dat beoogt de bekostiging van maatregelen die zijn opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma voor de versterking van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen te borgen en tevens beoogt de doelmatigheid en beheersbaarheid van dit programma te vergroten en het proces van periodieke toetsing en rapportage te verbeteren.

Genoemde leden herkennen in het wetsvoorstel de afspraken gemaakt in het Bestuursakkoord Water en vinden dat het wetsvoorstel een goed evenwicht biedt tussen de verantwoordelijkheden van het Rijk en de waterschappen. Genoemde leden hebben wel zorg over deze verdeling van verantwoordelijkheden gezien de voornemens in het regeerakkoord met betrekking tot de waterschappen. Ook hebben deze leden vragen bij de verdeling van de verantwoordelijkheden over c.q. de bijdragen van de waterschappen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met de afspraken in het Bestuursakkoord Water, zoals verwerkt in het voorliggende wetsvoorstel en een voortvarende uitvoering daarvan onder regie van de deltacommissaris meer vertrouwen in een voortvarende uitvoering van het nieuwe HWBP dan in de voortgang van het huidige HWBP 2.

Voor genoemde leden staat voorop dat er een robuuste financiering is en blijft op lange termijn voor het Deltaprogramma in het algemeen en voor het hoogwaterbeschermingsprogramma als belangrijk onderdeel daarvan in het bijzonder. De leden van de ChristenUnie juichen de komst van het Deltafonds dan ook zeer toe. Zij vragen naar de samenhang tussen de financiële claims van het huidige HWBP, claims naar aanleiding van de derde toetsronde en van andere opgaven in het Deltaprogramma nu de uitvoeringstermijn van het HWBP 2 is verlengd, aangezien de financiële opgave veel hoger bleek dan aanvankelijk gedacht. Blijkt de financiële omvang van het HWBP 2 overigens daadwerkelijk zo hoog als een paar jaar geleden door Ten Heuvelhof  is ingeschat, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUniefractie zijn blij met de betere waarborgen die er in het voorliggend wetsvoorstel zijn opgenomen om te komen tot een meer robuuste planning maar missen een analyse wat op de langere termijn het gevolg is van de claim voor het HWBP  voor de resterende opgaven uit het Deltaprogramma. Tegen de achtergrond dat het bij waterveiligheid om investeringen met een zeer lange termijnkarakter gaat en gelet op de doelstellingen van zowel het Nationaal Waterplan als het Deltaprogramma, vragen deze leden of het niet verstandig is de looptijd van het Deltafonds opnieuw te bezien en deze substantieel te verlengen. Nu loopt de voeding van het Deltafonds nog parallel met de voeding van het Infrastructuurfonds, maar inhoudelijk zijn er wat betreft deze leden redenen om bij het Deltafonds hier anders mee om te gaan.

De leden van de ChristenUnie vragen met betrekking tot de projectgebonden bijdrage van de waterschappen aandacht voor de motie Wiegman c.s. (Kamerstuk 27 625, nr. 220; MvT pag. 12 e.v.). Deze leden constateren dat door de projectgebonden bijdrage van 10% de lasten in met name het dunbevolkte Zeeuwse waterschap Scheldestromen substantieel stijgen. Genoemde leden betwijfelen of de minister met deze keuze recht heeft gedaan aan de genoemde motie Wiegman c.s. Waarom is niet gekozen voor bijvoorbeeld een projectgebonden bijdrage van 5%, zo vragen deze leden.

Überhaupt stellen deze leden vraagtekens bij het nut van de projectgebonden bijdrage. In hoeverre zal de projectgebonden bijdrage daadwerkelijk gaan functioneren als een doelmatigheidsprikkel? Dat deze projectgebonden bijdrage een bijdrage aan de doelmatigheid zou leveren, is volgens genoemde leden moeilijk voorstelbaar, aangezien de uitgaven van de waterschappen aan waterveiligheid relatief bescheiden zijn. Een aanzienlijk groter deel van de waterschapsuitgaven gaan naar waterzuivering. Bovendien is in de waterketen een beduidend grotere doelmatigheidswinst te behalen, waar volgens deze leden dan ook terecht afspraken zijn gemaakt in het Bestuursakkoord Water. De leden van de ChristenUnie-fractie verwachten overigens wel doelmatigheidswinst van een gezamenlijke aanpak door Rijkswaterstaat en waterschappen van het nieuwe HWBP, zoals thans binnen het Deltaprogramma gestalte krijgt. Ook verwachten deze leden dat er winst is te behalen met een meer geclusterde en innovatie aanbesteding van projecten. Kan de minister een poging doen om de twijfels bij de fractieleden van de ChristenUnie over de projectgebonden bijdrage weg te nemen?

Volgens het wetsvoorstel wordt het toezicht op de primaire waterkeringen bij het Rijk belegd wat in de praktijk betekent dat de Inspectie voor de Leefbaarheid en Transport gaat toezien op de correcte naleving van de wettelijke voorschriften bij de toetsing van de primaire waterkeringen door de beheerders. Genoemde leden vragen wat dit betekent voor het aantal toezichthouders. Is er een analyse gedaan van het aantal FTE wat hiervoor nu decentraal wordt ingezet en hoeveel hiervoor straks beschikbaar zal zijn bij het ILT? Genoemde leden constateren namelijk tegelijk dat er voor het ILT nog een forse financiële taakstelling ligt en vragen of hiermee het gevaar niet groot is dat het toezicht meer een papieren werkelijkheid wordt. Overigens vinden deze leden het verleggen van het toezicht op zich een goede keuze, maar dan is het wel zaak dat het ILT de mogelijkheden en middelen krijgt deze taak goed uit te oefenen.

Genoemde leden ondersteunen het voornemen om bij de programmering conform de werkwijze van het MIRT een verkenningsfase in te bouwen. Hiervoor wordt door Rijk en de beheerders nog een afwegingskader ontwikkelt waarin onder meer wordt gekeken naar het veiligheidsrendement. Genoemde leden vragen wanneer dit afwegingskader zal verschijnen. Verder vragen deze leden welke criteria nog meer van bepalend belang worden gevonden.

Het budget voor de hoogwaterbeschermingsmaatregelen is alleen bestemd om de keringen in het beheer van waterschappen aan de vigerende norm te laten voldoen. Aanvullende opgaven zullen dus uit de overige middelen van het Deltafonds moeten worden bekostigd dan wel door derden. Tegelijk is door de Kamer bij herhaling uitgesproken dat het nieuwe HWBP moet worden vormgegeven op basis van de nieuwe normsystematiek en in samenhang met andere opgaven. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of in de werkwijze hiermee rekening wordt gehouden. Zij vragen wat dit betekent voor de situatie dat een dijk in beheer bij een waterschap moet worden versterkt, er alle aanleiding is te rekenen met een strengere norm, maar deze norm nog geen vigerend beleid is. Deze leden nemen aan dat bij de programmering dan wel in de MIRT-verkenningsfase hiermee rekening wordt gehouden. En deze leden vragen de minister te reflecteren op de vraag als de overige middelen van het Deltafonds onvoldoende soelaas bieden om de strengere norm te bekostigen. Het mag volgens deze leden toch niet zo zijn dat onvoldoende middelen zullen leiden tot suboptimale besluiten die op langere termijn veel meer geld kosten. Is het denkbaar dat een strengere norm deels of geheel toch uit de HWBP-middelen worden bekostigd, zo vragen deze leden.

Overigens zijn de leden van de ChristenUnie-fractie van mening dat de waterschappen moeten blijven bestaan als zelfstandige democratisch gelegitimeerde op uitvoering gerichte organisaties.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari