Bijdrage Carla Dik plenair debat Wijz. Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming)

woensdag 03 april 2013

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber aan een plenair debat met minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en Milieu

Onderwerp:   Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming)

Kamerstuk:    33 465

Datum:            3 april 2013

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Al honderden jaren zetten waterschappen zich ervoor in dat wij veilig kunnen wonen achter duinen en dijken. Het wetsvoorstel van vandaag vergroot de verantwoordelijkheid van de waterschappen doordat zij structureel 50% gaan meebetalen aan de financiering van de primaire waterkeringen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dit is een goede zaak, want hiermee wordt de doelmatigheid vergroot en zorgen wij er ook voor dat waterveiligheid meer in één hand komt.

Dit wetsvoorstel is er uiteindelijk gekomen dankzij de oproep van oud-staatssecretaris Tineke Huizinga aan de waterschappen om een bod op tafel te leggen. Dat mondde uit in het Bestuursakkoord Water, waarvan dit wetsvoorstel de juridische verankering is. Met dit wetsvoorstel wordt dus de positie van de waterschappen versterkt. Ik vraag mij wel af hoe ik dit wetsvoorstel moet zien in het licht van het voornemen van minister Plasterk om de waterschappen uit de Grondwet te halen en op termijn juist af te schaffen en op te laten gaan in landsdelen. Dit soort oplossingen voor niet-bestaande problemen, dit soort structuurdiscussies, leidt alleen maar af van het vele werk dat moet gebeuren. Ik zal mij in mijn bijdrage echter verder beperken tot het wetsvoorstel zelf, waarover ik nog enkele vragen heb.

Ik heb allereerst een vraag over de doelmatige benutting van de Hoogwaterbeschermingsprogrammagelden. Wij praten over het nieuwe, derde Hoogwaterbeschermingsprogramma, maar intussen zijn wij nog bezig met de uitvoering van het tweede programma. Ook hierin dragen de waterschappen al voor een groot deel bij aan het budget. In het Bestuursakkoord Water is afgesproken dat middelen die vrijkomen uit het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma, bijvoorbeeld als gevolg van aanbestedingsmeevallers, overgaan naar het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma.

De waterschappen stellen dat hierover op dit moment onvoldoende zekerheid is. Kan de minister daarom toezeggen dat middelen die vrijvallen uit het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma, direct beschikbaar zullen worden gesteld voor het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma en dus beschikbaar blijven voor waterveiligheid?

Ik heb van de waterschappen begrepen dat de minister wel de bereidheid heeft uitgesproken om geld dat in 2013 overblijft in het tweede programma, te benutten voor het nieuwe programma, maar dat hiervoor nog een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur nodig is. Gaat dat dit jaar nog lukken, gezien de proceduretijd die nodig is om een Algemene Maatregel van Bestuur te behandelen bij de Raad van State en in de ministerraad? Hoe dan ook, mijn fractie wil niet dat meevallers of middelen die voortkomen uit onderuitputting bij het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma, ongebruikt op de plank blijven liggen. Die moeten worden ingezet voor een voortvarende uitvoering van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma hangt als eerste uitvoeringsprogramma van het Deltaprogramma samen met de andere onderdelen. De kracht van het Deltaprogramma zit in deze samenhang. Wat de ChristenUnie betreft moet het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma dan ook echt nieuw zijn, met volop aandacht voor meerlaagse veiligheidsoplossingen en ook ruimtelijke maatregelen. De focus moet dus niet alleen op de dijk liggen, maar ook op andersoortige oplossingen dan alleen dijkversterking. Natuurlijk is dit meestal de beste oplossing, maar niet altijd.

Voor het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma is de komende jaren een vast bedrag per jaar beschikbaar. Er zal moeten worden geprioriteerd, maar soms kan het nodig zijn om een dijkversterkingsmaatregel toch eerder te gaan uitvoeren. De waterschappen kunnen dit voorfinancieren, maar hebben hiervoor wel zekerheid nodig. De begroting kijkt echter maar één jaar vooruit. Het Deltaprogramma werkt wel met een gedetailleerde programmeringsperiode van zes jaar en een indicatieve periode daarna van twaalf jaar. Welke mogelijkheden ziet de minister om de waterschappen met name voor die eerste zes jaar meer zekerheid te geven, niet alleen over het programma, maar ook over de financiering, zodat ze worden gestimuleerd om voor te financieren? Als waterschappen voorfinancieren, moeten ze de rentekosten dragen. Dat is gebruikelijk en reëel, maar is de minister ook bereid om de waterschappen waar mogelijk voorschotten te geven op het moment dat de beschikking voor een project is gegeven?

Het kabinet wil de prijsbijstelling voor 2014 inhouden. Omdat de waterschappen al 50% bijdragen, telt deze bezuiniging dubbel. Dit werkt ook nog eens cumulatief door tot 2028. Het gaat hier om een grote bezuiniging en ik vrees dat die niet zonder gevolgen kan blijven. Kan de minister aangeven wat de gevolgen van het inhouden van de prijsbijstelling zijn voor de uitvoering van het Deltaprogramma? Mijn fractie vindt dat geldgebrek op de korte termijn een langetermijninvesteringsprogramma niet in de weg mag staan.

Er komen nieuwe normen voor onze dijken. Dit kan gevolgen hebben voor de financiële opgave van projecten uit het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma. In het Bestuursakkoord Water is afgesproken dat hierover nog afspraken zullen worden gemaakt tussen betrokken overheden. In de schriftelijke inbreng heeft mijn fractie dit ook al aan de orde gesteld. Wanneer gaat de minister hierover in overleg met de waterschappen? Het lijkt mij nodig dat hierover binnen afzienbare tijd duidelijkheid komt. Blijft bijvoorbeeld bij hogere kosten de fiftyfiftyverdeling gelden of zal het percentage van de bijdrage van waterschappen en Rijk worden aangepast? Dit is een open einde in de gemaakte afspraken.

Nieuwe, strengere normen hoeven overigens niet per se te leiden tot fors hogere kosten. Goede toepassing van de overstromingsrisicobenadering biedt veel kansen voor doelmatigheidswinst. Hierover zijn verschillende moties aangenomen. Hoe staat het daarmee?

Tot slot kom ik bij de directe aanleiding tot dit wetsvoorstel, meer doelmatigheidswinst. De doelmatigheidswinst moet uiteindelijk zichtbaar worden voor de burger. Dat wordt nog een lastige boodschap, want de waterschappen zullen sowieso meer moeten gaan heffen om hun bijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma waar te kunnen maken. Het is dus minder meer belasting betalen. De Kamer gaat niet over de tarieven van de waterschappen, maar ik neem aan dat de minister zich wel ervoor verantwoordelijk voelt dat de in het Bestuursakkoord Water beoogde doelmatigheidswinst de komende jaren echt wordt gerealiseerd. Is de minister bereid om de resultaten van deze doelmatigheidswinst en het dempende effect op de tariefstijging jaarlijks inzichtelijk te maken en deze informatie naar de Kamer te sturen?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

« Terug

Archief > 2013 > april